nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.10.2019 Welk stikstofbeleid voert Vlaanderen?

Met de Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS) wil Vlaanderen de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden terugdringen. Toen in 2015 duidelijk werd welke impact deze aanpak had voor de Vlaamse landbouw kwamen ook in ons land honderdend tractoren op straat. Is er vier jaar na de invoering van dit beleid nu al verbetering in de stikstofuitstoot merkbaar? Of is de afbouw van de veestapel, zoals sommige organisaties naar voor schuiven, de enige manier om de stikstofdepositie terug te dringen? VILT zet de feiten en cijfers op een rijtje.

Waar moeten we naartoe?
Tegen 2050 mag geen enkele drempelwaarde van stikstof in de Natura 2000-gebieden nog overschreden zijn. (Volgend jaar komt de overheid met een evaluatie van het stikstofbeleid, om te zien of de doelstellingen die de Vlaamse regering vooropstelde voor 2025 en 2030 haalbaar zijn.) Om die doelstelling te bereiken, moet er een ‘passende beoordeling’ gebeuren om de impact van elke vergunningsplichtige activiteit in de Natura 2000-gebieden of in de omgeving te toetsen aan het mogelijk effect op de aanwezige natuur. Veroorzaakt deze activiteit een significante aantasting van de natuur (door ammoniakemissie, ruimtebeslag, licht- of geluidsverstoring, daling grondwatertafel, enz.), dan wordt er geen vergunning voor gegeven.

Hoe wil Vlaanderen de stikstofuitstoot in Natura 2000-gebieden doen dalen?
De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) vat alle relevant socio-economische activiteiten (landbouw, industrie, verkeer) en gaat de vooropgestelde stikstofreductie billijk verdelen over deze sectoren. Voor landbouw werd op basis van een simulatiemodel de impact van elk landbouwbedrijf gemeten op de nabijgelegen natuur. Aan de hand van die simulatie werd aan elk individueel landbouwbedrijf een kleurcode toegekend: rood, oranje of groen. Bedrijven die een significant negatieve impact hebben op de instandhoudingsdoelstellingen, moeten hun bedrijfsvoering stopzetten of bijsturen.

Draagt een landbouwbedrijf bij tot meer dan 50 procent van de kritische last in een habitat, dan krijgt het code rood. Wat betekent dat het bij het vervallen van de milieuvergunning geen nieuwe vergunning meer krijgt voor het houden van dieren en dus de facto de activiteiten moet stopzetten of heroriënteren naar andere sectoren dan veehouderij.

Draagt een bedrijf 5 tot 50 procent bij van de last, dan krijgt het de kleurcode oranje. Die bedrijven kunnen de huidige veehouderij-activiteiten verderzetten, maar niet meer uitbreiden. Uitzonderingen zijn toegestaan als ze gaan investeren in het gebruik van luchtwassers, emissiearme stallen en ander voeder dat de uitstoot doet dalen.

Alle andere bedrijven krijgen code groen en voor hen zijn er geen repercussies op vlak van bedrijfsvoering. “In totaal kregen 54 bedrijven het rode statuut en 498 bedrijven kregen code oranje”, brengt ABS-voorzitter Hendrik Vandamme in herinnering. Sinds 2016 heeft Vlaanderen een actieplan klaar met een flankerend beleid voor deze benadeelde landbouwbedrijven.

ABS vindt dat er onder geen beding op dit beleid kan worden teruggekomen. “De lijn die in 2016 werd getrokken, blijft wat ons betreft staan waar ze staat, ook al hebben we nu een nieuwe regering”, klinkt het. Vandamme hoedt zich ervoor dat onder impuls van de Nederlandse situatie ook in Vlaanderen het dossier opnieuw ter discussie wordt gesteld.

Afbouw van de veestapel als ultieme oplossing?
Zo wordt in Nederland een drastische afbouw van de veestapel naar voor geschoven en ook bij ons opperde professor emeritus Wannes Keulemans onlangs dat een inkrimping van de Vlaamse veestapel met 30 procent 255.000 hectare grond vrijmaakt (132.000 hectare elders in de wereld en 123.000 hectare in Vlaanderen). Hij pleit ervoor die oppervlakte om te zetten in bos of natuurgebied. “Dat is niet alleen een belangrijke maatregel om koolstof op te slaan, maar het zou ook de overbemestingsproblematiek verminderen en een positieve impact hebben op de uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast is veeteelt de belangrijkste bron van ammoniak. Dat leidt tot de vorming van fijnstof en tast de biodiversiteit aan”, stelde Keulemans. Volgens hem zou de afbouw van de veestapel met 30 procent de uitstoot van methaan en ammoniak evenredig doen dalen.

Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker noemt de vraag voor een afbouw van de veestapel een ideologische discussie. “Dit heeft meer met ideologie te maken dan met milieu. Het gaat niet over het aantal pootjes, maar over de emissie van die dieren”, stelt ze. “Vergelijk het met de auto-industrie. Daar wordt toch niet gevraagd dat er minder auto’s worden gebouwd, maar wel dat de nieuwe auto’s minder uitstoten.”

De landbouworganisatie ziet tal van mechanismen die de landbouwsector responsabiliseren op vlak van de omvang van de veestapel. “Er is een NEC-plafond (National Emission Ceilings) dat door een Europese richtlijn wordt opgelegd, er is een bijkomende reductiedoelstelling – die enkel landbouw wordt opgelegd – in het kader van de Programmatorische Aanpak Stikstof en er is een ambitieuze doelstelling voor de reductie van diverse broeikasgasemissies in de landbouw. En ook de zoogkoeienpremie wordt binnenkort ontkoppeld”, stelt Boerenbond. “Bovendien zijn al deze doelstellingen niet vrijblijvend”, klinkt het nog.

Een studie van het Instituut voor Natuur en Bos (INBO) stelt de stikstofneerslag in Natura 2000-gebieden gemiddeld met 38 procent moet dalen. Dat zou betekenen dat zelfs als de volledige Vlaamse landbouwsector verdwijnt, we er nog niet komen. Want die is volgens diezelfde studie maar verantwoordelijk voor 29,5 procent van de depositie in de Natura 2000-gebieden. De grootste bron van stikstofneerslag blijkt het buitenland te zijn: 55 procent van de neergedaalde stikstof in deze afgebakende natuurzones blijkt van buitenlandse bronnen afkomstig te zijn. Tegelijk is ook Vlaanderen een netto-stikstofexporteur, stelt INBO. Uit berekeningen van VMM exporteert Vlaanderen 2,9 keer zoveel stikstofoxiden dan het importeert vanuit andere regio’s en het buitenland. Op dit vlak is wel een verbetering zichtbaar: in 2002 exporteerde Vlaanderen nog 3,9 keer zoveel NOx dan het importeerde.

Is de Vlaamse aanpak op landbouwvlak doeltreffend?
Zoals eerder gezegd, land- en tuinbouw – en vooral veehouderij – is de grootste verantwoordelijke voor de uitstoot van ammoniak (NH3). De ammoniakemissie naar de lucht gebeurt voornamelijk uit veestallen en mestopslagplaatsen, bij mestuitspreiding en mestverwerking, weiden en grazen en bij het gebruik van kunstmeststoffen. De mate van ammoniakvervluchtiging vanuit dierlijke mest wordt onder andere beïnvloed door de samenstelling van de mest, de toedieningswijze op het land en de weersomstandigheden tijdens het uitrijden.

Uit het nieuwe jaarrapport luchtemissies 2000-2017 van VMM blijk dat de ammoniakemissie (NH3) van de landbouwsector blijkt dat er in die periode een daling optrad van 33 procent. Tot 2008 daalde de NH3-uitstoot van de sector sterk. Daarna bleef hij een aantal jaar stabiel en sinds 2014 is opnieuw een daling vast te stellen. Ook in 2017 was een daling van de emissies uit stallen en mestopslag aan de orde. Daarmee liggen de doelstellingen in 2020 en 2025 nog steeds binnen handbereik. Voor de eerste daling van de ammoniakuitstoot wordt verwezen naar de invoering van de mestactieplannen en de beslissing om emissiearme stalsystemen te verplichten in de varkens- en pluimveehouderij. En ook nu wordt onder impuls van het PAS-kader sterk geïnvesteerd in dergelijke systemen en in luchtwassers waardoor een verdere daling van de ammoniakuitstoot door de landbouw kan worden vastgesteld.

