nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Terugblik op 10 jaar landbouwactualiteit
10.10.2019  Vijf waarnemingen vanop de eerste rij

Of het nu een boerenprotest dan wel een feestelijke inhuldiging is, als landbouwjournalist beleef je het allemaal vanop de eerste rij. Horen, zien, zwijgen en noteren is de kunst. En vervolgens giet je die nota’s in een vlot leesbaar artikel dat de lezer het gevoel geeft dat hij of zij er zelf bij was. Als bevoorrecht waarnemer zie je na verloop van tijd het grotere plaatje achter de waan van de dag. Nu hij afscheid neemt als hoofdredacteur van VILT.be valt Wim Fobelets voor één keer uit de rol die hij 10 jaar lang bij VILT vervulde door los van de landbouwactualiteit vijf ‘trends’ te beschrijven die hem na 10 jaar als landbouwjournalist zijn opgevallen.

1. Diversiteit in land- en tuinbouw neemt toe
“Landbouwers schrijven elk hun eigen verhaal”, zei voorzitter Sonja De Becker naar aanleiding van de jaarresultaten waarvan Boerenbond in oktober een raming maakt. De globale omzet- en rendabiliteitsevolutie vertelt iets over het ‘gemiddelde bedrijf’, maar dat lijkt in de praktijk niet meer te bestaan. Deelsectoren groeien steeds meer uit elkaar. Specialisering en schaalvergroting typeren de veranderingen op bedrijfsniveau. In het nieuwe regeerakkoord zoek je vruchteloos naar het woord ‘schaalvergroting’. Schaalverandering staat er te lezen, en misschien maar goed ook. “Eerst beter doen en dan pas denken aan groter worden”, zo wordt boeren en tuinders tegenwoordig op het hart gedrukt.

Meer dan ooit maken agrarische ondernemers hun eigen keuzes. De sector bestaat uit circa 23.000 bedrijven die je niet over één kam kan scheren. Sommigen zijn grote werkgevers, de meesten blijven familie- of gezinsbedrijven en nog andere bedrijfsleiders bolwerken alle activiteiten alleen of zelfs in bijberoep. De één ‘ontmengt’, specialiseert en wordt groter terwijl de ander bewust de risico’s beperkt door te kiezen voor een gemengd bedrijf.

Is de lage-kosten-strategie door een gebrek aan schaalgrootte geen optie, dan zijn onze boeren en tuinders bijzonder inventief in het bedenken van andere bedrijfsstrategieën. Ze kiezen voor biologische landbouw of voor ‘verbreding’ van hun landbouwactiviteiten, een term die vele ladingen dekt: hoeveverkoop en andere activiteiten in de korte keten, hoevetoerisme, groene zorg, hernieuwbare energieproductie, agrarisch natuurbeheer, landbouweducatie, enz.
 

2. Administratieve vereenvoudiging blijft een wensdroom
“Als landbouwer moet je een agronoom, zakenman, boekhouder, dierenarts en mekanieker zijn. En ik ben … niets van dat alles”, zei de Britse televisiemaker Jeremy Clarkson toen hij zijn laarzen aantrok om zelf in de boerenstiel te stappen en dat een jaar lang te filmen. Voor iemand die de sector nog niet kent, is dat meteen een rake vaststelling. Voormalig minister van Landbouw Kris Peeters noemde landbouwers niet voor niets ‘ondernemers in het kwadraat’.

Behalve Boeren op een Kruispunt lijkt niemand zich af te vragen of we misschien niet te veel verwachten van onze landbouwers. Landbouw- en andere organisaties doen weliswaar erg hun best om de ondernemersvaardigheden van boeren en tuinders aan te scherpen. En de overheid belooft keer op keer dat de administratieve last omlaag zal gaan.

Maar lukt dat laatste ook? Gespecialiseerde adviesbureaus die boeren bijstaan, geven zelf aan dat de complexiteit van de regelgeving nog toeneemt. Ergens werkt de sector dat zelf in de hand door nieuwe regels te onderwerpen aan een praktijktoets en zo nodig te klagen over de haalbaarheid en betaalbaarheid. Een overheid die daar begrip voor heeft, zorgt voor meer maatwerk. Daar schiet de eenvoud dan bij in. Verder dan digitalisering van de papierlast lijkt Vlaanderen niet te komen, en gezien de hoge gemiddelde leeftijd van een landbouwer ervaart lang niet iedereen dat als een verbetering.
 

