nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

26.06.2015 Syngenta bouwt aan platform duurzame landbouw

Syngenta, een multinational actief in de toelevering aan landbouw, bouwt in het Waals-Brabantse Ittre verder aan haar boerderij van de toekomst. Daarvoor kan het nu ook rekenen op tractorfabrikant New Holland en op ICL Specialty Fertilizers, een bedrijf gespecialiseerd in de productie van kunstmest. “We zijn zeer blij dat deze partners toetreden tot ons project duurzame landbouw. Samen kunnen we veel beter bouwen aan het landbouwbedrijf van de toekomst”, zegt Jan Bouwman, manager Duurzaamheid & Stewardship bij Syngenta.

In totaal werkt Syngenta met acht landbouwbedrijven in Europa samen in het Interra Farm Network. Alle landbouwbedrijven zijn privaat gerunde, rendabele bedrijven die bepaalde technieken en toepassingen in hun bedrijfsvoering opnemen om meer duurzaamheid op het terrein te bewerkstelligen. “Daarbij ligt de focus onder meer op verhoging van de biodiversiteit, erosiepreventie, zuinig watergebruik, verhoging van de arbeidsveiligheid voor de landbouwers en ondersteuning van de ontwikkeling van het platteland”, legt Bouwman uit.

Hij benadrukt dat het gaat om bedrijven die economisch rendabel zijn. “Dat is een must”, klinkt het. Als landbouw stopt met winstgevend te zijn, is hij ook niet meer duurzaam. Met dit netwerk wil Syngenta aantonen dat intensieve landbouw en verbetering van de natuurlijke rijkdommen kunnen samengaan. “In het netwerk worden moderne technologieën en agronomische oplossingen gecombineerd met advies van experten en het harde werk en toewijding van echte landbouwers. Ons doel is het verantwoord gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, zaden en andere kostbare hulpbronnen waarvan de productiviteit afhankelijk is, te stimuleren”, aldus Bouwman.

Het bedrijf van Ferdinand Jolly in Ittre tracht deze mooie woorden om te zetten in de praktijk. Het bedrijf teelt onder meer gerst, tarwe, suikerbieten, witloof, maïs, aardappelen, uien, aardbeien en erwten op een oppervlakte van 307 hectare. Ongeveer vijf procent van het areaal wordt voorbehouden om de biodiversiteit te verhogen. Dat gebeurt onder meer door de aanleg van bloemenranden, faunastroken, erosiestroken en een poel. Ook agroforestry is aanwezig op het bedrijf. Tezelfdertijd wordt op heel wat percelen minimale grondbewerking toegepast en wordt er compost op basis van tuinafval van buurtbewoners gebruikt. Daarnaast werd samen met Syngenta een techniek ontworpen, de Heliosec, die spoelwater van het spuittoestel natuurlijk zuivert.

“Ferdinand bewijst al meer dan vier jaar op zijn bedrijf dat productiviteit en zorg voor de natuur samen gaan. Maar toch merkten we dat onze samenwerking tegen zijn grenzen aan liep”, verklaart Bouwman waarom er externe partners bij het bedrijf betrokken werden. Een eerste partner is New Holland, fabrikant van onder meer tractoren en oogstmachines. “Door tractoren op het bedrijf van Ferdinand Jolly uit te rusten met GPS-sturing kunnen we onder meer zorgen voor precisiebemesting en -bespuiting van de gewassen. Er wordt dus niet meer kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen toegediend dan nodig”, legt Maarten Desmet, Precision Farm Specialist van New Holland uit. Zo komt men tot een hogere opbrengst met minder input.

Ook ICL Specialty Fertilizers streeft die doelstelling na. Door hun kunstmeststoffen uit te rusten met een coating willen ze efficiënter, economischer en ecologischer gaan bemesten. “Die coating gaat de meststoffen gecontroleerd doen vrijkomen over een periode van een maand tot 18 maanden, afhankelijk van de plantbehoefte”, legt Klaas de Boeck uit. “Wanneer de meststoffen ook nog heel dicht bij de plant worden toegediend, kunnen we ervoor zorgen dat er geen uitspoeling is van stikstof naar het grondwater wat niet alleen het milieu ten goede komt, maar ook de portefeuille van de boer, want er moet minder kunstmest toegediend worden.” Studies hebben aangetoond dat er in Europa alleen al jaarlijks een verlies van 45 tot 55 miljoen euro is aan stikstof. “Op die manier hoeven kunstmest en duurzaamheid geen contradictie te zijn.” Momenteel loopt er een proef met aardappelen die bemest zijn met de kunstmest van ICL op het bedrijf van Jolly.

Het Interra Farm Network en het proefbedrijf in Ittre vormen een onderdeel van het Good Growth Plan van Syngenta. Via dit plan wil de multinational haar kennis en technologie bundelen om bij te dragen aan een duurzame landbouw. Zo streeft Syngenta naar meer voedsel en minder afval door gewassen tot 20 procent efficiënter te maken zonder meer land, water of hulpbronnen te gebruiken. Het wil ook meer biodiversiteit en minder degradatie van grond door specifieke inspanningen te leveren op vijf miljoen hectare landbouwgrond. Tot slot wil men via het plan meer gezondheid en minder armoede voor landbouwers en landarbeiders door bijvoorbeeld de productiviteit te laten stijgen of mensen veiliger te laten werken.

“Dit zijn geen loze beloftes”, zegt Jan Bouwman. “We laten dit ook monitoren door een onafhankelijk onderzoeksbureau.” Dit bureau zal onder meer de evolutie bijhouden van de opbrengst ten aanzien van parameters zoals kilo actieve stof gewasbeschermingsmiddel, kilo stikstof, liter water of gewerkte uren van een machine. Naast het Interra Farm Network maakt Syngenta daarvoor ook gebruik van de gegevens verzameld bij 860 referentiebedrijven en 2.738 benchmarkbedrijven in 40 landen. Referentiebedrijven zijn bedrijven die aangemoedigd worden om geoptimaliseerde gewasprotocols en best beschikbare technieken te gebruiken, terwijl de benchmarkbedrijven de conventionele teeltpraktijken hanteren.

Waarom doet een multinational als Syngenta die een leidende positie bekleedt in de markt van gewasbeschermingsmiddelen en de derde plaats op de markt van de commerciële zaden, zoveel moeite om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen? “We willen hier zelf het voortouw nemen omdat we begrijpen dat dit een belangrijke en terechte maatschappelijke zorg is. Het verkeerd en veelvuldig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is geen voordeel voor ons bedrijf. Momenteel verdwijnen er vier keer sneller middelen dan er bij komen. We voorzien in de toekomst een verandering van ons businessmodel. De zorg voor natuur levert waarschijnlijk kansen op voor onze zadentak zodat die tak op termijn de bovenhand zal krijgen”, besluit Bouwman.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via