nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

27.04.2020 Veehouders zetten grote stap vooruit in IBR-bestrijding

In totaal hebben ruim 11.000 Vlaamse rundveebedrijven het statuut IBR-vrij gekregen. Dat is 92 procent van alle rundveebedrijven of zo’n 30 procent meer dan drie jaar geleden. Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) is tevreden met die vooruitgang. “Het staat buiten kijf dat de Vlaamse veehouders samen met hun bedrijfsdierenarts een zeer sterk parcours hebben gereden in de bestrijding van deze infectieziekte. Dit heeft veel inspanningen gevraagd”, aldus DGZ.

Sinds 2012 moet elke Belgische rundveehouder voor de dierziekte IBR het I2-gezondheidsstatuut kunnen voorleggen, wat neerkomt op verplicht vaccineren en die vaccinaties registreren. Een aantal jaar geleden startte een nieuwe fase in de bestrijding van infectieuze boviene rhinotracheïtis, kortweg IBR en ook wel Canadese griep genoemd. IBR wordt veroorzaakt door een herpesvirus dat de bovenste luchtwegen van runderen aantast. Het is de bedoeling dat bedrijven die hiertegen vaccineren allen doorgroeien naar een IBR-vrij statuut.

Het statuut I3 wil zeggen dat alle runderen op het bedrijf vrij zijn van IBR. Vaccinatie is toegelaten, maar niet verplicht. I4 betekent hetzelfde als officieel vrij van IBR: alle runderen zijn seronegatief voor het wildvirus én het vaccinvirus. In dat geval is vaccinatie niet alleen overbodig maar zelfs verboden. Op termijn moeten alle IBR-geïnfecteerde dieren verdwijnen uit de Belgische rundveestapel. Ze worden opgespoord via een antistoffentest.

Vandaag heeft ruim 92 procent van de rundveebeslagen, dat zijn 11.137 bedrijven een statuut I3 of I4 gekregen. “Een resultaat waar we als sector terecht trots op kunnen zijn”, communiceert DGZ. Nog iets meer dan zeven procent van de bedrijven met een I2-statuut blijven over. Dat komt neer op 858 bedrijven. Op dierniveau is meer dan 90 procent van alle Vlaamse runderen vandaag vrij van IBR. “Wat opvalt is dat er onder de I2-bedrijven nog een aantal grote bedrijven zijn met veel dieren”, klinkt het.

Waar er in 2017 in totaal nog 36.871 IBR-drager-dieren werden teruggevonden op 1.993 I2-bedrijven, waren er dit jaar van al deze dragers nog 12.705 dieren in leven verdeeld over 420 I2-bedrijven. “Enerzijds houdt dit in dat van de 858 I2-bedrijven die er dit jaar nog zijn, er 438 vlot kunnen doorgroeien naar I3 en hier ook aan werken. Anderzijds zien we dat er op 175 I2-bedrijven van de 420 bedrijven waar nog dragers zijn, meer dan tien IBR-drager-dieren aanwezig zijn. Deze ‘probleem’-bedrijven krijgen de verdere ondersteuning en begeleiding die nodig zijn om de verdere stappen te zetten richting IBR-vrij statuut”, aldus de organisatie.

Tot slot wil Dierengezondheidszorg Vlaanderen er voor waarschuwen dat de IBR-vrije bedrijven niet op hun lauweren kunnen rusten. “De herinsleep van het virus blijft een reëel risico. Dat blijkt ook uit de cijfers: sinds begin dit jaar hebben al 25 bedrijven hun IBR-vrije status verloren waarvan 21 door herinsleep van IBR. Ook in 2019 zagen 59 bedrijven zich geconfronteerd met een statuutverlaging. Bij 33 bedrijven ging het om herinsleep van het IBR-virus. Op meer dan 80 procent van deze bedrijven heeft herinsleep van het virus te maken met de onveilige aankoop van dieren”, luidt het. DGZ wijst erop dat bioveiligheid voorop staat in het voorkomen van (her)insleep van de ziekte. 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via