nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

02.04.2020 Ook sector industriegroenten vreest groot arbeidstekort

Ook de sector van de industriegroenten wordt zwaar getroffen door het tekort aan arbeidskrachten als gevolg van de coronacrisis. Daarom lanceert ook Vegebe, de federatie van de Belgische verwerking en handel in industriegroenten, een oproep naar de betrokken Vlaamse en federale ministers. “Niet alleen de groentetelers hebben op dit moment veel arbeidskrachten nodig, ook de verwerkingsbedrijven rekenen op heel wat buitenlandse krachten om de oogst verwerkt te krijgen”, aldus Vegebe.

Sinds het uitbreken van de coronacrisis hamert de land- en tuinbouwsector op het belang van voldoende arbeidskrachten om de veldwerkzaamheden rond te krijgen. De politiek heeft in dat kader al zijn verantwoordelijkheid opgenomen en een aantal maatregelen naar voor geschoven dat het nijpend tekort aan buitenlandse werkkrachten die vooral als seizoenarbeiders aan de slag gaan, moet opvangen. Denk maar aan de uitbreiding van het stelsel voor seizoenarbeid en de focus van de VDAB om eerst de openstaande vacatures in de landbouw en voedingsindustrie in te vullen. 

Toch wil ook Vegebe de aandacht vestigen op de specifieke situatie van de sector van de industriegroenten. “De groentetelers die gewassen aanleveren aan de Belgische groenteverwerkende industrie werken voornamelijk met seizoenarbeiders uit Roemenië, Bulgarije en Polen”, zegt Vegebe-secretaris Nele Cattoor. Zij worden ingezet voor zowel het planten als het oogsten van de groenten.

Het totale areaal industriegroenten in Vlaanderen bedraagt ongeveer 55.000 hectare, goed voor een oogst van ongeveer 1,4 miljoen ton aan groenten die hun weg vinden naar de verwerkende industrie. “Momenteel is de oogst van winterprei aan de gang. Daarna volgt het uitplanten van koolgewassen zoals spruitkool, sluitkolen en bloemkool. In de periode juni-juli wanneer de oogst van die gewassen start, zijn er veel arbeiders nodig. Na de oogst komt het vaak voor dat telers een tweede teelt zetten, bijvoorbeeld prei na koolgewassen”, tracht Cattoor een beeld te schetsen van de arbeid die nodig is in de sector.

Maar niet alleen de groentetelers hebben buitenlandse arbeidskrachten nodig. “Ook in de verwerkingsbedrijven zelf zijn heel wat buitenlanders aan het werk. Deze mensen moeten ook de mogelijkheid hebben om (terug) naar België te komen om het werk (opnieuw) op te nemen. Het gaat hier niet over seizoensarbeid, maar om reguliere arbeid”, benadrukt Vegebe. Ongeveer een derde van de buitenlandse mensen actief in de groenteverwerkende bedrijven is afkomstig uit Polen, een derde uit Roemenië en het resterende aandeel komt uit diverse landen, zoals Bulgarije, Portugal en Hongarije.

Met een brief naar Vlaams minister van Werk en Landbouw Hilde Crevits (CD&V) en naar de federale ministers Pieter De Crem (Buitenlandse Zaken; CD&V), Maggie De Block (Sociale Zaken & Volksgezondheid; Open Vld), Nathalie Muylle (Economie; CD&V) en Denis Ducarme (Landbouw & KMO’s; MR) wil Vegebe aandacht vragen voor de specifieke situatie van de industriegroentesector.

Vandaag raakte bekend dat Vlaams minister van Inburgering Bart Somers (Open Vld) nieuwkomers en mensen met migratieroots sneller wil leiden naar essentiële vacatures. In het regeerakkoord staat dat de regering de ambitie heeft om nieuwkomers binnen de twee maanden naar de VDAB toe te leiden. Tijdens de huidige crisis wil hij die timing nog versnellen. Samen met minister Crevits heeft hij daarom een plan uitgewerkt waarbij de Agentschappen Integratie en Inburgering een grote rok krijgen in het activeren van de nieuwkomers.

Somers wijst erop dat de afgelopen tien jaar het aantal autochtone werkenden met 65.000 is verminderd door de vergrijzing. Het aantal allochtone werkenden is tegelijk met 110.000 toegenomen. “In de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector heeft 19,2 procent van de mensen migratieroots”, zegt hij. "Dat komt overeen met het aandeel van mensen met migratieroots in de beroepsbevolking. In de andere essentiële sectoren is het cijfer nog opvallender. Zo ligt het aandeel in de voedingssector op 33,5 procent en in de vervoer- en logistieke sector op 38 procent. In de tuinbouwsector stijgt dat aandeel tot 44 procent en in de schoonmaaksector heeft maar liefst 64 procent van de mensen migratieroots." 

Bron: Eigen verslaggeving/Belga

Volg VILT ook via