nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.09.2015 Vlaming strooit te kwistig meststoffen in zijn tuintje

Hobbytuiniers doen te hard hun best om de moes- en siertuin er piekfijn te laten uitzien. Veelvuldig gebruik van kunstmest en van het ‘zwarte goud’ dat compost heet, maakt dat een doorsnee tuinbodem (te) rijkelijk voorzien is van nutriënten. Zo geraken de verhoudingen tussen voedingselementen scheefgetrokken en bestaat het risico dat fosfor uitspoelt. Een kleinschalige steekproef van UGent en VIVES in 40 tuintjes deed de alarmbel afgaan. Nog duidelijker wordt het probleem van overbemesting en overbekalking dankzij een uitgebreide publicatie die de resultaten van meer dan 8.400 bodemstalen uit private tuintjes en openbaar groen bundelt. Een huzarenstukje dat de Bodemkundige Dienst van België (BDB) op zijn conto mag schrijven.

Een huis met een tuintje is voor heel wat Vlamingen nog altijd het na te streven ideaal. Waar de overheid eind 19e eeuw hemel en aarde bewoog om een ruime kavel met huisje mogelijk te maken voor iedere Belg verwaterde de beleidsaandacht voor particuliere tuintjes sedert de eerste wet op de stedenbouw (1962). “Toch is een tuin nog steeds het ideaal voor heel wat gezinnen”, constateert Valerie Dewaelheyns (KU Leuven/ILVO), die haar doctoraatsonderzoek wijdde aan het Vlaamse ‘tuincomplex’. In de wetenschap dat acht procent van de oppervlakte van Vlaanderen ingenomen wordt door tuintjes ziet Dewaelheyns tuinen als de oplossing voor een aantal problemen.

In tuintjes komt de eigenaar tot rust, maar ze zouden ook ingeschakeld kunnen worden voor voedselproductie, opvang van regenwater, biodiversiteit, bestuiving, enz. “Of die ecosysteemdiensten gerealiseerd worden, hangt af van de individuele beslissingen van vele gezinnen. Samen hebben die beslissingen een grote impact, denk bijvoorbeeld aan de milieudruk door pesticidengebruik”, zegt de onderzoekster. Het spreekt voor zich dat het geen eenvoudige opgave is om het beheer van private tuintjes bij te sturen. Het gaat immers om privé-eigendom waar mensen graag hun zin doen en de meeste tuineigenaars streven naar een ‘propere’ tuin maar vaak zijn dat tuinen waar er weinig ruimte is voor ecosysteemdiensten.

Dewaelheyns weigerde zich neer te leggen bij “de tirannie van de kleine beslissingen”, zoals dat in de wetenschappelijke literatuur genoemd wordt. “Elke tuinier kan zijn steentje bijdragen aan de grote (milieu-)uitdagingen. Niet die ene tuin is van belang, maar wel het geheel van alle tuinen samen.” Door dat het tuincomplex te noemen, kan je bij wijze van spreken over ‘hagen en heggen heen kijken’ naar maatschappelijk belangrijke functies die private tuintjes kunnen vervullen. Dewaelheyns wil tuinen weer een strategische rol laten vervullen. Daartoe moeten individuen aangesproken worden om verbeteringen te realiseren in hun tuin.

Twee verbeteringen in het tuinbeheer die zich als eersten aandienen, zijn de verharding die maar blijft toenemen en de bemesting die momenteel wat te veel van het goede is. Onderzoek aan de KU Leuven wees uit dat dat de verharde oppervlakte met 1,3 m² per tuintje en per jaar blijft toenemen. Een foto van een nieuwbouw met een voortuin die vol klinkers geplaveid is, spreekt boekdelen. Niet alleen creëer je zo wateroverlast, vaak worden zulke verhardingen met totaalonkruidbestrijders behandeld.

