nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.04.2017 "Resultaat melkjaar 2016 beter dan het gevoel"

Daar waar melkveehouders met heimwee terugdenken aan de prima jaren 2013 en 2014 lieten de eerste postquotumjaren 2015 en 2016 een bittere nasmaak achter. Ondanks de uitzonderlijke lage melkprijs blijkt uit het rekenwerk van adviesbureau Liba ietwat verrassend dat het gemiddelde inkomen 2016 net positief is. “Beter dan verwacht”, klinkt het in vakblad Melkveebedrijf. In 2016 werd op het gemiddelde Liba-bedrijf 14 procent meer melk afgeleverd en bleef de cashflow nipt positief. Tegelijkertijd bleek de melkprijs voor ongeveer de helft van de bedrijven niet kostendekkend.

Het melkjaar 2016 is de geschiedenisboeken ingegaan als een jaar waarin de melkprijs diepe dalen kende, maar hij met het jaareinde in zicht ook weer opveerde. Weinig melkveehouders zullen er euforisch op terugblikken, maar een onuitgegeven annus horribilis was het nu ook weer niet, zo blijkt uit cijfers van adviesbureau Liba waarover vakblad Melkveebedrijf verslag uitbrengt. Het gemiddeld inkomen op de Liba-bedrijven was net positief, wat toch beter is dan verwacht.

Een eerste vaststelling is dat de geanalyseerde bedrijven fors gegroeid zijn. In 2016 werd op het gemiddelde Liba-bedrijf 14 procent meer melk afgeleverd dan in 2015. Die groei is vooral een gevolg van het opvullen van bestaande stallen en de hogere productie per koe, met dank aan een gestegen managementniveau. Wat de ruwvoederproductie per hectare betreft wordt opgemerkt dat het gemiddeld bedrijf over de grens van de eigen productie groeit en dus voeder moet aankopen en ook mest moet afvoeren. Dat zorgt op de zogenaamde ‘grondloze’ liters voor een extra kost tussen de 3 en 5 cent per liter. Bedrijven intensiveren met andere woorden en groeien boven de capaciteit van het beschikbare land.

De schuldpositie per koe en per liter daalt dan weer, net als de financieringslast per liter. De productie per arbeidskracht loopt de afgelopen vijf jaar op met 30 procent, terwijl de uitgaven voor personeel stabiel bleven. Er wordt met andere woorden steeds harder gewerkt op de Vlaamse melkveebedrijven. Wat het inkomen betreft was er vorig jaar uiteraard de enorme prijsdip die eind 2014 was ingezet. Tijdens de tweede helft van 2016 zorgde een tekort op de internationale markten voor de verhoopte heropleving. Gemiddeld komt de melkprijs voor 2016 uit op 28,06 euro per 100 liter.

Die prijs was voor de ongeveer de helft van de bedrijven gedurende 2016 niet kostendekkend. Dat wil zeggen dat één bedrijf op twee verplicht is geweest liquide reserves te gebruiken, hun bank aan te spreken voor extra financiële ruimte of leveranciersschuld heeft opgebouwd. Geluk bij een ongeluk is dat niet alleen de inkomsten daalden, maar er ook een dalende trend vast te stellen was in de variabele kosten, voornamelijk te danken aan de daling van de krachtvoerkost. De sojaschrootprijzen bereikten het laagste niveau in zeven jaar. De ruwvoederteelten leverden dan weer een pover resultaat op door de wisselvallige weersomstandigheden – nat voorjaar, droog najaar.

Daarnaast zijn er enkele eenmalige effecten die het inkomen op de melkveebedrijven verhoogd hebben: de Comeos-toeslag vanuit de supermarkten en de vervroegde uitbetaling van de bedrijfstoeslag, waardoor er gedurende 2016 anderhalf keer de waarde van de bedrijfstoeslag werd uitbetaald. Wat de cashflow betreft blijkt 2016 een zeer matig jaar, maar wel beter dan 2015. De beschikbare middelen per liter melk waren erg laag door de inflatie enerzijds en de daling van de neveninkomsten. Bedrijven moesten met andere woorden groeien om jaar na jaar hetzelfde inkomen te blijven verwerven en de vaste kosten op een gelijk te niveau te houden per liter melk.

Gelukkig geeft 2017 terug wat ademruimte, zo klinkt het. De huidige verwachting zou een gemiddelde melkprijs van ongeveer 34 euro per 100 liter zijn, al zijn er uiteraard heel wat factoren die de prijs positief of negatief kunnen beïnvloeden. Aan de positieve kant staat onder meer een opleving van de export naar China, een aanbodkrimp in Nieuw-Zeeland, een stijgende boterconsumptie, stijgende olieprijzen die de koopkracht in olieproducerende landen verhogen en de fosfaatproblematiek in Nederland, die voor een productiekrimp op Europees niveau kan zorgen.

Factoren die de melkprijs kunnen drukken, zijn: een lage magere melkpoederprijs, een grote voorraad aan mager melkpoeder, de handelsban met Rusland, olieproducerende landen die weinig melk inkopen en een aanbodstijging in Ierland, België en Duitsland. De EU verwacht de komende vijf jaar een melkprijs van gemiddeld 31 tot 32 euro per 100 liter met een minimum van 28 en een maximum van 35 euro per 100 liter. 

Bron: Melkveebedrijf

Volg VILT ook via