nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.09.2015 Welke invulling voor leegstaande hoeves in Haspengouw?

Haspengouw is gekend voor zijn schoonheid. Authentieke hoeves, stallen en schuren zijn net zo kenmerkend voor het fraaie landschap als de fruitbloesems in het voorjaar. Helaas dreigt een groot deel van het landbouwpatrimonium leeg te komen staan door het wegvallen van de landbouwactiviteit. De bezorgdheid rond een zinvolle invulling van deze panden wordt breed gedeeld. Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege kondigde deze zomer een proefproject aan voor de herbestemming van leegstaande hoeves. In Limburg heeft men daar niet op gewacht. Studenten van de UHasselt mochten vrij nadenken over een nieuwe invulling en hebben met hun ideeën de discussies gevoed. “Deze methodiek hanteerden we eerder al in een project over leegstaande kerken”, vertelt Hilde Van Ransbeke, coördinator bij vzw Stebo.

De typische structuur van het Haspengouws dorp komt onder druk. Hoeves, oude fabrieksgebouwen, kerken, kloosters en kastelen komen leeg te staan. De leefomgeving van Haspengouw beschikt nochtans over bijzondere kwaliteiten. “Door ons te richten op het behoud, het opwaarderen en versterken van deze kwaliteiten kunnen we het Haspengouwse platteland leefbaar maken en het karakter en de identiteit van onze dorpen blijven koesteren”, zegt gedeputeerde van Landbouw en Platteland Inge Moors.

Nieuwe invullingen geven aan leegstaande hoeves zorgt volgens de gedeputeerde voor een dynamische ontwikkeling van het platteland zonder nieuwe, kostbare ruimte te moeten aansnijden. Met die insteek werd de creativiteit van studenten van de opleiding Interieurarchitectuur (UHasselt) losgelaten op drie gebouwen die met toestemming van de eigenaars dienstdoen als onderzoeks- en inspiratievoorbeelden: een oude dwarsschuur in ‘s Gravenvoeren en twee vierkantshoeves in Riemst en Gingelom.

De frisse ideeën van de studenten leggen de basis voor nieuwe manieren van denken over dit vraagstuk. Hilde Van Ransbeke geeft namens Stebo, een projectorganisatie die vooral werkt rond lokaal woonbeleid, uitleg bij deze aanpak: “In het verleden hebben we al een brochure uitgegeven over kwaliteitsvol renoveren, maar specifiek voor leegstaande hoeves stelden we vast dat een nieuwe invulling dikwijls vastloopt. Dat komt door andere visies op de verschillende beleidsniveaus (gemeente, provincie, Vlaanderen) en door de onduidelijkheid over wat kan en mag.”

Stebo kreeg van de provincie Limburg het licht op groen, én de nodige financiële middelen, om die patstelling te doorbreken. Daarvoor werd de methodiek gebruikt die zijn functionaliteit bewezen had in een project rond leegstaande kerken. “Bachelorstudenten van de UHasselt dachten ongeremd na over nieuwe invullingen voor leegstaande hoeves. Ze visualiseerden hun ideeën met behulp van schetsen en maquettes. Op basis daarvan is het makkelijker in discussie gaan. Aan de workshops over de drie uitverkoren sites nam een divers publiek deel van eigenaars, gemeenteambtenaren, dorpsbewoners, heemkundigen, enz. De vraag was telkens welke functie een gebouw in het verleden had en welke betekenisvolle functie het in de toekomst kan hebben.”

De meeste studenten dachten bij een andere invulling voor leegstaande hoeves aan diverse vormen van co-housing en alternatieve woonvormen voor senioren. Andere vaak genoemde nieuwe bestemmingen bewaren de link met landbouw wél. Hilde Van Ransbeke: “Oude hoeves zijn volgens de studenten een goede uitvalsbasis voor een winkeltje waar je lokale (hoeve)producten kan kopen. Een andere optie is de inrichting van gastenverblijven, wat goed te combineren is met de herintroductie van schapen en ander kleinvee op de boerderij. Geen echte landbouwactiviteit dus, maar wel wat je ‘knuffellandbouw’ kan noemen.”

Toen minister Joke Schauvliege aankondigde dat ze een aantal gebieden ‘regelluw’ wil maken in het kader van een proefproject rond de herbestemming van leegstaande hoeves waren Boerenbond en Natuurpunt er snel bij om daar vraagtekens bij te plaatsen. De één vreest voor een toename van de druk op professionele landbouwactiviteiten op het platteland terwijl de ander denkt dat er zo in versneld tempo open ruimte dreigt verloren te gaan. “Beide bezorgdheden spookten ook door het hoofd van de leden van onze projectstuurgroep”, zegt Van Ransbeke. Die stuurgroep komt in september opnieuw samen, om stil te staan bij de ideeën van de studenten en de dialoog die op gang kwam tijdens het druk bijgewoonde publieksmoment dat begin deze zomer de nieuwe invulling van het landbouwpatrimonium in Haspengouw als thema had.

Op de vraag of we na alle dialoog ook concrete resultaten mogen verwachten, antwoordt Hilde Van Ransbeke: “Het uiteindelijk doel is op beleidsniveau een opening creëren voor het eenvoudiger herbestemmen van leegstaande hoeves. Eind dit jaar wordt een e-book de wereld ingestuurd met daarin vernieuwende voorbeelden omtrent de alternatieve invulling van ons landbouwpatrimonium.” Verder is het de ambitie van het Limburgse project om aansluiting te vinden bij het Vlaams initiatief van minister Schauvliege en te helpen bij het omtoveren van één leegstaande hoeve in de eigen provincie, bij wijze van stichtend voorbeeld.

Na het publieksmoment beloofde de bevoegde gedeputeerde in Limburg, Inge Moors, om de uitkomsten van deze dialoog, de ideeën van de studenten en de reflecties naderhand mee te nemen in het ruimtelijk onderzoek dat begin 2015 is opgestart. “Veel burgemeesters en schepenen zijn al mee gestapt in het gebiedsgerichte strategische project Haspengouw, kortweg GGSP Haspengouw. Vanuit een ruimtelijke bril willen we plannen actualiseren, belangen verzoenen, visies ontwikkelen en vooral over grenzen heen werken: beleidsdomeingrenzen én bestuurlijke grenzen.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Stebo vzw

Volg VILT ook via