nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.04.2020 Stevenen we af op een hongerpandemie?

In crisistijden plooien veel landen terug op zichzelf, wat leidt tot schaarste en torenhoge voedselprijzen. Volgens Arif Hussain, hoofdeconoom van het Wereldvoedselprogramma (WFP), en Johan Swinnen van het International Food Policy Research Institute moeten we net het tegenovergestelde doen en investeren in extra steunfondsen. Zo niet, dreigen een kwart miljard mensen in grote hongersnood terecht te komen.
Wat Rusland doet met de graanexport, is volgens Hussain geen goed idee. Hij verwijst hiervoor naar de voedselcrisis van 2008. “Toen zagen we hoe dit tot paniekreacties leidde, waardoor wereldwijd schaarste werd gecreëerd”, vertelt hij aan De Morgen.  
 
In deze coronatijden valt de wereldwijde handel volledig stil, waardoor een globale voedselcrisis dreigt. "Landen moeten er alles aan doen om de grenzen voor transport open te laten”, stelt Hussain. “Voor veel mensen in arme of kwetsbare landen is dit hun enige levenslijn. Als die wegvalt, dreigt honger."
 
WFP roept de landen op om hun bijdrages te storten zodat burgers in oorlogsgebieden kunnen blijven geholpen worden. Eerder was er al 1,9 miljard dollar toegezegd door de donorlanden. Zonder tussenkomst dreigt er immers hongersnood voor 130 miljoen mensen extra door de coronacrisis, vreest de VN-organisatie. Het aantal mensen met acute honger zou hiermee naar maar liefst een kwart miljard stijgen. Daarvan leven 30 miljoen mensen in oorlogs- of conflictgebieden, waar er sowieso al voedseltekorten zijn.
 
In 2019 beschikte WFP over een budget van 8,3 miljard dollar om 100 miljoen mensen wereldwijd aan voedsel te helpen. “Dit jaar zullen we zeker 2 tot 4 miljard meer nodig hebben omdat er tientallen miljoenen hulpbehoevenden bij komen”, zegt Hussain. “Die 1,9 miljard hebben we nu acuut nodig om die 30 miljoen mensen in conflictlanden voor de komende drie maanden te kunnen helpen. Zij zijn volledig afhankelijk van voedselhulp. Als wij ze niet meer kunnen helpen, is er voor hen niets anders dan honger."
 
Wat we vandaag meemaken op vlak van internationale handel is ongezien. “Zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog ging de handel door”, vertelt Hussain. “Er is nog wel handel, maar niet in het tempo dat we gewend zijn.” Hij merkt het ook in de supermarkt in zijn thuisstad Rome waarom sommige rekken leeg zijn. “Die producten worden gewoon niet meer aangevoerd. Moet je je voorstellen hoe dat in arme landen is die volledig afhankelijk zijn van voedselimport.”
 
Als nog meer landen het voorbeeld van Rusland, China en Vietnam volgen, die de export van rijst en graan aan banden hebben gelegd, wordt dat volgens Hussain rampzalig. “Bij de voedselcrisis in 2008 zag je dat wel dertig tot veertig landen hun export stopten. Iedereen ging in paniek hetzelfde doen en daarnaast hamsteren. Dit leidde tot schaarste in andere landen met als gevolg torenhoge voedselprijzen. Zo creëer je kunstmatig tekorten terwijl die er niet zijn. In tegenstelling tot tien jaar geleden is er voldoende voedsel in de wereld. Maar je ziet hoe kwetsbaar de voedselketens zijn en hoe afhankelijk we van elkaar zijn."
 
Ook volgens Johan Swinnen, het hoofd van het International Food Policy Research Institute, zit het probleem in het uiteenvallen van de voedselketens. “Er is momenteel geen probleem met de productie van voedsel, maar het geraakt niet bij de consument”, vertelt hij aan Terzake.
 
Bijkomend probleem is dat ook landen hamstergedrag vertonen. “Landen die normaal grote exporteurs zijn van graan beginnen nu zelf te hamsteren door hun export te beperken”, zegt Swinnen. “Dat maakt de problemen globaal veel erger want het drijft de prijzen op en creëert minder toegang tot voedsel voor andere landen.”
 
Een oplossing ziet Swinnen in de sociale ondersteuningsprogramma’s waar alle landen en organisaties zoals de Wereldbank op inzetten. Ook de ‘groene kanalen’, systemen waardoor voedsel een soort voorkeursbehandeling krijgt in de handel, kunnen soelaas bieden.
 
Maar deze crisis biedt ook kansen. “Een aantal landen en overheden zijn zich aan het herorganiseren om met deze nieuwe situatie om te gaan”, besluit Swinnen. “Ze evolueren van crisismanagement naar het ‘nieuwe normaal’ omdat ze beseffen dat deze situatie wel eens 2 à 3 jaar zou kunnen duren.”

Bron: De Morgen / Terzake

Volg VILT ook via