nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

23.09.2015 Velt wil overbemesting in tuintjes helpen terugdringen

Wat hebben fosfor, kalium, calcium of magnesium met elkaar gemeen? Het zijn allemaal voedingsstoffen voor planten maar belangrijker in het kader van dit artikel is dat ze overmatig aanwezig zijn in Vlaamse tuintjes. Terwijl bemesting in land- en tuinbouw onder druk van het mestdecreet steeds meer maatwerk wordt, is het voor de doorsnee hobbytuinder nattevingerwerk. Niet voor niets adviseert de Bodemkundige Dienst van België om ook als hobbyist te bemesten op basis van een bodemanalyse en het bemestingsadvies strikt op te volgen. Aangezien het mestdecreet niet van toepassing is op particulieren lijkt sensibilisering een belangrijke opdracht. Tuiniersvereniging Velt wil die taak ter harte nemen: “De bemestingsadviezen in ons handboek werden sterk omlaag gebracht en afgetopt op de maxima uit het mestdecreet. Daarnaast doen we nog heel wat andere inspanningen zodat de boodschap zou doordringen dat er ook bij compost een risico op overbemesting bestaat.”

Tijdens een studiedag die volledig gewijd was aan Vlaamse tuintjes en meer bepaald tuinbodems stelde de Bodemkundige Dienst van België (BDB) een brochure voor over de bodemvruchtbaarheid van tuinen en openbaar groen. Daarin worden de meetresultaten uit de periode 2009-2015 gebundeld: ruim 8.400 bodemstalen uit moes- en siertuinen, gazonnetjes, wegbermen en ander openbaar groen. De meeste stalen werden ingestuurd door tuineigenaars en professionelen zoals tuinaannemers en tuincentra. Volgens BDB komt de toenemende belangstelling voor tuinieren tot uiting in de stijgende trend van het aantal bodemstalen. In 2014 is er een opvallende toename, vooral van het aantal stalen uit moestuinen en gazons.

Ook de belangstelling voor ecologisch tuinieren neemt toe. Vorig jaar werd voor zeven procent van alle bodemstalen uit tuinen aangegeven dat er ecologisch getuinierd wordt. Het gaat om stalen, meestal uit groentetuinen, die ingestuurd werden door leden van tuiniersvereniging Velt, door verantwoordelijken voor volkstuinen of door tuiniers die expliciet aangeven dat ze biologisch werken. Ongeacht of er nu biologisch, ecologisch of conventioneel getuinierd wordt, meestal springt men te kwistig om met meststoffen én met kalk. De meetresultaten van BDB brengen bijvoorbeeld aan het licht dat de pH van de meeste tuintjes te hoog is omdat een tuinier denkt dat kalk altijd goed is terwijl een landbouwer bekalkt op basis van een bodemanalyse en maar om de drie jaar een onderhoudsbekalking uitvoert.

Hetzelfde verhaal voor meststoffen, waar hobbytuinders bepaald niet zuinig mee zijn zodat de meeste tuintjes rijkelijk voorzien zijn van voedingsstoffen zoals fosfor en kalium. Het hoge calcium- en magnesiumgehalte vloeit voort uit het vaak bekalken van tuintjes. Gelet op die resultaten zet de Bodemkundige Dienst in de brochure in de verf dat een degelijke bodemanalyse en het strikt opvolgen van het bemestingsadvies de enige manier is om de bodemvruchtbaarheid in evenwicht te brengen. Jarenlang van blindelings bemesten en bekalken, heeft in veel Vlaamse tuintjes de verhoudingen tussen voedingselementen scheef getrokken. Overmaats- en gebreksziekten bij de planten zijn het gevolg en het is ook een risico voor het milieu omdat meststoffen dreigen uit te spoelen naar het water.

Als het goed is, dan zeggen we het ook: de meeste tuinbodems bevatten voldoende organische stof. Dat heeft een positief effect op het bodemleven, de bodemvruchtbaarheid en de kruimelige structuur van de bodem. Tuintjes scoren hier beter dan de akkers van landbouwers door het gulle gebruik van compost, de minder intensieve bewerking en de tragere afbraak van organisch materiaal. Die vlieger gaat niet op voor gazons want deze categorie bodemstalen kenmerkt zich door een bedroevend laag organische koolstofgehalte, lager dan de weiden van landbouwers. Mia Tits van de Bodemkundige Dienst wijt dat aan het continu maaien en afvoeren van het gras zonder aanvoer van ander organisch materiaal.

Een reactie op Twitter van Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, laat zien dat de overbemesting in tuintjes tegen het zere been is van land- en tuinbouwers die zich strikt moeten houden aan de bemestingsnormen uit het mestdecreet. Zij deden al veel inspanningen voor een betere waterkwaliteit zodat het niet verkeerd lijkt om ook een beroep te doen op de tuineigenaars. Samen beheren zij immers meer dan acht procent van de Vlaamse oppervlakte en evenaren zij bijna het areaal professionele tuinbouw. “Los van het conventioneel of ecologisch beheer van tuintjes is er een probleem van overbemesting”, erkent Frank Petit-Jean, moestuinmedewerker bij de Vereniging voor ecologisch leven en tuinieren (Velt). Heel wat leden van Velt laten bodemstalen uit hun tuin analyseren en een hoog fosforgehalte in de bodem is daarbij één van de constanten. Zo is Velt tot het inzicht gekomen dat je ook met een ecologisch verantwoorde meststof als compost kan overbemesten, net zoals dat gevaar bestaat bij dierlijke mest of chemische kunstmeststoffen.

