nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

27.05.2020 Boeren strijden tegen de droogte

Druppelirrigatie, waterbuffers, een eigen irrigatienetwerk, innovatieve teelten… Landbouwers en onderzoekers laten de droogte niet zomaar zijn gangetje gaan en komen zelf met oplossingen om het tekort aan water op te vangen. Door de afkondiging van de droogtemaatregelen en captatieverboden kunnen ze niet anders dan naar alternatieven zoeken.
De zomer is nog niet in het land en toch krijgen we reeds te maken met een eerste periode van langdurige droogte. Ook in 2018 en 2019 speelde waterschaarste land- en tuinbouwers parten. Om het schaarse water zo efficiënt mogelijk te gebruiken, nemen landbouwers en onderzoekscentra ondertussen verschillende maatregelen.
 
Iedere druppel telt
 
Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant doet onderzoek naar druppelirrigatie. In plaats van het hele veld te irrigeren, wordt er via druppelslangen net voldoende water afgezet vlak bij de plant. Door eenvoudige vochtsensoren op het veld te koppelen aan een zelflerend bodemwaterbalansmodel, weersvoorspellingen en druppelirrigatie kan er maximaal gebruik worden gemaakt van elke druppel kostbaar water.
 
“Voor eenzelfde opbrengst is bij druppelirrigatie tot 25 procent minder water nodig. Zo kan ook de landbouw bijdragen aan een efficiënter gebruik van het schaarse water”, zegt Monique Swinnen, gedeputeerde voor land- en tuinbouw.
 
Ook landbouwer Dieter Debruyne uit Diksmuide heeft de boodschap om spaarzaam om te springen met water goed begrepen. Hij ging aan de slag en bouwde een eigen buizensysteem op zijn maïsveld waarbij 6 sproeiers rechtstreeks in de plantenrijen water geven. Op die manier verbruikt hij tot 7 keer minder water, wat neerkomt op maar liefst 240.000 liter water per hectare.
 
Nieuwe rendabele gewassen

Ook alternatieve gewassen kunnen helpen. Nu het opnieuw zo droog is, wordt veel verwacht van quinoa. Dit pseudograan van Zuid-Amerikaanse origine is een stressbestendig gewas met interessante voedingseigenschappen. Bij landbouwers groeit de interesse in lokale teelt van quinoa. Met zijn diep wortelstelsel bleef quinoa doorgroeien terwijl aardappel-, suikerbiet- en groentepercelen kreunden onder de droogte en hitte. 
 
Eind vorige maand werd op Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant een proefveld quinoa gezaaid. Het Praktijkpunt tracht, samen met de onderzoekscentra ILVO en Inagro, quinoateelt op grotere schaal uit te rollen in Vlaanderen. Het VLAIO-project ‘Quinoa Lokaal’ moet leiden tot lokale teelt van quinoa met een stabiel rendement, zowel in kilo’s als in euro’s. 
“Na de zaai van quinoa in Herent bleef het vrijwel droog, maar de jonge plantjes zoeken dieper in de grond naar vocht, tot wel 50 centimeter diep. Een droogteresistent gewas als quinoa biedt landbouwers nieuwe perspectieven in tijden van klimaatverandering en grote droogte”, zegt gedeputeerde Monique Swinnen.
 
Ardooise coöperatieve voor eigen irrigatienetwerk
 
In Ardooie, West-Vlaanderen, hebben 47 landbouwers zich enkele jaren geleden, samen met het diepvriesgroentebedrijf Ardo, verenigd in een coöperatieve voor een eigen irrigatienetwerk met een capaciteit van 150.000 kubieke meter. Ze kunnen via een app op hun smartphone kubieke meters waters reserveren uit dit 24 kilometer lange netwerk. Extra water reserveren kan tegen een meerprijs. Dat maakt dat ze goed nadenken over hun waterverbruik en niet nodeloos gaan verspillen.
 
“In totaal is er al voor 125.000 kubieke meter aan water gereserveerd”, zegt Charlotte Boeckaert van het Vlaams Kenniscentrum Water aan Het Nieuwsblad. “Sommige landbouwers zijn al begonnen met beregenen, want het is heel droog geweest. We merken dat de landbouwers vaker beregenen, maar in kleinere porties. Het netwerk biedt een enorm gebruiksgemak, want het water komt via de leidingen direct tot op het perceel.”
 
De landbouwers zelf noemen het netwerk “een godsgeschenk dat hen mentale rust geeft”. De voorbije jaren heeft de droogte hen immers veel parten gespeeld. Dankzij het eigen irrigatienetwerk hoeven ze hun water niet meer gaan oppompen uit het kanaal, wat hen veel transportkosten en extra moeite bespaart.
 
Het kostenplaatje van het project liep op tot 3,5 miljoen euro, waarvan Ardo 1 miljoen euro op zich nam om het waterreservoir aan te leggen. Dat wordt aangevuld met gezuiverd afvalwater uit het bedrijf. De coöperatieve kwam over de brug met het resterende bedrag van 2,5 miljoen euro en kon rekenen op subsidies van Europa, provincie West-Vlaanderen en Knorr/Unilever.
 
Wat met opgepompt grondwater van werven?
 
De roep om opgepompt grondwater op grote werven op te slaan en ter beschikking te stellen van landbouwers, wordt steeds groter. Op vandaag verdwijnt ongeveer 90 procent van dat water nog steeds in de riolering. Dat is ook nodig om de werf droog en werkbaar te maken.
 
Maar het gaat om grote hoeveelheden, tot 100 kubieke meter per uur op een grote werf van 40 bij 25 meter. Het water opnieuw laten infiltreren is de beste optie, maar wordt vaak als ‘technisch onhaalbaar’ bestempeld. De aannemer kan het water ook via regenwaterafvoer of in waterlopen laten wegestromen. Maar bij grote hoeveelheden, moet hij daarvoor betalen.
In Vlaanderen lopen momenteel enkele proefprojecten om het grondwater op te slaan en ter beschikking te stellen van boeren. In 2017 werd het principe al eens toegepast in Roeselare en in 2018 in Nevele. Maar er is geen verplichting om bij bouwaanvragen in de opslag van opgepompt grondwater te voorzien.
 
Werken aan klimaatbestendige landbouw

Op het Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant werken onderzoekers aan het klimaatbestendig maken van de landbouw. Via projecten als ‘Leve(n)de Bodem’ hebben landbouwers de voordelen leren kennen van ploegloos telen. De provincie Vlaams-Brabant promoot ook het gebruik van compost in de landbouw met een veldproef die al sinds 1997 aanligt op een perceel in Boutersem. Langdurig compostgebruik maakt van de bodem als het ware een spons die water vasthoudt. 
 

Bron: HN / HLN / DS / VILT

Volg VILT ook via