nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

08.01.2015 Schauvliege op zoek naar extra steun varkenssector

De varkenssector verkeert in een grote crisis, zo erkent ook Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege die aangeeft dat ze samen met de hele sector naar oplossingen zoekt. Bij gebrek aan Europese bewegingsruimte en steun stelt Schauvliege voor om te kijken wat op Vlaams niveau mogelijk is. Naast eerdere voorstellen omtrent premies voor lichtere slachtgewichten en private opslag, en vervroegde uitbetalingen van de VLIF-steun, zet de minister nu de deur op een kier voor een verhoogde tegemoetkoming voor de kosten van het ophalen van kadavers door Rendac.

"We laten het dossier van de varkenssector niet los." Dat heeft landbouwminister Joke Schauvliege gezegd in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement. "We vergaderen bijna wekelijks met de sector om voor de verschillende schakels in de keten oplossingen te zoeken", zo antwoordde de minister op vragen van commissieleden Francesco Vanderjeugd (Open Vld), Jos De Meyer (CD&V), Jelle Engelbosch (N-VA) en Stefaan Sintobin (Vlaams Belang), die allen hun ongerustheid hadden geuit over de situatie waarin de varkenssector zich bevindt.

In de eerste plaats bracht minister Schauvliege in herinnering dat ze een bilateraal overleg met de Europese landbouwcommissaris Phil Hogan had gevraagd en gekregen, samen met de bevoegde collega’s van de andere gewesten en de federale regering. Dat gesprek liep echter op een sisser af: volgens Hogan zijn de problemen in de Vlaamse varkenssector niet te wijten aan de Ruslandcrisis, maar moet de oorzaak vooral gezocht worden bij een structurele overproductie en overaanbod. De Belgische delegatie antwoordde met de nadrukkelijke vraag of die stelling met cijfermateriaal kan onderbouwd worden.

Maar ook buiten dat bilateraal overleg heeft Schauvliege tot nu toe weinig medestanders gevonden op het Europese toneel: "Het probleem dat zich stelt, is dat we een beetje geïsoleerd staan ten opzichte van de lidstaten die rond België liggen. Dat is het vervelende. Frankrijk, Duitsland en Nederland steunen onze voorstellen voor hulp aan de varkenssector niet. We zitten geïsoleerd op een eiland, en het feit dat de grote lidstaten tegen zijn, helpt natuurlijk niet", aldus Schauvliege.

En dus beseft de landbouwminister dat er voorlopig niets anders opzit dan te bekijken welke maatregelen op Vlaams niveau de economische ellende in de varkenssector ietwat kunnen verlichten, hoe beperkt ook. Want Vlaanderen bevindt zich in "een strak Europees keurslijf", zo weet Schauvliege, "en aangezien we niet zo maar in de markt kunnen ingrijpen, hebben we weinig mogelijkheden". Toch liet de minister zich in dat opzicht eind vorig jaar al opmerken met het vervroegd uitbetalen van de VLIF-steun.

Ook premies voor private opslag en lichtere slachtgewichten kwamen al op tafel. Die laatste maatregel moet Europees worden bepleit, al weet Schauvliege vooraleer ze richting Europa stapt graag eerst van de sector of er voldoende draagvlak voor is. Zelf gaf de minister wel aan "de mogelijkheid te onderzoeken" voor een verhoging van de tegemoetkoming bij de betaling van de facturen voor Rendac.

Op dit moment wordt aan de tegemoetkoming acht miljoen euro besteed, en de vraag is of dat bedrag kan opgetrokken worden. "Dit betekent dat we ergens in de begroting een aantal miljoenen euro’s moeten vinden om dit tijdelijk op te lossen", aldus Schauvliege. "Dit is één van de weinige rechtstreekse maatregelen die de Vlaamse overheid kan nemen. We onderzoeken momenteel waar we die middelen kunnen vinden."

Tenslotte gaf de minister nog mee ook de veevoederfabrikanten en de banken in het sectoroverleg te willen betrekken, nadat commissielid Jos De Meyer "grote zorgen" had geuit over de "hypotheek de veevoederindustrie op een aantal varkensbedrijven neemt, geruisloos en onzichtbaar". Dat kan volgens De Meyer op korte termijn soms soelaas brengen voor de betrokken varkenshouders, maar kan op lange termijn ook leiden tot ernstige probleemsituaties. "Ik volg die bezorgdheid", klonk het bij de minister.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via