nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

11.12.2019 Ook vetbollen kunnen mezensterfte niet verklaren

De Vereniging voor ecologisch leven en tuinieren (Velt) onderzocht verschillende mezenbollen op de aanwezigheid van pesticiden. Die werden aangetroffen in 1 op 3 bollen. Het gaat voornamelijk om insecticiden, maar de aangetroffen gehaltes zijn zeer laag. Phytofar, de Belgische vereniging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie, heeft de steekproef van Velt bekeken en is tevreden met de geruststellende conclusies. “Wij zijn er zeker van dat het positieve effect van het bijvoeren van vogels in de winter belangrijker is dan dat er één honderd miljoenste spoor van een gewasbeschermingsmiddel in de bollen gevonden wordt”, aldus Sigrid Maebe van Phytofar.
In de zoektocht naar een verklaring voor de mezensterfte zijn al verschillende pistes onderzocht. Is de sterfte te wijten aan de bestrijding van de buxusmot? Of zijn katten- en hondenharen de grote boosdoener omdat ze sporen van antivlooi en –tekenmiddel bevatten? De vermoedens worden uitgebreid gecommuniceerd, maar kunnen niet bevestigd worden door onderzoek.
 
In een nieuwe studie nam Velt verschillende vetbollen onder de loep. Van de 15 onderzochte mezenbollen bevatten er 5 pesticiden, bericht de organisatie. De teruggevonden pesticiden in de mezenbollen zijn vooral insecticiden. Die werden hoogstwaarschijnlijk gebruikt bij de teelt van de ingrediënten zoals zaden, pitten en granen (tarwe, gierst, sorghum, haver,…). Slechts 3 van de 36 stoffen die in de dode mezenjongen werden teruggevonden, komen in de mezenbollen voor.
 
“Dat geeft ons een dubbel gevoel”, zegt Geert Gommers, expert pesticiden bij Velt. “We zijn blij dat in twee derde van de onderzochte bollen geen pesticiden zitten. Anderzijds vinden we ze in een derde wel terug, voornamelijk insecticiden. Maar hun impact op de mezen is onbekend.”
 
Phytofar benadrukt dat de aangetroffen gehaltes zeer laag zijn. “Vaak liggen ze rond de rapporteerlimiet van de tegenwoordig zeer krachtige toestellen. De concentraties liggen rond 0.01mg/kg, dat is dus één honderd miljoenste”, stelt Sigrid Maebe. “Het feit dat de gehaltes rond de detectielimiet liggen, geeft aan dat de teelt van de ingrediënten (granen, zaden), komen ze nu uit België of van elders, gebeurd is zoals de verplichte Goede Landbouwpraktijken het voorschrijven.”
 
De federatie waarschuwt wel voor het correct gebruik van de term pesticide. “Naast gewasbeschermingsmiddelen trof Velt ook micropolluenten aan. Dat zijn producten die niet in de landbouw gebruikt worden, maar toch gaat het gemakshalve over ‘pesticiden in mezenbollen’”, besluit Maebe.
 
Meer weten? Veldverkenners zocht uit hoe het zit met schadelijke pesticidenresiduen in ons voedsel.

Bron: Eigen verslaggeving

Volg VILT ook via