nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.07.2016 Verkopers tuincentra adviseren maar één onkruidaanpak

Particulieren die de strijd met onkruid aanbinden en daarvoor een tuincentrum of doe-het-zelf-zaak binnenstappen zouden beter geadviseerd worden. In elk verkooppunt van pesticiden zal een deskundig verkoper hen te woord staan terwijl er ook een informatieve website komt en een callcenter dat vragen beantwoordt. Bovendien moeten klanten gewezen worden op de alternatieven voor chemische onkruidbestrijdingsmiddelen. Voor een deel is dat nieuwe wetgeving, voor een deel beloftes die dit voorjaar gemaakt werden door de industrie van gewasbeschermingsmiddelen. In de praktijk komt er volgens Velt niet veel van terecht. De Vereniging voor ecologisch leven en tuinieren stuurde negen mystery shoppers op pad. Overal kregen zij hetzelfde advies: “Onkruid? Spuiten en blijven spuiten!”.

Sinds begin dit jaar zijn tuincentra en doe-het-zelf-zaken die herbiciden verkopen verplicht om hun klanten te informeren over minder schadelijke alternatieven. In elk verkooppunt moet er ook een medewerker zijn die beschikt over een fytolicentie zodat klanten juist geïnformeerd worden over het gebruik en de veiligheidsvoorschriften. Aanvullend op die wettelijke verplichtingen nam de gewasbeschermingsmiddelenindustrie in ons land het initiatief voor een informatieve website (www.handigindetuin.be) en een call center dat zes dagen op zeven vragen beantwoordt.

Uitgezonderd het callcenter – dat actief is, hebben we zelf even geverifieerd – nam Velt de proef op de som door mystery shoppers naar 30 verkooppunten in Vlaanderen en de Brusselse rand te sturen. Hun ervaringen stroken niet met wat je zou mogen verwachten gelet op de nieuwe wettelijke verplichten en het engagement van de fabrikanten. “Spuiten, spuiten en nog eens spuiten. Dat is het advies dat je in elk tuincentrum krijgt als je aan een verkoper raad vraagt over onkruid”, zegt Barbara Creemers, coördinator bij Velt voor de campagne ‘2020pesticidevrij’. “Of het nu je oprit, je terras of dolomietsteentjes zijn, overal hoor je dat er maar één efficiënte oplossing bestaat voor onkruid en dat zijn herbiciden.”

Hoewel een Koninklijk Besluit uit 2015 een tweeledige informatieverplichting oplegt aan tuincentra, weten de verkopers zelf te weinig over een veilig gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen en zijn ze ronduit negatief over de alternatieven. “Verkopers besteden geen aandacht aan alternatieve methoden”, ervaarde Creemers. “En vraag je hen zelf naar alternatieven zoals onkruid branden of manueel verwijderen, dan hoor je dat het ofwel niet werkt ofwel meer inspanning vergt. Ook om te voorkomen dat onkruid terugkeert, raden ze aan om opnieuw te spuiten met herbiciden. Negen op de tien verkopers in de bezochte tuincentra haalt dat aan als enige mogelijkheid.”

Winkels die chemische bestrijdingsmiddelen verkopen, zijn volgens het KB verplicht om in het rek met de pesticiden de klant te informeren over de alternatieven. Dat gebeurt met informatiefiches die aanduiden welke alternatieven verkrijgbaar zijn in de winkel, zonder meteen merknamen te noemen. De negen mystery shoppers van Velt zijn telkens op zoek gegaan naar de fiches maar vonden ze slechts op 60 procent van de bezochte plaatsen. Wat dit voorjaar aangekondigd werd als ‘informatiepanelen’ is in de praktijk vaak niet meer dan een A4’tje in zwart-wit. “Tussen de schreeuwerige verpakkingen van herbiciden en de promovideo’s valt dat helemaal niet op”, aldus Creemers, “zeker niet als je het zoals één tuincentrum op een moeilijk bereikbare plaats hangt.” Het callcenter wint op die manier niet aan bekendheid want het gratis infonummer (0800/62 604) staat net vermeld op de infofiches.

