nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

05.01.2017 Stijgende voedselprijzen helpen armoede indijken

Uit een nieuwe studie van het International Food Policy Research Institute blijkt dat stijgende voedselprijzen de armoedecijfers doen dalen, en niet doen stijgen zoals onder meer Oxfam, maar ook het IMF, de Wereldbank en de Wereldvoedselorganisatie tijdens de voedselcrisis van 2008 beweerden. Het onderzoek haalt twee belangrijke verklaringen aan: hogere voedselprijzen betekenen meer inkomen voor landbouwers, en hogere prijzen doen tegelijk ook de lonen stijgen, vooral op het platteland. 

Vooral de landbouw, waar veel van de armsten actief zijn, profiteert van hogere voedselprijzen. Daardoor zijn hoge voedselprijzen effectiever in het bestrijden van armoede dan lage voedselprijzen. Dat concludeert Derek Headey, onderzoeker bij het International Food Policy Research Institute, uit een studie naar de invloed van de schommelende voedselprijzen in de jaren 90 en 2000 en hoe die het aantal extreme armen beïnvloedde. De resultaten komen op een moment dat de wereldwijde voedselprijzen op een jaar tijd met 10 procent zijn gestegen. Vooral suiker (+39%) en zuivel (+23%) werden fors duurder.

Hoe komt het precies dat hoge voedselprijzen voor minder armoede zorgen? Headey geeft zelf twee verklaringen voor zijn vaststelling. Hogere voedselprijzen zijn goed voor landbouwers, precies de sector waarin heel wat van de armsten actief zijn. De landbouwproductie neemt toe als de prijzen stijgen, waardoor landbouwers - ook na correctie voor inflatie - meer verdienen. Een tweede verklaring is dat de hogere prijzen de lonen doen stijgen, vooral op het platteland. Daardoor verkleint de loonkloof tussen het platteland en de stad.

Professor ontwikkelingseconomie Jo Swinnen (KU Leuven) is niet verbaasd over de resultaten. “Driekwart van de allerarmsten woont op het platteland of is afhankelijk van de landbouw, waardoor ze dus ook afhankelijk zijn van de landbouwprijzen”, aldus Swinnen. Ook uit Swinnens eigen onderzoek bleek dat de sterke stijging in de voedselprijzen in 2007 en 2008 niet leidde tot meer honger in Afrikaanse landen. “Maar dat geldt niet voor iedereen”, zegt hij. “In de landen waar voedsel moet worden ingevoerd, zijn de inwoners gemiddeld slechter af.”

Volgens Swinnen moeten ngo's en internationale instellingen rechtlijniger communiceren over voedselprijzen. Oxfam protesteerde in 2008 tegen de hoge prijzen, terwijl het drie jaar eerder nog ophef maakte over te lage prijzen. “Lage prijzen maken het landbouwers in ontwikkelingslanden onmogelijk om te concurreren. Daardoor verliezen 900 miljoen boeren hun levensonderhoud”, klonk het toen. Ook de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), het IMF, de Oeso en de Wereldbank maakten een gelijkaardige bocht.

“De discussie moet niet gaan over de vraag of de prijzen te hoog of te laag zijn”, reageert Thierry Kesteloot van Oxfam België. “Belangrijk is dat de prijzen lonend zijn voor de boeren en zeker de kosten dekken. In het algemeen is het duidelijk dat de prijzen hoger moeten op lange termijn, maar het hangt sterk van de context af. Als de prijzen hoog zijn omdat er niet of te weinig geproduceerd kan worden, dan lossen die hoge prijzen niets op.”

Volgens Kesteloot hebben vooral grote prijsschokken een negatief effect. Een studie van de Wereldbank uit 2014 toont aan dat ook bij een verdubbeling van de prijzen de armoede nog sterker daalt dan bij een kleine stijging. Ook bij de niet-landbouwbevolking, behalve op de hele korte termijn. “Maar als de marktprijs verdubbelt, is dat vooral negatief voor de meest kwetsbaren”, zegt Kesteloot. Ook Swinnen stipt aan dat hoge prijzen op zich niet voldoende zijn om de armoede te verminderen. “De hogere prijzen moeten ook bij de boeren zelf terechtkomen. Vaak is dat niet het geval, door corruptie of door een slechte infrastructuur.” 

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via