3. Er blijven jonge boeren opstaan
In 2016 was maar één op de tien bedrijfsleiders jonger dan 40. Akkoord, onze jonge boeren zijn met te weinig en de gemiddelde leeftijd van een Vlaamse landbouwer (55+) ligt akelig dicht bij de pensioenleeftijd. Laat het ons toch positief bekijken. Van land- en tuinbouw gaat namelijk nog altijd een grote aantrekkingskracht uit naar jongeren. Bij de allerkleinsten zie je dat aan de kinderfeestjes op de boerderij die ‘booming business’ zijn. Naarmate kinderen opgroeien, neemt de afstand tot landbouw bij de meesten toe. Behalve bij boerenzonen en -dochters en bij nieuwkomers van buiten de sector die door dezelfde microbe gebeten zijn.

Jongeren doen een frisse wind waaien in de sector. Ze behouden wat goed is en vernieuwen wat beter kan. Ze investeren, of innoveren op een heel budgetvriendelijke manier. Met hun opleidingsniveau en vaardigheden zouden ze elders een goede boterham kunnen verdienen, maar ze halen meer voldoening uit het zorgen voor voedsel op andermans bord. Je hoort hen met passie over landbouw spreken, maar ook de economische cijfers van hun bedrijf citeren. Het zijn ondernemers die hun eigen boontjes kunnen doppen, maar wel waardering verlangen in de vorm van een faire prijs voor eerlijk werk.
 

4. Aanpassingsvermogen van bedrijfsleiders is groot
Beeld je in dat door de hittegolf deze zomer je huis vuur vatte, het bedrijf waarvoor je werkt je loon kort voordien halveerde vanwege dalende verkoopcijfers en de nieuwe auto die je eerder kocht van overheidswege op slot gaat omdat het milieubeleid wijzigde. Dat klinkt als een nachtmerrie waaruit je ’s morgens gelukkig wakker wordt. Vervang nu eens ‘huis’ door ‘fruitplantage’, ‘loon’ door ‘suikerbietenprijs’ en ‘auto’ door ‘stal’. En ga dan eens praten met enkele landbouwers die zonnebrandschade leden in appelplantages, de winst uit bietenteelt zien verdampen of recent investeerden en vervolgens een brief met code rood in de bus kregen vanwege de stikstofuitstoot van hun stal nabij een waardevol natuurgebied.

Van een bokser zeggen ze dat hij goed moet kunnen incasseren, van een boer(in) kan je net hetzelfde zeggen. Onze agrarische ondernemers zijn ook maar mensen en soms merk je dat het hen allemaal even teveel wordt. De spreekwoordelijke druppel kan het ammoniak- of mestbeleid zijn, bruuske marktverstoringen zoals een handelsboycot of – zoals we recent zagen – een kwetsende campagne van een actiegroep.

Het cliché wil dat boeren altijd klagen. Onjuiste beeldvorming, want de spreuk ‘Nie neute, nie pleuje’ is hen op het lijf geschreven. Door lage marges en lange terugverdientijden gooi je een landbouwbedrijfsvoering niet van vandaag op morgen om. Toch hebben boeren en tuinders zich altijd al aangepast aan hun veranderende omgeving. Voor de huidige generaties landbouwers gaat het razendsnel. De ene verandering hebben ze nog niet goed verteerd of de volgende dient zich al aan. Denk bijvoorbeeld aan de Mercosur-deal en de Brexit die de agrohandel door elkaar dreigen te schudden terwijl de (fruit)sector nog worstelt met de gevolgen van de Russische handelsboycot.
 

5. Polarisering van het landbouwdebat
Het landbouwhoofdstuk in het Vlaams regeerakkoord start met de vele uitdagingen te schetsen waarmee land- en tuinbouwers geconfronteerd worden. En voegt er aan toe dat de sector al veel inspanningen deed, bijvoorbeeld om zijn milieu- en klimaatimpact terug te dringen. Bijkomende inspanningen zijn naar verluidt noodzakelijk en bieden kansen. In de vorige legislatuur was het spanningsveld tussen landbouw en natuur bij momenten bijzonder groot, ook al ressorteerden beide beleidsdomeinen onder dezelfde minister. Mogelijk zette dat de nieuwe Vlaamse regering er toe aan om een lans te breken voor “een niet-polariserend debat over landbouw op basis van objectieve parameters”.

Is het in die optiek geen gemiste kans dat de overheid de ondersteuning van VILT vzw afbouwt en een grotere financiële inbreng van de sector verlangt? De lezers van www.vilt.be zijn allen beroepsmatige informatiezoekers, maar situeren zich lang niet allemaal in de landbouwsector. Ook professionelen actief op het raak- en spanningsveld van landbouw met andere beleidsdomeinen en sectoren (dierenwelzijn, klimaat, natuur, ruimtelijke ordening, enz.) lezen mee…
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via