Geen enkele verkoper verwees spontaan naar het callcenter voor verdere vragen, hoewel zij zelf bepaald niet uitblonken in kennis. Barbara Creemers prijst één verkoper die duidelijk wist waarover hij het had, maar alle anderen kunnen vaak niet meer dan vertellen wat er op het etiket staat. “Spontaan werden de veiligheidsvoorschriften nooit vermeld. Als we doorvroegen, hoorden we in de helft van de gevallen zelfs niet dat we handschoenen moeten dragen. Driekwart van de mystery shoppers werd niet verteld dat extra beschermkledij nuttig is. Eén op de drie verkopers vindt het geen probleem dat de kinderen op oprit of terras spelen nadat je er onkruidverdelger spoot. Nog triester is het gesteld met het antwoord op onze vraag omtrent afwatering: in 80 procent van de gevallen kregen we te horen dat het geen kwaad kan dat het product via de riolering of een afwateringsputje op het terras in het oppervlaktewater belandt.”

Enig verschil in deskundigheid van de verkopers van gespecialiseerde tuincentra ten opzichte van doe-het-zelf-zaken hebben ze bij Velt niet ervaren, eerder een algemeen gebrek aan opleiding ondanks de belofte van een fytolicentie. Alle grote ketens werden bezocht (AVEVE, Intratuin, Horta, Hubo, Gamma en Brico), evenals acht onafhankelijke tuincentra. Als Barbara Creemers toch een lichtpuntje moet noemen, dan is dat het opduiken van alternatief gereedschap (voegenkrabbers, branders en borstels, waarbij een elektrische onkruidborstel als nieuwigheid gold) om onkruid te lijf te gaan. “Het staat wel in de winkelrekken, maar wordt niet aangeprezen. Een onkruidbrander werd ons zelfs expliciet afgeraden wegens onveilig of daarvan werd veelbetekenend gezegd dat het weinig verkocht wordt”, zet ze daar meteen een kanttekening bij.

Ondanks de heisa over de veiligheid van glyfosaat is er maar één verkooppunt dat het totaalherbicide op eigen initiatief uit de rekken haalde. “Overal, met uitzondering van één tuincentrum in Luik, primeert het economisch belang”, aldus Creemers. Ook in Wallonië en Brussel werd de proef op de som genomen, niet door Velt maar door Fédération Inter-Environnement Wallonie. De conclusies zijn daar ongeveer dezelfde, al moet gezegd worden dat de ecologische alternatieven voor herbiciden in drie van de 26 verkooppunten spontaan aan bod kwamen. Velt lanceerde half mei de campagne ‘2020pesticidenvrij’ die erop gericht is om tegen dan alle pesticiden voor particulier gebruik uit de winkelrekken te hebben. Velt was dan ook verheugd over de nieuwe, strengere wetgeving voor verkooppunten van herbiciden. Om in de praktijk te verifiëren of deze wetgeving nageleefd wordt en hoe het advies van verkopers luidt, ging Velt op bezoek bij 30 tuincentra, met het gekende resultaat. De tuiniersvereniging rekent op de federale overheid voor een betere handhaving.

In een reactie laat Phytofar, de belangenvereniging van de Belgische gewasbeschermingsmiddelenindustrie, weten dat het andere visies op de aanpak van onkruid respecteert. Over de informatieplicht van winkeliers verduidelijkt secretaris-generaal Peter Jaeken: “Zij hoeven geen informatie te verstrekken over alternatieven die ze niet voorradig hebben in het verkooppunt.” Dat een verkoper net zoals een klant het etiket leest van een herbicide alvorens advies te verstrekken, getuigt volgens Jaeken niet van onkunde. Hij vindt dat net een juiste reflex omdat het etiket product-specifieke informatie bevat, welke zeer divers kan zijn. Op het etiket staan onder meer wachttijden vermeld en de benodigde beschermingskledij.

Phytofar zou graag zien dat neutrale instanties de evaluatie doen “op basis van transparantie en niet in het kader van een publicitaire stunt”. Tot slot merkt Jaeken nog op dat diverse alternatieven voor herbiciden veel minder getest zijn op hun effect op mens en milieu. Een maand geleden zijn in Zwevele twee huizen afgebrand nadat een onkruidbrander een haag in vuur en vlam zette. “Verkopers mogen dus de voor- maar ook de nadelen van de alternatieve onkruidbestrijdingsmethoden meedelen.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Velt

Volg VILT ook via