nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.04.2016 Vlaamse melkveehouders leveren (super)kwaliteitsmelk

Er zijn almaar minder melkveehouders actief in Vlaanderen maar ze produceerden vorig jaar wel zes procent meer melk en, wat nog belangrijker is, die melk is van steeds betere kwaliteit. Tijdens de algemene vergadering van Melkcontrolecentrum (MCC) Vlaanderen werd het grote aantal ‘supermelkers’ in de verf gezet. Met 60 zijn ze, dubbel zoveel als een aantal jaar geleden, die zoveel beter doen dan de wettelijke normen dat ze daarvoor een diploma ontvangen van MCC Vlaanderen. Niet iedereen kan mee zijn met de kopgroep maar het is geen schande om in het peloton te zitten. Dat peloton van in totaal 4.826 Vlaamse melkveehouders spant zich namelijk erg in om de kwaliteit van het eigen product te garanderen. Of wat dacht je van 99,98 procent conforme resultaten voor antibioticaresiduen in melk, en dat op bijna 681.000 staalnamen in 2015.

Tien jaar geleden waren er 7.624 melkveehouders actief in Vlaanderen. Als ieder jaar circa drie procent van hen het voor bekeken houdt, dan gaat de herstructurering in de sector natuurlijk snel. “Vlaanderen telde vorig jaar nog 4.826 melkveehouders”, zegt Luc De Meulemeester, directeur van het Melkcontrolecentrum Vlaanderen. Twee derde van de melkveehouders is actief in Oost- en West-Vlaanderen maar in het (noord-)oosten van onze regio zijn de bedrijven gemiddeld genomen groter.

In schril contrast met de evolutie van het aantal melkveehouders in Vlaanderen staat de trend van de melkproductie. Die steeg vorig jaar met zes procent ten opzichte van 2014, tot meer dan 2,3 miljard liter melk. De afzet verloopt voornamelijk via 20 zuivelverwerkers en andere grote afnemers van melk. Vijftien daarvan zijn in Vlaanderen gelegen. Daarnaast heb je nog minstens 31 kleinschalige afnemers van melk, zoals ijsmakers, die voor de kwaliteitsbepaling van de melk eveneens op MCC beroep doen.

Het aantal melkstalen dat in de loop van 2015 geanalyseerd werd, oogt indrukwekkend maar dat is dan ook de corebusiness van MCC Vlaanderen. Om de melkkwaliteit te verifiëren, werden iets minder dan 681.000 stalen genomen. De Meulemeester toonde zich een tevreden man met de stijging van de stalen voor melkproductieregistratie naar 1,47 miljoen. Het aantal staalnamen voor mastitisonderzoek blijkt conjunctuurgevoelig. De kwaliteit van geitenmelk werd vaker geverifieerd in Lier, wat zich laat verklaren door nieuwe leveraars voor de grootste geitenkaasmaker in onze regio. Capra laat alle melkleveringen door MCC testen volgens het strenge protocol voor koemelk.

Omtrent de melkkwaliteit hield de voorzitter van MCC de aanwezigen op de algemene vergadering in Lubbeek niet te lang in spanning: “Het kiemgetal blijft status quo. Het celgetal dat beïnvloed wordt door uierontstekingen evolueert gunstig. Een mogelijke maar niet de enige verklaring daarvoor is het opruimen van oude koeien begin vorig jaar, toen het melkquotum de productie nog drukte. Een duidelijke verbetering is er ook bij de stalen waarin we sporen van kiemgroeiremmende stoffen vinden. Slechts 0,02 procent van de analyses wijst op een probleem.”

Sporen van antibiotica in melk zijn met andere woorden een grote zeldzaamheid. Een conformiteit van 99,98 procent op honderdduizenden stalen wijst erop dat melkveehouders na een behandeling met antibiotica heel bewust omgaan met de voorgeschreven wachttijd om de melk van dat dier weer in de melktank te laten vloeien. Toch houdt MCC Vlaanderen de vinger aan de pols omdat het op een beperkt aantal bedrijven voorlopig gissen is naar de oorzaak van lage maar herhaalde detectie van antibioticasporen.

De lichte stijging van het coligetal, als indicatie voor de hygiëne van de melkwinning, noemt De Meulemeester een aandachtspunt. Voor de rest heeft hij alleen goed nieuws te melden: “Het aantal strafpunten dat uitgedeeld werd voor niet conforme kwaliteitsresultaten daalde met meer dan tien procent. Gedurende het jaar werd 79 keer een leveringsverbod opgelegd vanwege kwaliteitsproblemen, wat er tien minder zijn dan in 2014. En het aantal bedrijven dat een gans jaar zonder strafpunten bleef dankzij melk van uitmuntende kwaliteit steeg naar 97,5 procent. Bij de anderen was het celgetal de vaakst voorkomende oorzaak van een inhouding van melkgeld.”

Net zoals in de sport zijn er ook in de melkveehouderij uitblinkers. Supermelkers worden ze genoemd, naar het diploma dat ze rond dit tijdstip van MCC Vlaanderen ontvangen. Directeur Luc De Meulemeester ontdekt in de lijst van een 60-tal melkveehouders heel wat nieuwe namen en dat doet hem plezier.

Naar het voorbeeld van overheden digitaliseert ook het Melkcontrolecentrum de dienstverlening. Samen met het melkquotum verdween op 1 april 2015 ook de maandelijkse rapportering over de melkkwaliteit via de post. Melkveehouders worden bekwaam genoeg geacht om die informatie via de pc op te roepen. Bovendien worden zij sowieso onmiddellijk verwittigd in geval van een ongunstig analyseresultaat. Het Melkcontrolecentrum Vlaanderen doet dan een telefoontje of stuurt een sms, e-mail of fax voor degenen die nog zo’n toestel in gebruik hebben. E-mail en sms beschouwt De Meulemeester als de meest geschikte communicatietools voor de toekomst.

Met 951 bedrijfsbezoeken heeft Melkcontrolecentrum Vlaanderen een druk jaar achter de rug op het vlak van individuele dienstverlening. De meeste van die bezoeken hebben als doel de melkveehouder weer op het juiste spoor te zetten inzake kwaliteitsbewaking van de melk. In ongeveer de helft van de gevallen verzoekt een melkveehouder na tegenvallende analyses daar zelf om. Een 300-tal bezoeken worden door de overheid geboden en dienen te vermijden dat problemen zich blijven herhalen en resulteren in een leveringsverbod. Het collectieve deel van de bedrijfsadvisering betreft enerzijds een 40-tal cursussen die in 2015 georganiseerd werden en anderzijds de deelname van MCC aan projecten rond antibioticagebruik, de meerwaarde uit melk, enz.

In de eigen organisatie zet het Melkcontrolecentrum dit jaar een aantal grote stappen. Zo is de samenwerkingsovereenkomst met lastenboekbeheerder IKM Vlaanderen operationeel sinds begin dit jaar. En de banden met Dierengezondheidszorg Vlaanderen, dat gevestigd is op dezelfde site in Lier, worden verder aangehaald. Beide organisaties evolueren naar een gemeenschappelijke databank voor alle bedrijfsgegevens van melkveehouders. De logistiek wordt al op elkaar afgestemd en met het bedrijfsadvies staat dat nog te gebeuren. Verder brengt 2016 een uitbreiding (b.v. andere zuivelproducten dan alleen melk) van de analysemogelijkheden in het labo in Lier, een app voor de medewerkers die met hun smartphone op zak naar de boer stappen en het meenemen van eisen uit de zuivelindustrie (b.v. weidegang) in de bedrijfsadvisering.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via