nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

31.07.2019 Vakmanschap imker kan bijensterfte voorkomen

Uit meerjarig Nederlands onderzoek blijkt dat een samenspel van factoren de wintermortaliteit van bijen beïnvloedt. Er kan niet één grote boosdoener aangewezen worden zoals neonicotinoïden of andere gewasbeschermingsmiddelen. “Het onderzoek laat zien dat voor Nederland noch ziekten, noch landschap of een gebrek aan voedsel, noch chemische middelen als énige oorzaak van wintersterfte aangewezen kunnen worden”, reageerde Nederlands minister van Landbouw en Natuur Carola Schouten in een brief aan de Kamer. Vooral een goede bestrijding van de varroamijt helpt de bijen overleven.

De afgelopen vier jaar (2014-2018) liep in Nederland een onderzoek naar de wintersterfte van honingbijen en mogelijke oorzaken daarvan. Er werd specifiek gelet op de rol van de imker, ziekten en plagen van honingbijen, chemische middelen, stuifmeelbronnen en het landschap waarin de bijen vliegen. “De hoofdconclusie is dat er niet één oorzaak is, maar dat verschillende factoren een bijdrage leveren aan wintersterfte”, aldus Carola Schouten, Nederlands minister van Landbouw en Natuur.

Uit het onderzoek blijkt dat bijenvolken beter overleven als de varroamijt-infectie laag is. Dit is te danken aan een goede bestrijding door imkers. Verder kende Nederland een lage wintersterfte van honingbijen in de jaren van het onderzoek: drie jaar onder de 15 procent en één jaar 16 procent. “In de winter is er altijd sterfte van honingbijen, rond de 15 procent is daarbij een normaal niveau”, aldus minister Schouten.

In 30 procent van de onderzochte bijenvolken werden residuen van chemische middelen aangetroffen. “De aanwezigheid daarvan had geen invloed op de wintersterfte, behalve wanneer er dimethoaat aangetroffen werd want dan was de sterfte flink hoger”, reageert Nederlands onderzoeker Koos Biesmeijer. “Verbetering van de imkerpraktijken, bijvoorbeeld ziektebestrijding, lijkt de beste manier om overleving te verhogen.”

Lees het volledige rapport hier.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via