nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.09.2015 Veel moestuintjes in Vlaanderen lijken overbemest

Door regenwormen te vangen en enkele bodemparameters te bemonsteren, hebben onderzoekers van de Universiteit Gent en Hogeschool VIVES zich een beeld gevormd van de kwaliteit van moestuinbodems. In het sterk verstedelijkte Vlaanderen beslaan moestuinen 45.000 hectare, wat maar tien procent minder is dan de ongeveer 50.000 hectare die in gebruik is voor professionele tuinbouw. In de meerderheid van de (weliswaar beperkte steekproef van) tuinen waren stikstof en fosfor overmatig aanwezig. Hierdoor kunnen moestuinen bijdragen aan waterverontreiniging door uitspoeling van nutriënten, wat professor Jan Mertens, docent bodemecologie aan UGent, doet pleiten voor sensibilisering. De beperkingen uit het mestdecreet gelden namelijk niet voor moestuinen.

Regenwormen zijn een goede parameter voor een vruchtbare bodem. Hoe je je moestuin bewerkt en onderhoudt, heeft een groot effect op de diversiteit en de samenstelling van regenwormpopulaties. Het belang van regenwormen voor de bodem kan je niet overschatten. Ze zorgen voor een kruimelige structuur van de bodem, maken nutriënten sneller beschikbaar en verbeteren met hun graafactiviteiten de verluchting van de bodem en daardoor ook de waterhuishouding. Verder leveren ze diverse ecosysteemdiensten zoals erosievermindering en overstromingsregulatie en dragen ze bij aan de bodembiodiversiteit.

Omdat regenwormen een goede parameter zijn voor de algemene bodemkwaliteit groeven onderzoekers van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen aan de Universiteit Gent in een 40-tal moestuinen naar wormen. Hoe de moestuin beheerd wordt, heeft een groot effect op de regenwormpopulaties. De grootste aantallen regenwormen, zomaar eventjes 369 per m², werden gevonden in permacultuurtuinen waar de bodem continu bedekt en minimaal bewerkt wordt. Dat is 83 procent meer vergeleken met ecologische moestuinen (202 regenwormen per m²) en bijna het dubbele van conventionele moestuinen (189 per m²).

In de ecologische tuintjes worden zo weinig mogelijk externe inputs gebruikt terwijl in de conventionele tuintjes wel kunstmest wordt gestrooid maar geen pesticiden gespoten. “Moestuinen waarin pesticiden gebruikt worden, hebben we niet onderzocht aangezien reeds algemeen bekend is dat deze een nadelig effect hebben op regenwormen”, vertelt docent Jan Mertens, die het Gentse onderzoeksteam leidde. Behalve op het aantal regenwormen heeft het beheer ook een effect op de diversiteit aan soorten regenwormen. Die bleek het hoogst in permacultuurtuinen omdat soorten die enkel aan het oppervlak leven hier ook kunnen vertoeven.

De meest gekende regenworm, de gewone regenworm of Lumbricus terrestris, komt in de permacultuurtuinen minder voor dan in de ecologische tuinen. Verder lijken de populaties in permaculturen meer op die van natuurlijke systemen, terwijl de populaties in moestuinen waar gespit wordt eerder leken op landbouwsystemen. Regenwormen zijn daarmee in ecologische- of permacultuurmoestuinen opmerkelijk meer aanwezig dan in akkers, waar zelden meer dan 150 regenwormen per m² en doorgaans lagere soortenrijkdommen worden teruggevonden. “Via een goed bodembeheer kunnen we de aantallen wormen in moestuinen sterk beïnvloeden”, besluit Mertens.

Hoewel het onderzoek focuste op regenwormen werden er ook stalen genomen om een idee te hebben van de nutriëntenstatus van moestuinen. Op dat vlak zorgt het beheer niet voor grote verschillen. Overbemesting doet zich niet alleen voor in conventionele moestuinen maar door overmatig compostgebruik ook in ecologische en permacultuurtuinen. Waar de ene tuinliefhebber te kwistig kunstmest strooit, is de ander te gul met het “zwarte goud” dat compost heet. “De gemeten waarden voor stikstof en fosfor lagen zeer hoog, en in conventionele moestuinen voor fosfor nog hoger dan in de andere tuinen”, zegt professor Mertens.

De resultaten bevestigen het vermoeden dat hobbytuinders op gevoel eerder dan op basis van bodemstalen bemesten, tuinbodems vaak een rijkelijk bemeste voorgeschiedenis hebben en tuinders ‘voor de zekerheid’ nog wat extra korrelmeststof of compost strooien. Voor moestuinen gelden geen bemestingsbeperkingen zoals het mestdecreet ze oplegt in land- en tuinbouw. Aangezien moestuinen ook kunnen bijdragen aan de vervuiling van grond- en oppervlaktewater suggereert de Gentse professor om in de toekomst meer in te zetten op sensibilisering. Een tuindersvereniging als Velt maakt zijn leden er reeds attent op dat je ook té veel compost kan toedienen.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: faculteit Bio-ingenieurswetenschappen UGent

Volg VILT ook via