nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

19.06.2019 Raad voor dierenwelzijn ziet wel wat in mobiel slachten

Door het sluiten van verschillende kleine slachthuizen tijdens de vorige eeuw moeten dieren op de laatste dag van hun leven over grotere afstanden vervoerd worden. Actieve slachthuizen werden groter en dat bemoeilijkt het slachten van kleine partijen dieren voor hoevevleesverkopers. “Op beide problemen kan een mobiel slachthuis een antwoord bieden”, schrijft de Vlaamse Raad voor dierenwelzijn in zijn jongste advies. Wettelijk kan het, praktisch is het ook mogelijk zo bewijzen mobiele slachteenheden in andere Europese landen. Bij de rendabiliteit heeft slachthuizenfederatie FEBEV vragen. Een mobiele dodingsinstallatie heeft naar verluidt meer troeven omdat je zo transport van manke dieren kan vermijden zonder naar euthanasie te moeten grijpen. Dat is immers verspilling van vlees dat zich prima leent voor consumptie.

De laatste uren in het leven van een landbouwdier zijn behoorlijk stresserend door de manipulatie, het transport, de bedwelming en het slachtproces zelf in een onbekende omgeving. In de EU-verordening met betrekking tot dierenwelzijn bij het doden staat dat dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden moet worden bespaard. Voor sommige dieren is de stress in een slachthuis echter zo groot dat het bijna onmogelijk is om daaraan te voldoen. De Vlaamse raad voor Dierenwelzijn verwijst in dat verband naar manke en andere voor transport ongeschikte dieren. Ook voor dieren die extensief gehouden werden en niet gewoon zijn aan contact met mensen kan de stress in een slachthuis zo groot zijn dat een alternatief zich opdringt.

De experten van de raad zien nog meer argumenten voor het introduceren van mobiele slachteenheden. Kleine slachthuizen zijn met de jaren bijna allemaal gesloten zodat het transport vanaf de boerderij steeds langer ging duren. Bovendien is de schaalvergroting van de resterende slachthuizen een hinderpaal voor veehouders die hoevevlees aan de man brengen. Ook voor deze twee problemen kan ter plaatse slachten uitkomst bieden. De Europese verordening laat het gebruik van mobiele slachteenheden toe. De Raad voor dierenwelzijn schrijft dat zulke installaties in landen als Duitsland, Italië en Nederland reeds functioneren op privé- en overheidsinitiatief. Het zijn grote vrachtwagens met alles erop en eraan: verdoofsystemen, versnijdingsmachines, koeling, tanks voor proper en vuil water,...

De vrachtwagens komen tot op de boerderijen, om ter plekke de dieren te verwerken. “Dat kan het dierenwelzijn fors verbeteren”, zegt Dirk Lips, voorzitter van de raad. De Vlaamse adviesraad pleit daarom voor een wettelijk kader “met zoveel mogelijk garanties voor dierenwelzijn”, en breekt een lans voor steun aan initiatieven die mobiele eenheden willen ontwikkelen. Het Belang van Limburg vernam van ontslagnemend minister van Dierenwelzijn Ben Weyts dat hij het voorstel steunt. De krant toetste het advies ook af bij BioForum, één van de instanties die in opdracht van de Vlaamse overheid de haalbaarheid van mobiele slachteenheden onderzoekt. Paul Verbeke van BioForum zegt dat behalve de meerwaarde op vlak van dierenwelzijn – die in het kader van een onderzoeksproject door hogeschool Odisee onderbouwd werd – ook de vleeskwaliteit er mee gebaat zou zijn. Wanneer dieren stress hebben, komen immers hormonen vrij die de vleeskwaliteit negatief beïnvloeden.

Verbeke geeft slachthuizenfederatie FEBEV gelijk dat de rendabiliteit van een mobiele slachteenheid een struikelblok is. “Bij runderen zijn er vijf tot zes slachtingen per dag nodig voor ze rendabel zijn.” Een alternatief zijn kleinere 'dodingsunits', die de dieren ter plekke bedwelmen en doden waarna de rest van het proces in het slachthuis plaatsvindt. Bij een volledige mobiele slachteenheid gebeurt ook de verwerking van het karkas ter plaatse. Een mobiele dodingsunit heeft volgens FEBEV meer kans op slagen omdat er ook buiten de korte keten een markt voor is. Gedelegeerd bestuurder Michael Gore: “Elke veehouder komt wel eens tegen dat een dier niet goed te been is. Het mag dan niet op transport richting slachthuis want de wetgever schrijft voor dat een dier zich zelfstandig moet kunnen voortbewegen. Een mobiele 'dierenambulance' zou deze runderen of varkens uit hun lijden kunnen verlossen. Zo vermijd je dat een ongeschikt dier willens nillens toch op transport wordt gezet. En je vermijdt ook het alternatief dat geen steek houdt in het licht van de strijd tegen voedselverspilling, namelijk euthanasie van een dier met een manke poot dat voorts gezond is.”

Gore neemt kennis van het advies inzake mobiele slachteenheden op het moment dat VILT hem daarover opbelt. Liever had hij namens FEBEV mee rond de tafel gezeten in de Raad voor dierenwelzijn. “Jammer dat de sector van de slachthuizen niet geconsulteerd werd omtrent een materie die volledig in lijn ligt met onze activiteiten. Het resultaat is een advies dat niet alle aspecten in overweging lijkt te nemen. Behalve bij de rendabiliteit van een mobiele slachteenheid hebben wij namelijk ook vragen bij de technische haalbaarheid als je weet dat een 'vast' slachthuis aan 101 voorwaarden moet voldoen.” Twee maanden geleden zijn slachthuizen rond de tafel gaan zitten met vertegenwoordigers van de korte keten. Van dat overleg verwacht de FEBEV-bestuurder concrete resultaten: “Het aantal veehouders dat hoevevlees verkoopt, is nog altijd beperkt. Toch zijn er leden-slachthuizen die hun dienstverlening beter willen afstemmen op de behoeften in de korte keten. Als sectorfederatie werken we daarom aan een brochure die hoevevleesproducenten beter informeert over de mogelijke samenwerkingsovereenkomsten.”

Bron: eigen verslaggeving / Het Belang van Limburg

Beeld: Kemperkip.com

Volg VILT ook via