In 2015 en 2016 was de daling in NH3-emissies van stallen en mestopslag minder voelbaar vanwege de strenge fosfaatnormen in MAP5. Hierdoor moesten landbouwers opzoek naar fosfaatarme stikstofbronnen (zoals kunstmest) en hun dierlijke mest laten verwerken, welke ook een impact hadden op de NH3-emissies. De sector moest in sneltempo een omslag maken. Intussen heeft de sector zich kunnen aanpassen: er is een stagnering in kunstmestgebruik en een minder sterke toename in mestverwerking. Dit blijkt ook uit de daling in de totale NH3-emissie in 2017. Er valt te verwachten dat de daling in zich de komende jaren zal verder zetten. De landbouw lijkt daarmee op de goede weg om haar doelstellingen te halen. “Wij zijn ervan overtuigd dat we met het huidige beleid en emissiearme technieken de daling van de stikstofuitstoot kunnen voortzetten”, stelt ook Boerenbondvoorzitter De Becker.

De NO2-emissie (stikstofdioxide) door de land- en tuinbouw wordt enerzijds veroorzaakt door de mestopslag en het beheer ervan en anderzijds door de toediening van zowel dierlijke als kunstmest op akker- en graslanden. Mestopslag en – beheer is slechts voor drie procent van de totale NO2-emissie door de land- en tuinbouw verantwoordelijk. De emissies als gevolg van het mestgebruik zijn dus groter. Kunstmest (50%) en dierlijke mest (47%) hebben ongeveer een gelijk aandeel in de NO2-emissie door land- en tuinbouw. De totale NO2-emissie van de sector daalde met 24 procent tussen 2000 en 2017. Oordeelkundige bemesting en mestverwerking sinds 2000 zorgde dat het aandeel van dierlijke mest in de totale NO2-emissie in de land- en tuinbouw daalde van 62 naar 47 procent. Het relatief aandeel van kunstmest steeg in diezelfde periode dan weer met 15 procent.

Uit datzelfde VMM-rapport blijkt dat het verkeer de doelstellingen in 2020 en 2025 op vlak van NOx-emissie waarschijnlijk niet zal halen. De prognoses voor transport lijken compleet achterhaald te zijn. De Vlaamse Regering die de doelstelling voor landbouw in 2025 verstrengde en hiervoor een stok achter de deur inbouwde, had dit beter ook gedaan voor transport.

Critici stellen dan weer dat de PAS veel te weinig ambitieus is. “Driekwart van de stikstofdepositie in natuurgebieden komt van boerderijen die code groen hebben gekregen en dus ieder afzonderlijk maar een klein aandeel in die vervuiling hebben”, zegt UGent-landbouweconoom David De Pue in De Standaard. Die redenering is wel vaker te horen in de media, maar klopt niet helemaal. "Ik heb die uitspraak genuanceerd, maar die heeft het artikel in de krant De Standaard niet gehaald", reageert De Pue. "Het is inderdaad zo dat de landbouwbedrijven die minder dan vijf procent bijdragen van de kritische stikstoflast in een habitat (code groen) verantwoordelijk zijn voor driekwart van de landbouwuitstoot. Zij zijn echter verantwoordelijk voor 20 procent van de totale stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden en niet voor 75 procent zoals wel vaker wordt verspreid."

Wel wijst ook De Pue erop dat het ¬verkeer en de industrie ¬volledig lijken te ontsnappen aan beperkende maatregelen. “Als we de stikstofuitstoot structureel willen aanpakken, zullen ook die sec¬toren inspanningen moeten leveren”, klinkt het. Experts gaan ervan uit dat stringente maatregelen voor het klimaat (minder uitstoot van CO2) ook een positief effect op de stikstofuitstoot zullen hebben.

ABS-voorzitter Hendrik Vandamme ziet dan ook dat de omgeving van Gent en Antwerpen opvallend rood gekleurd zijn op de overzichtskaartjes die de stikstofuitstoot aangeven. “De impact van druk wegverkeer en de zwaar vervuilende industriële activiteiten in hun havengebieden zijn onmiskenbaar. Wat land- en tuinbouw betreft is de vroegere uitstootvermindering wat gestagneerd, maar de trend is nog steeds onmiskenbaar dalend”, benadrukt hij.

Lees volgende week meer over hoe de Vlaamse stikstofaanpak verschilt van de Nederlandse.

Bron: VMM/INBO/Boer & Tuinder/Drietand/De Standaard

Volg VILT ook via