nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.09.2019 Rechtszekerheid voor grasstroken in beheerovereenkomst

Door de regels die gelden voor blijvend grasland bestaat bij landbouwers nog altijd de vrees dat de grasstroken die ze aanleggen in het kader van een vrijwillige beheerovereenkomst na vijf jaar niet meer mogen scheuren. Het Departement Landbouw en Visserij is echter formeel: op grasstroken die aangelegd worden in het kader van een beheerovereenkomst met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) rust na vijf jaar geen instandhoudingsplicht. Het Agentschap voor Natuur en Bos voegt er wel aan toe dat de landbouwer in VEN-gebieden een ontheffing moet aanvragen als hij de grasstrook na afloop van zijn contract wenst te scheuren. Die situatie komt voor alle duidelijkheid niet zo vaak voor. “Rechtszekerheid”, aldus VLM, “is cruciaal voor het succes van het instrument beheerovereenkomsten.”

Het behoud van blijvend grasland is belangrijk in de strijd tegen klimaatverandering omwille van de opgeslagen koolstof in de bodem. Door het omploegen van blijvend grasland komt namelijk de vastgelegde koolstof opnieuw in de atmosfeer terecht als koolstofdioxide, een belangrijk broeikasgas. Daarnaast zijn sommige percelen blijvend grasland ecologisch kwetsbaar door de aanwezige fauna en flora. Het scheuren of doorzaaien van graslanden is dan ook niet steeds toegelaten. Graslanden kunnen immers beschermd zijn door landbouw-, natuur- of onroerend erfgoedregeling.

Voor grasstroken die aangelegd zijn in het kader van een VLM-beheerovereenkomst gelden na vijf jaar geen instandhoudingsverplichtingen. Dat bevestigt het Departement Landbouw en Visserij na een vraag van de Vlaamse Landmaatschappij. Dat een landbouwer na afloop van de verbintenis een erosiestrook, een bufferstrook naast een kwetsbaar landschapselement, een vluchtstrook voor vogels in weidevogelgebied, … wil scheuren, is dus mogelijk. Net die garantie op de omkeerbaarheid van de maatregelen bepaalt in grote mate het succes van de VLM-beheerovereenkomsten. “Rechtszekerheid is dan ook een cruciale factor om landbouwers te overtuigen een beheerovereenkomst te sluiten”, laat VLM optekenen.

Ook voor grasstroken gelegen binnen het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) geldt die rechtszekerheid, zij het wel dat de landbouwer een ontheffing bij het Agentschap voor Natuur en Bos moet aanvragen op het scheurverbod dat in die gebieden geldt. “Alle grasland dat wordt aangelegd binnen VEN-gebied en dat minstens vier jaar lang ononderbroken behouden blijft, wordt namelijk beschouwd als permanent grasland”, aldus het Agentschap voor Natuur en Bos. Dat is ook zo voor grasland aangelegd in uitvoering van een beheerovereenkomst. Natuurwaarden die al aanwezig waren voor de aanleg van de beheerovereenkomst dienen in elk geval behouden te blijven. Het aantal grasstroken onder beheerovereenkomst in VEN-gebied is overigens erg klein. Van de ruim 4.600 hectare aan grasstroken onder beheerovereenkomst in Vlaanderen, gaat het om slechts 175 hectare in VEN-gebied.

Die rechtszekerheid voor landbouwers maakt dat elke maatregel in het kader van een VLM-beheerovereenkomst na vijf jaar in principe kan worden teruggeschroefd. De tijdelijkheid van de VLM-beheerovereenkomsten blijkt in de praktijk echter wel een relatief gegeven. De bedrijfsplanners van VLM slagen er namelijk in om jaarlijks 80 procent van de beheerovereenkomsten die aflopen te hernieuwen. Bovendien worden er jaar na jaar meer beheerovereenkomsten gesloten. Zo nam de oppervlakte dit jaar met 1.654 hectare toe: van 9.690 hectare in 2018 naar 11.344 hectare dit jaar.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Vlaamse Landmaatschappij

Volg VILT ook via