nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.10.2015 TTIP krijgt steun van Belgische werkgeversorganisaties

De werkgeversorganisaties in ons land hebben een gezamenlijke verklaring ondertekend om duidelijk te maken dat het vrijhandelsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten voorstanders heeft die ook gehoord willen worden. “De Belgische economie is voor meer dan 80 procent afhankelijk van export. De Verenigde Staten zijn een cruciale handelspartner. De vraag is niet of we handel willen drijven maar wel hoe we die uitwisselingen kunnen intensifiëren, vanuit een win-winlogica.” Boerenbond verduidelijkt dat het wat landbouw betreft geen koehandel mag worden van verlies voor de ene en winst voor de andere subsector. “In elke tak van de landbouw staan er offensieve en defensieve belangen op het spel.”

Deze week wordt er in Brussel (weeral) betoogd tegen TTIP, ditmaal naar aanleiding van de start van de elfde onderhandelingsronde. Zes Belgische werkgeversorganisaties (VBO, UNIZO, VOKA, Boerenbond en aan Waalse zijde BECI en UWE) leggen uit waarom zij de TTIP-onderhandelingen wél steunen. Tot dusver werden vooral de tegenstanders gehoord omdat zij hun onvrede over de vrijhandelsgesprekken laten blijken tijdens rumoerige betogingen in Brussel en andere Europese hoofdsteden. Donderdag betoogde de Alliantie D19-20 met in haar zog vakbonden en de European Milk Board in de Europese wijk in Brussel. De actievoerders slaagden erin verschillende toegangen te blokkeren tot het Schumanplein.

Een heel ander geluid is te horen bij de werkgeversorganisaties die meer dan 90 procent van de ondernemingen in ons land vertegenwoordigen. Zij betuigen hun steun aan de onderhandelingen die moeten uitmonden in “een ruim, ambitieus en evenwichtig handels- en investeringsakkoord”. Wie zich verzet tegen TTIP, gaat volgens hen wat makkelijk voorbij aan het feit dat de VS en de EU de twee grootste economieën ter wereld zijn én elkaars belangrijkste handelspartner, goed voor wel twee miljard euro dagelijkse handel. Belgische ondernemingen botsen bij hun contacten met de Amerikaanse markt nog steeds op tal van tarifaire en niet-tarifaire belemmeringen. “Die moeten maximaal worden weggewerkt”, vinden de werkgeversorganisaties, “rekening houdend met maatschappelijke bekommernissen en gevoelige sectoren.” Zij zien in TTIP een instrument om de trans-Atlantische handel een boost te geven dankzij de vereenvoudiging en de voorspelbaarheid van de douaneprocedures, een afschaffing van douanerechten en het wegwerken van piektarieven die oplopen tot wel 30 procent.

TTIP moet de handelsbewegingen ook vereenvoudigen door de pijlen te richten op het gebrek aan convergentie of equivalentie tussen tal van standaarden en procedures in Europa of de VS. Volgens de werkgeversorganisaties hebben die nochtans vaak hetzelfde einddoel: het beschermen van de consument of het milieu. “Deze situatie leidt tot grote nalevingskosten en dubbele procedures. Laten we duidelijk zijn: deze oefening heeft betrekking op de uitvoeringsinstrumenten van de wetgeving, niet op de kern ervan. Ze zal dus niet leiden tot een afzwakking van de normen die, naargelang van de sectoren, in de VS soms strenger zijn dan bij ons (bijvoorbeeld inzake etikettering). Ook voor ons is een afzwakking van de normen niet aan de orde.”

Voor wie er nog aan zou twijfelen, benadrukken Pieter Timmermans, Karel Van Eetvelt, Piet Vanthemsche en de andere bestuurders dat TTIP er niet onder eender welke voorwaarde mag komen. “Cruciaal bij de onderhandelingen is het streven naar een gelijk speelveld en een gezonde concurrentie. Hierbij kunnen, waar nodig, gerichte maatregelen worden getroffen om een gezonde concurrentie te waarborgen.” De werkgevers roepen de politici dan ook op om “niet blind te zijn voor de voordelen en zich niet te laten verblinden door het beeld dat door sommige TTIP-tegenstanders wordt opgehangen”. Het finale resultaat moet volgens hen aan de eindstreep beoordeeld worden op basis van de offensieve en defensieve belangen van de partijen.

Zo ook voor landbouw want Boerenbondadviseur Pieter Verhelst verduidelijkt dat er gezocht moet worden naar win-winsituaties in plaats van een ruilhandel op te zetten tussen winst en verlies dat beide partijen boeken in verschillende sectoren. Waar wij dachten dat een sector zoals vleesvee vooral veel te verliezen heeft en de Europese zuivelsector eerder handelswinsten zal boeken, corrigeert Verhelst door te wijzen op de offensieve én defensieve belangen die er binnen elke sector zijn. “Inzake rundvlees is er de maatschappelijke keuze in Europa om hormonen te weren, dat is een defensief belang, maar je hebt ook de Amerikaanse invoerbelemmering omwille van BSE. Als we deze belemmering kunnen wegwerken, dan is er wel degelijk marktpotentieel voor Europees rundvlees in de VS. Ierland kan bijvoorbeeld nu al exporteren.”

En de Europese zuivelsector heeft als competitief nadeel dat in de VS een hormoon mag gebruikt worden dat de productie van de melkkoe stimuleert. Verhelst: “Daar tegenover kunnen wij een brede productportefeuille aan verwerkte zuivelproducten plaatsen. Met een grote verscheidenheid aan kazen kunnen we scoren in landen met een welvarende bevolking, ook in de VS. Volgens de Boerenbondadviseur Internationaal beleid is de marktafscherming vaak complex: invoerheffingen, sanitaire en fytosanitaire belemmeringen, omslachtige administratieve procedures, enz. “De kost van het handelsverkeer kan teruggedrongen worden door hier gepast in te snoeien. Ook kan markttoegang sneller verkregen worden als de gelegenheid zich voordoet, bijvoorbeeld omdat onze appels en peren niet meer welkom zijn in Rusland.” Een ingewikkelde puzzel, beseft Pieter Verhelst, maar wel met voldoende ruimte om maatschappelijke belangen zoals voedselveiligheid en milieubescherming te vrijwaren. “Daarom zijn we niet tegen TTIP. Laat ons onderhandelen en zien wat mogelijk en haalbaar is.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via