nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

28.10.2019 Wanneer de droogte toeslaat…

“Boeren betalen de prijs van de droogte, niet de consument”, kopt De Morgen. Landbouwers, vooral in West-Vlaanderen, kreunden voor het derde jaar op rij onder de hitte. Hoewel ze tegen een stootje kunnen, laten de mislukte oogsten na drie uitzonderlijk droge zomers met watertekorten felle sporen na.
In een vijfdelige reeks ‘Komt het weer goed?’ ging De Morgen-journalist Barbara Debusschere op zoek naar de gevolgen van de opwarming van de aarde dicht bij huis. Zo trok ze naar de Kalmthoutse Heide om er de ravage van de droogte te onderzoeken, naar de kust waar ingenieurs alles in stelling brengen tegen de stijging van de zeespiegel, naar de steden die in de zomer veranderen in hitte-eilanden en naar Belgische wijnbouwers die dankzij de klimaatopwarming een boost kennen. Ook in West-Vlaanderen stond een tussenstop op het programma, bij enkele landbouwers die hun tanden stukbijten op de ‘Spaanse toestanden’ met te veel hittestress, waterschaarste en droogte.
 
Waarom West-Vlaanderen? De provincie heeft, in vergelijking met de rest van Vlaanderen, het meest te lijden onder de klimaatopwarming. Dat heeft te maken met de economische geschiedenis van de textiel- en voedingsindustrie die de diepste lagen uitgedroogd heeft. In de Westhoek is het ondiep water maar beperkt beschikbaar omdat je daar meteen op kleigrond of op natuurlijke verzilting botst. Dat maakt dat de regio erg afhankelijk is van regenval.
 
De overheid erkende de zomer van 2017 officieel als ramp. Net geen 3.200 Vlaamse boeren dienden een schadeclaim in en de regering betaalde ongeveer 29 miljoen euro aan schadevergoedingen uit. De totale schade werd op zo’n 98 miljoen euro geraamd. Het jaar erop sloeg de droogte opnieuw toe, en harder deze keer. Het aantal schadedossiers liep op tot net geen 12.000. Vanaf volgend jaar worden het Landbouwrampenfonds en het Rampenfonds vervangen door de brede weersverzekering. De houvast bij extreem weer verdwijnt daarmee, terwijl de extremen in de toekomst alsmaar meer zullen voorkomen.
 
Vandaag is het in België door de opwarming van de aarde 2,5 graden warmer dan voor de industriële revolutie. De seizoenen worden warmer en het aantal hittegolven en ‘tropisch warme dagen’ neemt toe. Tussen 1970 en 2017 was er om de drie jaar een hittegolf, nu is dat één per jaar én ze duren steeds langer. Tel daarbij dat de waterbeschikbaarheid in Vlaanderen en Brussel de kleinste is in Europa, op Tsjechië en Italië na. In een kleine, dichtbevolkte regio met veel verharding loopt het regenwater recht naar de riool in plaats van in grote rivieren.
 
Provincie West-Vlaanderen blijft niet bij de pakken zitten en richtte vorig jaar de Droogtecommissie op, een intern overlegorgaan van de waterloopbeheerders, de betrokken bestuursniveaus en het Coördinatie- en crisiscentrum van de Vlaamse overheid. Grote bufferbekkens moeten bescherming bieden tegen overstromingen én kunnen dienen als waterreservoir. Afvalwater wordt gerecycleerd en er wordt gezocht naar nieuwe gewassen die beter bestand zijn tegen de droogte. Daarnaast worden de opties in kaart gebracht om water ondergronds te stockeren en worden drones en satellietbeelden ingeschakeld die de droogte op het veld in de gaten moeten houden.
 
Klinkt allemaal goed, al reageren landbouwers en experts terughoudend. Het vergt namelijk veel investeringen om over te schakelen op nieuwe gewassen. En bufferbekkens helpen maar ongeveer 10 procent van de boeren. Bovendien schuilt een grote kost in het vervoer van water. Het beste advies luidt: leg je eigen watervoorraad aan, al moet je je daarvoor eerst door de administratieve rompslomp worstelen om de vergunning in orde te krijgen.

Bron: De Morgen

Volg VILT ook via