nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.12.2017 Pesticidegebruik door overheden daalde met een kwart

De openbare besturen gebruikten in 2016 een pak minder bestrijdingsmiddelen dan het jaar daarvoor: 6,4 ton werkzame stof in plaats van 8,8 ton, wat een daling is met meer dan een kwart. Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij is dat vooral te danken aan de inspanningen van spoorwegbeheerder Infrabel. De zogenaamde sproeitrein blijft voor 82 procent van het totaalgebruik verantwoordelijk. Bij de gemeentebesturen zit er duidelijk schot in de zaak. Twee op de drie gemeenten onderhouden hun openbaar domein zonder bestrijdingsmiddelen, of met minder dan 1 kilo werkzame stof per jaar.

Al sinds 2004 wordt het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in Vlaanderen afgebouwd. De overheid wil daarin zelf het goede voorbeeld geven, en streefde naar een nulgebruik op het openbaar domein in 2015. Sindsdien geldt voor de terreinen van openbare diensten (gemeenten, provincies, Vlaamse overheidsinstanties, enz.) een verbod op het gebruik van pesticiden. Zo’n verbod geldt ook in bepaalde kwetsbare zones langsheen waterlopen, in drinkwaterbeschermingszones en op terreinen die toegankelijk zijn voor kwetsbare groepen (bv. speel- en sportterreinen).

Jaarlijks geeft de Vlaamse Milieumaatschappij een overzicht van de uitvoering van het decreet duurzaam pesticidegebruik en het bijbehorende besluit. In 2014 werd 9,3 ton werkzame stof gebruikt. In 2015, het eerste jaar waarin het verbod van kracht was, werd 8.861 kilo werkzame stof verspoten, grotendeels binnen de verleende afwijkingen. In 2016 is dat gedaald naar 6.407 kilo, wat erop wijst dat de openbare besturen in Vlaanderen in één jaar tijd veel zuiniger en duurzamer zijn gaan omspringen met bestrijdingsmiddelen.

De grootste daling situeert zich bij de onkruidbestrijdingsmiddelen die gebruikt worden voor het onderhoud van de spoorwegen. Herbiciden in het algemeen, en glyfosaat (77% van totaalgebruik) in het bijzonder, zijn nog altijd de meest gebruikte pesticiden door overheden. Glyfosaat wordt gevolgd door triclopyr, 2,4-D, MCPA, Bacillus thuringiensis, fluroxypyr en pelargonzuur. Opvallend is het verdwijnen van diflufenican als veelgebruikte stof in het openbaar domein en de gelijktijdige opmars van pelargonzuur. Pelargonzuur is een organisch vetzuur van plantaardige oorsprong, dat op de markt als biopesticide wordt aangeboden. De wetgeving duurzaam gebruik pesticiden maakt evenwel geen onderscheid tussen conventionele en biologische middelen.

De gemiddelde Vlaamse gemeente gebruikte vorig jaar nog 3 kilo bestrijdingsmiddelen, wat heel wat minder is dan de 31 kilo uit 2010. Een nulgebruik lukte 199 Vlaamse gemeenten, en nog eens 76 andere groendiensten van gemeenten beperkten het pesticidegebruik tot minder dan 1 kilo actieve stof. Alle gemeenten samen zijn verantwoordelijk voor 12 procent van het pesticidegebruik dat nu nog rest. Vijf procent komt van beheerders in opdracht van de Vlaamse overheid. Bij het Agentschap Wegen en Verkeer nam het gebruik toe, omdat er steeds meer Japanse duizendknoop en eikenprocessierups chemisch bestreden wordt. Het aandeel van de provincies in het totale gebruik is verwaarloosbaar.

Net zoals in 2015 blijft het spoorwegbeheerder Infrabel die het merendeel (82%) van de bestrijdingsmiddelen spuit. VMM merkt daarbij wel op dat het zij ook zijn die de sterke daling realiseerden. De zogenaamde sproeitrein die al 15 jaar de sporen in België onkruidvrij houdt, is sinds 2008 uitgerust met een infraroodsysteem voor onkruiddetectie. Wanneer de camera’s op de trein ‘groen’ detecteren, activeren ze het sproeisysteem enkel boven de opgemerkte plant. Zo worden de pesticiden pleksgewijs toegepast. Door een betere aansturing en opvolging van aannemers kon Infrabel het pesticidegebruik verder terugdringen. Ook de voor onkruidgroei weinig gunstige weersomstandigheden speelden mee.

Meer info: VMM

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via