nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.12.2017 VLAM heeft 1,4 miljoen euro meer te besteden in 2018

Goed nieuws voor de afzet van land- en tuinbouwproducten want Europa is gul met de cofinanciering van productpromotie, en VLAM speelt daar handig op in. Het totaalbudget stijgt in 2018 naar 27,1 miljoen euro, merendeels bij elkaar gebracht door de sectoren die promotie (deels) uitbesteden aan VLAM. De Vlaamse overheid past 20 procent bij en de Europese cofinanciering stijgt ieder jaar en bedraagt volgend jaar 17 procent. Voorzitter Guy Vandepoel is erg trots dat VLAM zo maar even 4,5 miljoen euro aan bijkomende EU-middelen weet te benutten in 2018. En hij roemt het “multiplicator-effect” want met 100 euro sectormiddelen kan je meer aanvangen als Vlaanderen en Europa de inzet verhogen met 59 euro.

Koken kost geld, dus was het bij de voorstelling van het nieuwe jaarprogramma van VLAM uitkijken naar de begroting. Die ligt volgend jaar 1,4 miljoen euro hoger dan het begrotingstotaal van 2017. Het promotieorgaan heeft in totaal 27,1 miljoen euro te besteden. “Elk jaar stijgt de Europese cofinanciering zodat het nu al 17 procent van onze inkomsten uitmaakt”, zegt Frans De Wachter, algemeen directeur van VLAM.

De nieuwe Europese promotieverordening trad in 2016 in voege en werkt met cofinancieringspercentages van 70 en 80 procent. Door VLAM werden vorig jaar 13 dossiers ingediend, waarvan er zes werden goedgekeurd. Dit jaar kreeg een even groot aantal promotieprojecten groen licht vanuit Brussel. Hierdoor komt 4,5 miljoen euro aan bijkomende Europese cofinanciering ter beschikking in 2018. Dat is circa 600.000 euro meer dan in 2017.

Ook de bijdrage van de Vlaamse overheid aan VLAM is lichtjes gestegen, wat een speciale en in wezen spijtige reden heeft. Na de fipronil-crisis in de leghennenhouderij achtte minister Joke Schauvliege het noodzakelijk om 245.000 euro vrij te maken voor de promotie van eieren die imagoschade leden. De totale Vlaamse bijdrage aan VLAM komt daarmee op ruim vijf miljoen euro. Daarmee wordt de algemene werking van het promotieorgaan gefinancierd, wat volgens voorzitter Guy Vandepoel maakt dat elke euro van de sectoren benut kan worden voor promotie en niet opgaat aan overheadkosten.

In de meeste sectoren blijft de promotiebijdrage op het niveau van 2017. Het slinkend aantal land- en tuinbouwers knabbelt niet aan de begroting van VLAM omdat de bijdrage niet ‘per kop’ maar per productie-eenheid berekend wordt. De overblijvende bedrijven worden groter, en zo blijven de bijdragen dus op peil. Uit één sector vloeien er gevoelig meer middelen naar VLAM: de sierteelt. Dit komt door bijkomende inningen op het niveau van de tuinaanleg en de handel in sierteeltproducten. De totale inbreng van het bedrijfsleven in de werkingsmiddelen van VLAM wordt op 13,6 miljoen euro geraamd (52%). In een aantal sectoren wordt ook uit de historische reserve geput.

Om beter te begrijpen waarom VLAM veel promotie voert voor het ene product en zuinig moet zijn met de inspanningen voor een ander product is het goed om een blik te werpen op het budget per deelsector. Voor zuivel, groenten en fruit valt meer dan vier miljoen euro te besteden in 2018. Ook de andere dierlijke sectoren, de varkenshouderij op kop, zijn grote bijdragebetalers. Producenten van bio- en streekproducten zijn veel kleiner in aantal, dus kan je niet verwachten dat zij een grote som geld bij elkaar brengen voor promotie. Aan de promotie van streekproducten kan 195.000 euro besteed worden, aan bio 455.000 euro. Ook voor bier en visserijproducten kan er promotie gevoerd worden voor om en bij het half miljoen euro.

De sectorbudgetten verraden hoe zichtbaar een product zal zijn via tv- en radiospots en andere voor promotie geschikte kanalen. Alle sectoren komen immers aan bod in functie van hun bijdragen. Toch is het plaatje daarmee niet compleet, want de ene sector kan voorrang geven aan promotie op de binnenlandse markt terwijl een andere sector zwaar kan inzetten op exportpromotie. “Sectoren maken die keuze zelf op basis van marketingadvies dat ze van VLAM krijgen. Met de jaren kunnen accenten anders gelegd worden. Zo wil de groente- en fruitsector nu meer op het binnenland inzetten, terwijl de producenten van rundvlees naar het buitenland lonken”, legt Frans De Wachter uit.

Ongeveer twee derde van alle middelen wordt uitgegeven aan promotie in eigen land, aan campagnes die meestal de consument aanspreken. Een derde gaat naar exportpromotie, en is vrijwel volledig handelsgericht (B2B). Productspecifiek kan dat zoals gezegd afwijken, en voor het totale promotieplaatje moet je verder dan alleen VLAM kijken. De Wachter wijst op de promotie-inspanningen van sectoren die aanvullend op de acties door VLAM gebeuren. Zo rekent de groente- en fruitsector op de expertise van VLAM om exportpromotie te voeren, en verzinnen de veilingen samen met de retail leuke acties om de Vlaming aan te zetten tot groente- en fruitaankopen.

Voorzitter Guy Vandepoel benadrukt graag dat land- en tuinbouwers en andere bijdragenbetalers veel waar voor hun geld krijgen. “Door promotie op een grotere schaal aan te pakken, kunnen we efficiënter te werk gaan dan wanneer elke sector dat op zichzelf zou doen. Bovendien draagt de Vlaamse overheid de werkingskosten zodat het geld van de producenten volledig benut kan worden voor promotiedoeleinden. VLAM heeft veel expertise in het binnenhalen van EU-projecten, en geeft zo het bedrijfsleven toegang tot extra promotiemiddelen. Tegenover 100 euro inbreng van een sector staat een bijdrage van 32 euro door de Vlaamse overheid en 27 euro die Europa er bovenop legt.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VLAM

Volg VILT ook via