Daarop heeft Frank samen met zijn collega’s bij Velt de bemestingsadviezen uit het handboek ‘Ecologisch tuinieren’ opnieuw berekend. “Het resultaat was dat de adviezen naar beneden zijn bijgesteld. Ze zijn afgetopt op de maxima die voor landbouwers gelden in het vijfde mestactieprogramma, rekening houdend met de voorkeursbehandeling die compost van de wetgever krijgt. Om onze leden een houvast te geven, adviseren we op een tuinbodem met een normale voorgeschiedenis vijf liter compost per vierkante meter oftewel een laagje van een halve centimeter. In het handboek vinden ze tabellen met meer specifieke adviezen per gewasgroep, bijvoorbeeld voor blad- en voor wortelgewassen. Heel precieze bemestingsadviezen per groente geven, heeft geen zin. Een ‘amateur’ kan daar niet mee overweg. Hij of zij teelt immers een grote diversiteit aan groenten op kleine lapjes grond waarbij de teelten jaarlijks roteren.”

Eén van de redenen dat Velt in de jongste uitgave van zijn handboek afstand neemt van het idee ‘hoe meer compost hoe beter’ is dat compost nu veel ruimer beschikbaar is. “Vroeger redeneerden we dat bemesten met compost niet snel tot excessen leidt omdat hobbytuinders zelf het organisch materiaal bij elkaar zoeken en eigen compost maken. Maar vandaag moeten we er rekening mee houden dat je als particulier goedkoop compost kan aankopen in grote hoeveelheden.” Toch wil men bij Velt het probleem niet overdrijven. Frank Petit-Jean: “Ecologisch tuinieren doe je volgens een andere logica dan de gangbare landbouw terwijl bemestingsadviezen de lijn van landbouw gewoon doortrekken naar tuintjes. Tuinbodems onderscheiden zich nochtans van landbouwbodems door hun hoge organische koolstofgehalte. Dat vraagt mogelijk om een andere interpretatie van de meetresultaten want zulke vruchtbare bodems hebben een groter bufferend vermogen. Mogelijk wordt de fosfor beter vastgehouden en spoelt het nutriënt minder snel uit naar het oppervlaktewater.”

De tuinexpert van Velt spreekt met twee woorden als het over het ‘gedrag’ van fosfor in tuinbodems gaat omdat het nog aan kennis ontbreekt op dit vlak. “Moestuinen hebben een heel andere bodem dan landbouwpercelen. Kennis over het ‘ecosysteem tuin’ ontbreekt nog”, beaamt bodemecoloog Jan Mertens (UGent). Professor Mertens maakte recent de resultaten bekend van een onderzoek in samenwerking met hogeschool VIVES waarbij het effect van verschillend tuinbeheer op de populatie regenwormen en de nutriënten in de bodem gemeten werd. Ook hij constateerde dat de 40 onderzochte moestuintjes rijkelijk bemest zijn, ongeacht of ze conventioneel dan wel ecologisch beheerd worden of onder de noemer permacultuur vallen.

Velt gaat in de sensibilisering rond overbemesting verder dan alleen een aanpassing van hun handboek, zowat “de bijbel” voor de ecologische tuinier. Ook via het ledenblad Seizoenen wordt op dezelfde nagel gehamerd en vorig jaar kregen alle lesgevers, waarvan er sommigen tot wel 40 jaar ervaring met tuinieren hebben, bijscholing. Zij knoopten in hun oren dat ze cursisten beter wat afremmen in hun enthousiasme om veel compost toe te dienen. Op 14 november, tijdens een bodemstudiedag van Velt, zal de boodschap rond compost en overbemesting nogmaals uitgedragen worden. “Als we leden helpen bij het interpreteren van bemestingsadviezen, dan leggen we uit dat op een rijke tuinbodem de stikstof die toch nodig is beter in de vorm van plantengier of -maaisel toegediend kan worden”, vertelt Petit-Jean.

Professor Mertens luistert met interesse naar de inspanningen die Velt doet op vlak van voorlichting want hij beseft dat het erg lastig is om particulieren goede bemestingsadviezen te geven. Eén van de vele problemen die zich daarbij stelt, is de nutriënteninhoud van compost die kan verschillen, zeker wanneer het om zelfgemaakte compost gaat. Ook juist doseren, lijkt in kleine tuintjes allesbehalve evident. Velt hanteert de vuistregel van vijf liter compost per m² en vult dat aan met preciezere adviezen per gewasgroep.

De Bodemkundige Dienst redeneert ‘meten is weten’ en raadt daarom een bodemanalyse aan. Om het bemestingsadvies dat daaruit voortvloeit strikt te kunnen opvolgen, maakt een tuinier beter geen gebruik van samengestelde meststoffen. Voor heel wat hobbyisten die conventioneel tuinieren, betekent dat ‘afkicken’ van de roze of blauwe korrel (volkse benamingen voor gekende N-P-K-meststoffen, nvdr.) die ze gewend waren. Juist doseren met enkelvoudige meststoffen is volgens BDB een kwestie van nauwkeurig afwegen en de oppervlakte waarop de meststoffen terecht moeten komen eerst even meten en uitzetten. “Dat zijn goede praktijken die weinig moeite kosten”, luidt het in de brochure.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via