nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.09.2019 Pluimveesector zit met zware kater door aanpak H3-virus

Voor de belangenverdedigers van pluimveehouders werd het geen rustige zomer. Het H3-virus noopte de vertegenwoordigers van het Algemeen Boerensyndicaat, Boerenbond en de Landsbond tot herhaaldelijk overleg met de overheid. Drie maanden lang besmette het virus, dat niet zo laagpathogeen bleek als het te boek stond, bedrijven in West- en Oost-Vlaanderen. Pas op 11 juli verscheen het Koninklijk Besluit dat nodig was opdat het Voedselagentschap de ruiming van besmette bedrijven kon bevelen met uitzicht op vergoeding voor de getroffen pluimveehouders. Driekwart van de 82 H3-positieve bedrijven had zijn stallen toen al leeggemaakt. Dat het allemaal zo lang moest duren, zorgde voor veel frustratie. De Landsbond blikt op Pluimvee.be terug op het débacle.

Eerstdaags wordt het KB verwacht dat de vergoeding regelt voor pluimveebedrijven die hun stallen op bevel van het Voedselagentschap ruimden na een besmetting met het H3-virus. Op 11 juli is daar het KB aan voorafgegaan dat het verplicht opruimen van H3-positieve pluimveebedrijven regelde. Finaal bekwam de pluimveesector dus dat bedrijven verplicht geruimd werden met de belofte vanwege de overheid dat vergoeding zou volgen. We schrijven ‘finaal’, want daar waren drie maanden vol onzekerheid en frustratie bij pluimveehouders en hun vertegenwoordigers aan voorafgegaan.

Een terugblik op Pluimvee.be door de Landsbond spreekt boekdelen. De getroffen pluimveehouders blijven in de kou staan door het uitblijven van de retroactiviteit, zo staat te lezen. De vergoedingsregeling geldt namelijk niet voor bedrijven die geruimd hebben voor 11 juli, noch voor de dieren gestorven aan H3N1 voor 11 juli. “Op het moment van publicatie van het KB betreffende het verplicht opruimen, had ongeveer driekwart van de 82 besmette pluimveebedrijven al geruimd”, verduidelijkt Landsbond-adviseur Martijn Chombaere aan VILT. Halverwege de zomer werden de kippen die klinische ziektesymptomen vertoonden, of te licht dan wel te zwaar waren voor slacht, onder het toeziend oog van het Voedselagentschap vergast. Slechts op een beperkt aantal bedrijven hoefde dat te gebeuren. De meeste bedrijven hebben hun kippen toen of voordien al laten slachten, ofwel voor consumptie ofwel voor kadaververwerking.

“Ondanks de gereduceerde slachtcapaciteit in de verlofperiode kon de voor ruiming voorziene termijn vrij goed gerespecteerd worden”, aldus Chombaere. Het Voedselagentschap houdt voor dat bedrijven evenwaardig vergoed zullen worden, ongeacht het vergassen dan wel slachten van de dieren. Hoe dat precies in zijn werk zal gaan, moet uit het KB betreffende de vergoedingen blijken. Daarover is advies ingewonnen bij de Raad van State, maar het KB moet nog verschijnen in het Staatsblad.

De Landsbond-adviseur benadrukt dat het op eigen initiatief ruimen van stallen aantoont dat de pluimveesector het probleem zelf daadkrachtig wou aanpakken, weliswaar met een vergoeding vanuit het Sanitair Fonds in het achterhoofd. Dat die vergoeding voorlopig (?) niet volgt voor de meeste pluimveehouders, terwijl zij zelf het fonds spijzen dat is opgericht om de verspreiding van dierziektes tegen te gaan, blijft onverteerbaar. “Een ijskoude douche als dank voor hun plichtsbewuste houding die de niet getroffen pluimveehouders, deelsectoren, provincies en landen ten goede kwam”, noemt de Landsbond het.

Lees verder op Pluimvee.be.

Bron: Pluimvee.be / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via