nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

06.02.2017 Strak geleide reddingsoperatie hamster en kiekendief

De grauwe kiekendief, een prachtige roofvogel, en de wilde hamster hebben het allebei moeilijk om in Vlaanderen te overleven. Beide soorten voelen zich thuis in grote aaneengesloten akkergebieden en die zijn nog moeilijk te vinden. Om de achteruitgang van deze twee soorten en behalve de kiekendief ook alle andere akkervogels te stoppen, keurde Vlaams minister van Natuur Joke Schauvliege zogenaamde soortenbeschermingsplannen goed. Daarin zijn allerlei maatregelen en middelen voorzien. Zo komen er nu vier gebiedscoördinatoren die lokaal in overleg zullen gaan, op zoek naar leefgebieden en draagvlak voor deze soorten. Voor de algemene coördinatie rekent minister Joke Schauvliege op het Agentschap voor Natuur en Bos.

De grauwe kiekendief is een kleine roofvogel die in Vlaanderen bijna niet meer voorkomt. Nochtans engageerde Vlaanderen zich om in de toekomst 15 broedparen te hebben. De roofvogel broedt in Noordwest-Europa in open akkerbouwgebieden met voldoende ecologische infrastructuur. De hamster is een uiterst zeldzaam knaagdier dat een tiental jaar gelden in de leemstreek nog wijdverspreid voorkwam, vooral op graanakkers. Vandaag blijven er slechts twee relictpopulaties over. Oorzaken zijn onder andere de intensivering van de landbouw, het verlies en de versnippering van het leefgebied, en als gevolg daarvan de genetische verzwakking van de soort.

Zogenaamde soortenbescherminsplannen moeten deze soorten opnieuw een kans geven. De plannen zijn er vooral op gericht om geschikt leefgebied te ontwikkelen. Voor de grauwe kiekendief wordt daarnaast ook ingezet op goede nestbescherming en de nodige flankerende maatregelen. Voor de hamster, waarvan de populatie zo klein geworden is dat natuurlijk herstel onmogelijk is, zal een herintroductieprogramma nodig zijn. Dat houdt een kweekprogramma in, gevolgd door het gericht uitzetten van de diertjes om de hamsterpopulatie weer op peil te brengen in de omgeving waar ze het meeste kans op overleven hebben.  

Omdat de soorten in eerste instantie leefgebied nodig hebben, wordt er gebiedsgericht gewerkt. Zo zijn er drie kernzones aangeduid voor de grauwe kiekendief: De Moeren, de Leemstreek (Hoegaarden, Gingelom en Heers-Rutten) en een regio in Limburg rond Peer. Voor de hamster is er één kernzone aangeduid rond Widooie, een deelgemeente van Tongeren. Elke zone krijgt nu een gebiedscoördinator, die een gebiedsvisie uitwerkt en de maatregelen op het terrein zal coördineren. De vier gebiedscoördinatoren zullen er onder meer voor zorgen dat de populaties gemonitord worden, de hamsters op de meest efficiënte wijze uitgezet worden en de nesten van grauwe kiekendief indien nodig beschermd worden.

Voor de realisatie van de beoogde doelen is een goede coördinatie en samenwerking essentieel. De uitvoering van de soortenbeschermingsprogramma’s wordt geleid door een algemeen coördinator binnen het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). De gebiedscoördinatoren zullen ook nauw samenwerken met de bedrijfsplanners van de Vlaamse Landmaatschappij. De gebiedscoördinatie voor de Grauwe kiekendief zal in de Moeren uitgevoerd worden door studiebureau Antea Belgium, in de Leemstreek door Regionaal Landschap Zuid-Hageland en in Peer door ANB zelf. Voor de hamster zal de gebiedscoördinatie uitgevoerd worden door Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren.

“Met de aanstelling van de gebiedscoördinatoren zetten we een grote concrete stap om in overleg met alle actoren oplossingen te vinden voor deze twee soorten die het in Vlaanderen moeilijk hebben”, zegt Vlaams natuurminister Joke Schauvliege. “Grauwe kiekendief en hamster worden 'paraplusoorten' genoemd. Dat betekent dat wat goed is voor hen, ook andere soorten vooruithelpt. Het gaat dan voornamelijk over akkervogels van open landschappen zoals veldleeuwerik, gele kwikstaart of grauwe gors. Alsook voor ander roofvogelsoorten zoals blauwe kiekendief, velduil, torenvalk en bruine kiekendieven.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via