nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.01.2018 Vlaams agrobusinesscomplex bestaat uit 34.000 bedrijven

In een omvangrijk rapport hebben de Vlaamse provincies het volledige agrobusinesscomplex in kaart gebracht. In totaal ging het in 2015 om 34.112 bedrijven, waarvan 70 procent land- en tuinbouwbedrijven. Samen vertegenwoordigen ze 6,2 procent van alle Vlaamse btw-plichtige bedrijven, terwijl dat in 2005 nog 11 procent was. Het agrobusinesscomplex staat het sterkst in West-Vlaanderen, het zwakst in Limburg.

Het provinciaal beleidsniveau mag voor de landbouwsector dan wel minder ingrijpend zijn dan de gewestelijke, nationale of Europese besluitvorming, door de lokale verankering huist er een pak expertise én enthousiasme over het landbouwgebeuren. Om het belang van het hele agrobusinesscomplex in kaart te brengen, bundelden de vijf Vlaamse provincies de krachten en werd een diepgaande analyse gemaakt van het hele spectrum, van toelevering tot groothandel.

In 2015 bestond het volledige agrobusinesscomplex uit 34.112 bedrijven. Aan kop staat West-Vlaanderen met 11.296 bedrijven, gevolgd door Oost-Vlaanderen (8.909), Antwerpen (5.890), Vlaams-Brabant (4.060) en Limburg (3.956). Als we enkel naar land- en tuinbouwbedrijven kijken, dan wisselen alleen Vlaams-Brabant en Limburg van plaats. West-Vlaanderen telt 8.332 landbouwbedrijven, Oost-Vlaanderen 6.332, Antwerpen 3.600, Limburg 2.885 en Vlaams-Brabant 2.846, een totaal van 23.995.

Het totaal aantal bedrijven neemt geleidelijk af: gemiddeld in Vlaanderen met 4,5 procent op drie jaar. In Vlaams-Brabant is de daling met 3,4 procent het kleinst, in Antwerpen gaat het met 6 procent sneller. Daarnaast is op 76 procent van de Vlaamse bedrijven de standaardopbrengst groter dan 25.000 euro, met enkele duidelijke regionale verschillen. Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant herbergen ongeveer 30 procent kleine land- en tuinbouwbedrijven (standaardopbrengst kleiner dan 25.000 euro), terwijl dat in Antwerpen, West-Vlaanderen en Limburg ongeveer 20 procent is.

Wat de evolutie van de verschillende productierichtingen betreft zijn er in de periode 2012-2015 geen grote wijzigingen. Bij akkerbouw en gemengd rundvee is er een lichte stijging, bij vleesvee een lichte daling. Tussen de provincies zijn wel enkele duidelijke verschillen op te tekenen. Het aandeel tuinbouwbedrijven ligt in Limburg duidelijk hoger. In Vlaams-Brabant geldt dat voor akkerbouw. In de provincie Antwerpen situeert zich een relatief overwicht van melkveebedrijven en West-Vlaanderen staat bekend voor zijn intensieve veehouderij.

Wat de industriële sectoren betreft is de aanwezigheid het grootst in West-Vlaanderen (29%), gevolgd door Oost-Vlaanderen (26%), Antwerpen (22%), Vlaams-Brabant (12%) en Limburg (11%). De drie belangrijkste ‘industriële’ sectoren zijn de fabrikanten van voedingsmiddelen, de groothandel en de veterinaire diensten. Bij het inzoomen op de voedingsindustrie wordt duidelijk dat de verwerking en conservering van vleesproducten vooral in Oost-Vlaanderen (37%), West-Vlaanderen (29%) en Antwerpen (15%) gebeurt. Voor de verwerking van groenten en fruit is West-Vlaanderen goed voor liefst 64 procent van de bedrijven, gevolgd door de provincie Antwerpen (36%).

"We kunnen de landbouw niet wegdenken uit onze samenleving", aldus Monique Swinnen, gedeputeerde voor land- en tuinbouw van de provincie Vlaams-Brabant.  "Landbouw zorgt voor voldoende en veilig voedsel aan redelijke prijzen, geeft vorm aan ons landschap, zorgt voor jobs en doet de handel bloeien. In de AgroBusinessComplex (ABC)-studie wordt per provincie onderzocht hoe de landbouwsector evolueert en wat de gevolgen hiervan zijn. Kortom, het geeft een zicht op de toekomst van de landbouw."

Collega-landbouwgedeputeerde Ludwig Caluwé staat stil bij de cijfers die een beeld scheppen van het ABC in de eigen provincie: "In de provincie Antwerpen gaat het over 3.600 landbouwers en 2.290 industriële bedrijven. Samen zijn ze goed voor een omzet van 16,2 miljard euro of 28 procent van de totale Vlaamse omzet. Het merendeel zijn grotere, gespecialiseerde bedrijven – zowel binnen de landbouw als daarbuiten – die op grotere schaal kunnen produceren en zo meer omzet kunnen realiseren."

Lees het volledige rapport hier

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via