nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

06.05.2020 OPINIE: hokjesdenken helpt het debat niet vooruit

In deze coronatijden breekt het debat over voeding en landbouw open, soms op het scherpst van de snee. Voor Tessa Avermaete, landbouweconoom aan KU Leuven, is een grondig debat nodig, op voorwaarde dat iedereen dezelfde taal spreekt en niet vervalt in karikaturen van onze boeren. “Een opdeling tussen lokale en industriële boeren helpt niet”, schrijft ze in een opiniestuk voor VILT.
Voeding en landbouw zijn ‘hippe thema’s’ in coronatijden. Geen dag gaat voorbij of er verschijnt wel een artikel in de pers. Heel uiteenlopende invalshoeken passeren de revue: de lange wachtrijen bij de opening van de drive-in McDonalds, de dierenmarkt in Wuhan, de lokale boer in Vlaanderen, en het denkbeeldig probleem bij de voedselbevoorrading van onze supermarkten.
 
Het kan geen kwaad om een grondig debat te voeren over landbouw en voeding. Integendeel, er is behoorlijk wat werk aan de winkel. De klimaatproblematiek dwingt ons tot dat debat, en ook het dalend aantal jongeren dat in de sector aan de slag wil gaan stemt tot nadenken. Als we dat debat zouden kunnen voeren met alle partijen – onderzoekers, belangengroepen, beleidsmakers, boeren én burgers – dan zijn we al een heel stap op weg in de goede richting. Maar een goed debat vereist wel dat iedereen rond de tafel dezelfde taal spreekt.
Het helpt niet als we daarbij karikaturen maken van onze boeren, en onze voedselproducenten opdelen in lokale boeren en industriële boeren, waarbij die eerste categorie dezer dagen verheerlijkt wordt en de laatste het onderspit moet delven.
 
Is een bio-boer die resoluut voor export kiest minder duurzaam dan zijn collega die kiest voor een kleinschalig bedrijf met lokale afzet? 
 
Ik probeer me er iets bij voor te stellen. Wie is die lokale boer? Welke boer is groot, en welke klein? Een Vlaamse boer met meer dan 500 hectare is een grote boer. In Duitsland zijn er boeren die een paar duizend hectare bewerken. Is een bio-boer die resoluut voor export kiest minder duurzaam dan zijn collega die kiest voor een kleinschalig bedrijf met lokale afzet? Waarom zou een tuinder met 2 hectare aan tomaten in zijn of haar serre duurzamer zijn dan zijn concullega met 30 hectare serreteelt? Waarom zouden appelen recht van bij de boer duurzamer zijn dan Belgische appelen die via een veiling en de supermarkt in mijn winkelmand belanden? En waarom denken we dat de koe die graast in een grote wei van een kleine boer zoveel gelukkiger is dan een koe die op stal staat in een groot bedrijf?
 
Onderzoek toont in elk geval aan dat de realiteit er vaak anders uitziet dan het buikgevoel ons laat vermoeden. Onderzoekers hebben een maatschappelijke opdracht om de vertaalslag te maken van deze inzichten over kennis in landbouw en voeding, zodat ons buikgevoel plaats maakt voor ratio. Dat lijkt een eenvoudige opdracht, maar dat is het niet. Al zeker niet als wetenschappelijke data ingaan tegen onze intuïtie en emotie.
 
Onderzoek toont aan dat de realiteit er vaak anders uitziet dan het buikgevoel ons laat vermoeden. 
 
Weet waar je over spreekt
 
Het helpt dan ook niet als er om de haverklap nieuwe concepten worden geïntroduceerd. Toen ik dit weekend in De Standaard las dat er nog maar eens een nieuw woord zijn intrede deed, kreeg ik dan ook even een koude rilling. Insourcen is blijkbaar het nieuwe buzzwoord. Het lijkt me in elk geval geen goed idee. Een definitie werd er ook niet bij gegeven, zodat we met z’n allen vrij dit nieuwe begrip kunnen invullen. Bij deze dan ook een heel expliciete vraag aan iedereen die een bijdrage wil leveren aan het voedseldebat: gebruik alleen woorden waarvan u weet waar ze voor staan. Dat helpt elkaar te begrijpen. En dat begrip is essentieel om samen tot een duurzame oplossing voor ons voedselsysteem te komen.
 
Dit is een opiniestuk waarmee één van onze lezers een bijdrage wil leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.
 
De auteur
 
Tessa Avermaete is landbouweconoom en projectmanager aan de Sustainable Food Economies Research Group (SFERE) van de KU Leuven. Ze maakt deel uit van de Metaforum Werkgroep Voedsel, Landbouw en Natuur van de KU Leuven, een interdisciplinair team dat in 2017 het boek ‘Wat met ons voedsel’ publiceerde.    

Bron: Tessa Avermaete

Volg VILT ook via