nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.06.2016 VBT maakt verduurzaming groente- en fruitsector hard

Het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT) heeft in Koolskamp het tweede duurzaamheidsrapport van Responsibly Fresh voorgesteld. Het rapport geeft een beeld van de inspanningen die zowel de veilingen als de producenten van verse groenten en fruit in 2014 en 2015 hebben geleverd om hun werking en productie op ecologisch, economisch en sociaal vlak te verduurzamen. “Op bijna alle vlakken is een duidelijke progressie waar te nemen”, vat adviseur Duurzaamheid en Kwaliteit bij VBT Laurien Danckaerts samen. Vlaams minister-president Geert Bourgeois kreeg als eerste een exemplaar van het nieuwe rapport in handen. “Ik ben blij dat jullie als sector zelf het initiatief hebben genomen om de agrovoedingsketen te helpen verduurzamen. Dit rapport toont dat jullie dat engagement ook waarmaken, en daar mogen jullie trots op zijn”, klonk het.

In 2012 lanceerden VBT, haar leden-afzetcoöperaties (veilingen) en diens leden-producenten Responsibly Fresh, een collectief duurzaamheidsproject en bijbehorend keurmerk. Daarin gingen ze elk specifieke engagementen aan om hun werking en/of productie te verduurzamen. “Engagementen die ze hebben waargemaakt, zoals blijkt uit dit tweede rapport”, stelt Danckaerts. Concreet ondersteunde VBT het inbouwen van duurzaamheidscriteria in bestaande kwaliteitssystemen, behaalden de veilingen al 3 jaar op rij een certificaat voor een charter duurzaam of maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en behaalden de producenten een certificaat voor GLOBALG.A.P. (33%), Vegaplan (8%) of allebei (58%). 

Verder peilden de veilingen via een enquête naar de inspanningen van hun producenten op vlak van 49 duurzaamheidscriteria, verbonden aan de thema’s energie, water, voedselspaarzaamheid, bodem- en nutriëntenmanagement, gewasbescherming en geïntegreerde teelt, biodiversiteit, medewerkers en goed nabuurschap. De resultaten van die enquête, waaraan 2.652 producenten deelnamen, laten toe de progressie sinds 2012 (nulmeting) en 2014 (eerste duurzaamheidsrapport) te kwantificeren.

Uit een vergelijking met de resultaten van de vorige enquête, blijkt dat de aandacht van de groente- en fruittelers voor bijna alle duurzaamheidsaspecten de afgelopen twee jaar is gestegen. Zo is het aantal bedrijven dat hun energieverbruik registreert en evalueert opvallend toegenomen, van respectievelijk 42 en 44 procent in 2013 naar 72 en 68 procent in 2015. Ook inzake water werden grote stappen vooruit gezet. Het aantal bedrijven dat hun waterverbruik registreert en evalueert bedroeg in 2013 nog respectievelijk 63 en 55 procent, terwijl het in 2015 al 78 en 69 procent bedroeg.

Op alle andere vlakken werd een minder uitgesproken maar telkens wel positieve of minstens stabiele tendens waargenomen. Zo steeg het aandeel bedrijven dat de productie van nevenstromen registreert (van 60 naar 68%), nam de aandacht voor bodemstructuur (van 70 naar 73%) en erosiebestrijding (van 59 naar 61%) toe, deden meer telers aan preventie in het kader van de geïntegreerde teelt (van 66 naar 71%), werd sterker ingezet op het vermijden van puntvervuiling (van 81 naar 88%), nam het aandeel bedrijven dat interne opleidingen voor medewerkers organiseert toe (van 55 naar 61%) en communiceerden meer producenten op een open manier met omwonenden (van 53 naar 59%).

Behalve de vooruitgang inzake duurzaamheid bij producenten, bevat het rapport een overzicht van inspanningen die de veilingen zelf hebben geleverd in het kader van het charter MVO of duurzaam ondernemen. Zo wordt aandacht besteed aan de thema’s duurzaam materialenbeheer, rationeel energiegebruik, rationeel watergebruik, mobiliteit, mensvriendelijk ondernemen en minimaliseren van de omgevingshinder. Opnieuw zijn op al die vlakken stappen gezet, getuige het feit dat de afzetcoöperaties al drie jaar op rij een certificaat hebben behaald. Voorbeelden van acties zijn lichtere verpakkingen uit materiaal met een hogere recyclagewaarde, het uitvoeren van een energieaudit en efficiënter maken van koelinstallaties, een grotere opslag van hemelwater, optimalisatie van het vrachtverkeer tussen verschillende vestigingen en het verplaatsen van laaddokken en parkeerplaatsen om de hinder voor buurtbewoners te verminderen.

“De afzetcoöperaties en hun producenten zetten zich met andere woorden duidelijk in om de sector collectief duurzaam te ontwikkelen, en dat door zichzelf continu te verbeteren. Het collectieve aspect is daarbij erg belangrijk, en bovendien uniek. Doordat de hele sector samenwerkt, is de impact immers groter”, besluit Danckaerts. In 2014 trad Veiling Haspengouw toe tot Responsibly Fresh, wat de draagwijdte van het project nog vergrootte. Intussen vertegenwoordigen de zes betrokken afzetcoöperaties meer dan 3.500 actieve producenten, verspreid over Vlaanderen.

Dat het coöperatieve belangrijk is in dit verhaal, beaamde ook minister-president Geert Bourgeois. Hij had niets dan lovende woorden voor het project en de sector. “De tuinbouw mag trots zijn op de cijfers in dit duurzaamheidsrapport, en moet ze ook bekendmaken bij de consument. Recent onderzoek aan de UGent heeft immers uitgewezen dat die consument steeds actiever op zoek gaat naar duurzame producten, en ook bereid is daar een hogere prijs voor te betalen. De waarde van een keurmerk zoals Responsibly Fresh mag dan ook niet onderschat worden, niet op de binnenlandse maar ook niet op de buitenlandse markt”, klonk het.

Behalve over de samenwerking en het feit dat de sector zelf het initiatief heeft genomen, was Bourgeois bijzonder tevreden over de aandacht voor voedselverlies in Responsibly Fresh. Tot slot deelde hij mee dat de sector, net als alle andere sectoren, in december van dit jaar uitgenodigd zal worden om deel te nemen aan de tweede Klimaattop van de Vlaamse regering. “Want ondanks de sterke cijfers, zijn er nog zware inspanningen nodig. Op alle terreinen en in alle sectoren”, besloot hij.

Meer info: lees het complete Duurzaamheidsrapport 2014-2015

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via