Ook het particulier gebruik van meststoffen legt druk op het milieu. Een online enquête uit 2007 raamde het gebruik van de diverse meststoffensoorten (chemisch, organisch, compost én kalk) in Vlaamse tuintjes op 26,5 miljoen kilo. Soms ligt de te realiseren verbetering minder voor de hand. Wie had bijvoorbeeld kunnen raden dat het obligate gazonnetje in ieder Vlaams tuintje het klimaatprobleem kan helpen oplossen door meer koolstof op te slaan. Bij een optimaal organische koolstofgehalte kan de opslag per hectare gazon met 20.700 kilo stijgen terwijl er nu maar 18.000 kilo koolstof gecapteerd wordt in de bodem.

De boodschap rond ‘duurzaam groen’ van Wim Collet, docent aan de Erasmus Hogeschool in Brussel, sluit daarbij aan: “We tuinieren veel te clean. Zo ruimt de Vlaming graag de bladeren in zijn tuin op terwijl die tussen de beplanting net goed zijn voor de bodem. En bij de aanleg van nieuwe tuintjes kiest bijna iedereen uit hetzelfde beperkte plantenassortiment alsof er maar acht sierplanten gekweekt worden in Vlaanderen. De consument kreeg ook een grote schrik van bomen.”

De bodem is de sleutelfactor die bepaalt of je in een tuin gezond en duurzaam groen kan realiseren. Met dat ‘gezond zijn’ zit het meestal wel goed. Bodemvervuilingen met zware metalen zijn in Vlaamse tuinen eerder uitzondering dan regel. En waar ze voorkomen, kunnen ze meestal gelinkt worden aan gekende (eventueel historische) verontreinigingsbronnen zoals zware industrie of stortplaatsen. Het ‘duurzaam zijn van het groen in onze tuinen’ is een ander paar mouwen want blindelings bemesten en bekalken heeft een paar ongewenste effecten. Soms zijn de verhoudingen tussen de voedingselementen in de bodem scheefgetrokken, met overmaats- en gebreksziekten als gevolg. Vaak is er sprake van overbemesting en kunnen belangrijke besparingen op meststoffen én kalk gerealiseerd worden. Dat geeft betere resultaten in sier- en moestuin en minder risico’s voor het leefmilieu.

De Bodemkundige Dienst van België reikt de hobbytuinder de hand met het tuindoosje dat een bodemstaal en -analyse erg laagdrempelig maakt. Een degelijk uitgevoerde bodemanalyse en het strikt respecteren van het bemestingsadvies is naar verluidt de enige manier om de bodemvruchtbaarheid weer in evenwicht te brengen. Wat de bodemkwaliteit betreft is er in het overgrote deel van de tuinen geen klagen over het organische koolstofgehalte. Alleen voor gazons is het tegendeel waar zodat er ruimte is om op al die Vlaamse gazonnetjes meer koolstof op te slaan en meteen ook een positieve bijdrage te leveren aan het milderen van de klimaatopwarming. In plaats van veelvuldig maaien en het gras afvoeren, kan een beter beheer zoals mulchmaaien soelaas bieden.

Tot slot stelt BDB vast dat een overmatige bekalking in veel Vlaamse tuinen geleid heeft tot (zeer) hoge pH-waarden van de bodem. Driekwart van de gazons zouden beter wat verzuren, hoe tegenstrijdig met alle goed bedoelde adviezen van tuincentra dat ook mag klinken. Indien de pH te basisch is, dan geeft dat allerlei problemen zoals een verminderde nutriëntenopname door planten, mosgroei in gazons, enz. Het kordate advies van BDB luidt daarom: “Weiger alle goede bekalkingsraad zolang niet eerst de pH van de bodem op een correcte manier bepaald werd.”

Meer weten? Hou VILT.be in de gaten. Volgende week nemen we de overbemesting van Vlaamse tuintjes onder de loep en vragen we een tuinexpert van Velt, een bodemecoloog van de Universiteit Gent en een docent van hogeschool VIVES om mogelijke oplossingen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via