nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

26.12.2019 Patrijzenpopulatie is in vrije val

De patrijs raakt in het nauw, schrijft De Morgen. Sinds 2007 is de helft van de patrijzen verdwenen. Dat blijkt uit cijfers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). In 2016 werden ruim 14.000 vogels geschoten. "De patrijs is een barometer voor onze akkernatuur en een indicatiesoort, zoals de panda of de tijger in Azië”, zegt Thomas Scheppers van INBO. “Stelt hij het slecht, dan stellen ook andere akkervogels het slecht."
Patrijs is en blijft een geliefd wildgerecht, zeker in de eindejaarsperiode. Maar het zou wel eens kunnen dat die traditie een stille dood zal sterven. Want het is niet goed gesteld met de patrijzenpopulatie in Vlaanderen. INBO leidt dat af uit de tellingen voor het project Algemene Broedvogels Vlaanderen en uit de aantallen die jagers doorgeven.
 
Zo is ongeveer 56 procent van de patrijzen tussen 2007 en 2016 verdwenen in Vlaanderen. Nochtans blijkt uit cijfers van wildbeheereenheden (WBE’s), dat zijn samenwerkingsverbanden tussen individuele jachtrechthouders, dat de afschot met 39 procent gedaald is. Thomas Scheppers van INBO legt in De Morgen de oorzaak onder andere bij de intensievere landbouw.
 
Grote, open akkers en het gebruik van bestrijdingsmiddelen maken het de vogels moeilijk. Kuikens zijn afhankelijk van insecten en de nesten op de grond krijgen te weinig bescherming tegen roofdieren zoals vossen.
 
Maar landbouwers bieden wel steeds meer hulp. Zij kunnen rekenen op subsidies om hun akkers in te zaaien met grasstroken en voedselgewassen. Deze ‘akkervogelmaatregelen’ zijn sinds 2015 bijna vervijfvoudigd. Al betwijfelt Scheppers of dit op korte termijn soelaas zal bieden. Volgens hem zou 10 procent van het akkerlandschap opnieuw natuur moeten worden en dat is bijna niet haalbaar.
 
De patrijs is ook populair bij jagers. "Op de Rode Lijst van broedvogels valt hij in de categorie 'Kwetsbaar', maar de jacht is open", zegt Scheppers. Een wet uit 2008 staat ‘duurzaam jagen’ toe. Ieder jaar in de lente moeten WBE’s doorgeven hoeveel patrijzen ze in hun gebied tellen. Pas vanaf een bepaalde drempelwaarde mag de jacht beginnen.
 
INBO ziet wel twee eigenaardigheden want de WBE’s rapporteren erg hoge aantallen in de lente. Ook het aantal WBE’s dat mag jagen op de patrijs is tussen 2008 en 2019 gestegen van 99 tot 107. Dat terwijl het aantal patrijzen in sterke val is.
 
Scheppers betwijfelt of de patrijzenjacht overal nog zo duurzaam is. INBO pleit daarom voor nieuwe regels en een tijdelijke sluiting van de jachtgebieden waar te veel gejaagd wordt of waar er te weinig patrijzen zijn. Dat ziet de jagersvereniging Sint-Hubertus dan weer niet zitten. “Na de wolf wordt dit hét grote jachtdebat van deze legislatuur", laat woordvoerder Maarten Goethals optekenen in de krant. "Niet de jacht, maar de landbouw is de grootste boosdoener. Ook weten we dat de huidige telmethode niet echt betrouwbaar is. Daardoor zijn er volgens ons hier en daar onderschattingen."
 
Volgens Goethals is de jacht stilleggen niet per sé goed voor de patrijs. Hij verwijst naar Nederland waar de jacht verboden is, maar de patrijs er niet veel beter van geworden is. “Men moet ook beseffen dat jagers veel inspanningen leveren om de bij hen zo geliefde soort in stand te houden”, vertelt hij. “Het kan dat er hier en daar enkele cowboys zijn die overbejagen, maar veel patrijsjagers helpen de soort. Ze leggen bijvoorbeeld grasstroken, hagen en korven met zadenmengsels aan. Verbied je de duurzame jacht, dan zal ook de hulp van de jagers aan de patrijs stoppen."

Bron: De Morgen

Volg VILT ook via