nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

09.11.2016 Van de Zweden leren hoe je varkens mét staarten houdt

Volgens de Europese wetgeving mag het couperen van varkensstaarten enkel als alle andere maatregelen om staartbijten te voorkomen al genomen zijn en geen soelaas hebben gebracht. Hoewel het doel dus varkens mét staarten zijn, is de landbouwpraktijk in de meeste lidstaten anders. Reden hiervoor is dat staartbijten een probleem is dat vele oorzaken heeft en niet eenvoudig op te lossen is. Toch zijn er lidstaten waar het lukt zonder de staarten te couperen: Zweden, Finland en Zwitserland. Om uit te vissen hoe zij daarin slagen, gingen medewerkers van het Departement Landbouw en Visserij mee met de Europese Commissie op werkbezoek naar Zweden, een land met één van de strengste dierenwelzijnswetgevingen van Europa.

Dit voorjaar organiseerde de Europese Commissie drie werkbezoeken rond het thema staart-couperen bij varkens. De EU-regelgeving voor het welzijn van varkens stelt dat zowel het couperen van staarten als het verkleinen van de hoektanden geen routinemaatregelen mogen zijn. Het kan alleen wanneer bepaalde kwetsuren van spenen bij zeugen of van oren en staarten bij andere varkens zijn geconstateerd. Voordat tot deze ingrepen wordt besloten, moeten maatregelen worden getroffen om staartbijten en andere gedragsstoornissen te voorkomen. Doelstelling is uiteindelijk het staart-couperen in de EU zo veel mogelijk achterwege te laten.

In de praktijk worden varkens in de meeste lidstaten toch van hun staart ontdaan. “Reden hiervoor is dat staartbijten een zogenaamd multifactorieel probleem is. Dat wil zeggen dat er verschillende risicofactoren een rol spelen en dat simpele, enkelvoudige maatregelen meestal niet zullen volstaan”, leggen Suzy Van Gansbeke en Tom Van den Bogaert van het Departement Landbouw en Visserij uit. Toch zijn er lidstaten en landen waar staart-couperen niet (meer) gebeurt, zonder dat varkenshouders staartbijten als een groot probleem ervaren. Zweden wordt als voorbeeld gegeven want daar heeft men nooit systematisch gecoupeerd. In Finland is men er relatief recent volledig mee gestopt en ook in Zwitserland is het geen standaardpraktijk. Om die reden nam de Europese Commissie groepen vertegenwoordigers van de andere lidstaten mee naar één van deze landen om daar de succesfactoren te determineren.

De Zweedse dierenwelzijnswetgeving is erg streng. Specifiek voor varkens zijn onder andere volgende eisen strenger dan de Europese minimumnorm: staart-couperen is niet toegelaten, castratie alleen mits verdoving én pijnbestrijding, strooisel of gelijkaardig materiaal is verplicht, spenen mag nooit voor vier weken, in een afdeling zitten in regel maximaal 200 vleesvarkens, dieren beschikken er over (circa 50%) meer ruimte, enz. Zweden telt een 1.000-tal varkensbedrijven, goed voor in totaal 110.000 zeugen en 2,5 miljoen slachtvarkens. Zij staan in voor circa één procent van de EU-productie. Het aantal vleesvarkens is tussen 1995 en 2013 gedaald van 3,75 miljoen naar 2,5 miljoen dieren. Dat is atypisch want in de meeste andere landen is de daling van het aantal bedrijven gepaard gegaan met opschaling waardoor de varkensstapel vrij stabiel is gebleven.

Het prijsverschil tussen Zweedse en Deense en andere Europese varkens is groot, tot wel 50 eurocent per kilo. “Reden hiervoor is het minder goede imago van buitenlands varkensvlees, dat in de ogen van de Zweden een veel hoger antibioticagebruik combineert met een lager welzijn”, leggen de medewerkers van het Departement Landbouw en Visserij uit. “Zweedse slachthuizen willen daarom bij voorkeur Zweedse varkens en gaan dan ook langdurige contracten aan met de varkenshouders. Bij investeringen op het varkensbedrijf bijvoorbeeld een afnamecontract voor vijf jaar.”

In Zweden heeft men nooit de staarten van varkens gecoupeerd. Het is er dan ook nauwelijks een dierenwelzijnsthema, behalve als het gaat om geïmporteerd varkensvlees. Een intacte staart wordt beschouwd als een kwaliteitskenmerk dat aantoont dat men het houden van varkens goed onder de knie heeft. Om staartbijten te beheersen of voorkomen is een combinatie van factoren noodzakelijk. Succesfactoren die volgens Van Gansbeke en Van den Bogaert genoemd werden tijdens de bezoeken aan Zweedse varkensbedrijven, zijn het vermijden van omgevingsstress (goede ventilatie, geen te hoge bezettingsdichtheid, strooisel als verrijkingsmateriaal, enz.); het vermijden van individuele stress (voldoende grote ziekenboeg); Duroc-genetica als gunstige factor voor het beperken van het risico op staartbijten; enz.

De medewerkers van het Departement Landbouw en Visserij concluderen dat de Zweedse varkenssector een aantal troeven heeft die de kwekers in staat stelt met vertrouwen varkens te houden zonder staarten te couperen. “Hoewel de Vlaamse varkenshouderij op veel punten anders is, toont de Zweedse aanpak wel aan dat het houden van varkens met intacte staarten mogelijk is”, concluderen ze. Al voegen ze er vanuit de administratie, met een verwijzing naar EFSA, meteen aan toe dat de huidige situatie in Vlaamse varkensstallen als risicovol voor staartbijten kan worden beschouwd: een relatief weinig stimulerende omgeving, geen of weinig strogebruik, volroosters, varkens met laag vetpercentage, enz.

Daarom luidt het besluit: “Het houden van varkens met intacte staarten lijkt vooral zinvol als de bezettingsdichtheid kan worden verlaagd, de stal kan worden (om)gebouwd naar een halfroosterstal, strooisel als verrijkingsmateriaal kan worden verdeeld, en dat laatste gecombineerd wordt met observaties en er geen problemen met mestafvoer door de rooster zijn.” Overigens zoekt de dienst Dierenwelzijn van het Departement Leefmilieu, in samenwerking met het Departement Landbouw en Visserij en het Varkensloket, varkenshouders die het houden van varkens met intacte staarten (tijdelijk) op kleine schaal willen uittesten. Eventuele minderopbrengsten als gevolg hiervan zullen vergoed worden. Er wordt bovendien begeleiding voorzien bij het optimaliseren van de omgeving. Kandidaat-bedrijven kunnen informatie vragen en zich melden via .

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Departement Landbouw en Visserij

Volg VILT ook via