nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.07.2019 VLM antwoordt op veel gestelde vragen over MAP6

Landbouwers die niet aanwezig konden zijn op de infosessies over het nieuwe mestactieplan (MAP6) vinden online de daar getoonde presentatie terug, evenals een handig overzicht van vaak gestelde vragen en de antwoorden daarop. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) werd bijvoorbeeld een aantal keren voor de voeten geworpen dat het Mestdecreet alleen focust op landbouw terwijl de waterkwaliteit niet gediend is met de lozingen door huishoudens en industrie. “Voor die andere sectoren wordt ook beleid gevoerd, maar de maatregelen zitten vervat in andere beleidskaders”, verzekert VLM. Andere topics gaan concreet in op de inhoud van MAP6.

Landbouwers weten dat ze niet kunnen ontsnappen aan de nieuwe verstrenging van het mestbeleid zodat de luisterbereidheid tijdens de infosessies van de Vlaamse Landmaatschappij groter was dan het gemor. Dat merkte VILT tijdens de infosessie in Glabbeek (Vlaams-Brabant), waar we eerder verslag over uitbrachten met focus op de hoofdlijnen en op de complexe verplichtingen inzake vanggewassen. Hoewel de infosessies rustig verliepen, maakt een lezersbrief in het onafhankelijk weekblad Landbouwleven nog een keer duidelijk dat het ongenoegen niet minnetjes is. “De boeren weg, is dat wat ze willen?”, vraagt de briefschrijver zich af, en: “Hoeveel keer per dag worden de toiletten van 11 miljoen Belgen gebruikt?”

Die laatste bedenking, dat andere sectoren mee verantwoordelijk zijn voor de waterverontreiniging met nitraat en fosfaat, maken wel meer landbouwers. Daarom antwoord VLM erop in zijn overzicht van veel gestelde vragen over MAP6: “Voor andere sectoren, zoals huishoudens en industrie, die rechtstreeks lozen in de waterlopen, wordt ook een beleid gevoerd. Uit de metingen van de nitraatgehalten van de waterlopen en het grondwater, blijkt dat de landbouwsector de belangrijkste bijdrage levert aan de uit- en afspoeling van nitraten, door te bemesten. Ook modelmatige berekeningen bevestigen dat. Daarom wordt prioritair ingezet op verbeterde bemestingspraktijken voor de landbouwsector volgens het principe van de 4 J's in het Mestdecreet.”

Mogen de landbouwers hopen dat het strengste mestactieplan tot dusver vruchten zal afwerpen, en MAP7 er niet opnieuw een schep zal bijdoen? De Vlaamse Landmaatschappij garandeert de effectiviteit van de maatregelen: “Het onderzoeksplatform duurzame bemesting heeft het effect op de waterkwaliteit van een aantal maatregelen doorgerekend. Daaruit blijkt dat een oordeelkundige bemesting volgens het principe van de 4 J's (o.a. juiste dosis en tijdstip) en het inzaaien van vanggewassen de beste opties zijn om het nitraatgehalte in het oppervlakte- en grondwater te verlagen. Het gebiedsgerichte beleid van MAP 6 zet daar dan ook sterk op in. We focussen ook op betere controles. Zo willen we de fraude beter aanpakken en ervoor zorgen dat de landbouwers, mestverwerkers en andere betrokken partijen zich beter aan de regels houden.”

Andere vragen die opgenomen zijn in het overzicht handelen over concrete deelaspecten van MAP6, zoals de vanggewasregeling. In Glabbeek maakten akkerbouwers duidelijk dat zij gewend zijn om de teelt van late aardappelen te laten volgen door wintergraan. Dat kan onder het nieuwe mestactieplan nog steeds, maar die hectaren zullen in de gebiedstypes 2 en 3 dan niet meetellen bij de berekening van het doelareaal vanggewassen. “De reden daarvoor is dat aardappelen gemiddeld veel nitraat achterlaten in de bodem. Dat is nefast voor de waterkwaliteit. Het is dan ook belangrijk om na aardappelen een vanggewas te zaaien dat meer nitraat opneemt dan wintergraan. Het inzaaien van wintergraan in het najaar, na bijvoorbeeld graan dat geoogst is in augustus, komt wel in aanmerking voor de vanggewasregeling. Dat komt omdat geoogst graan in augustus weinig nitraatstikstof achterlaat in de bodem.”

Meer info: Veel gestelde vragen over MAP6

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via