nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

06.08.2020 Westvlees getroffen door corona-uitbraak

Meer dan 200 personeelsleden van slachthuis Westvlees in het West-Vlaamse Staden zijn in quarantaine geplaatst na verschillende coronabesmettingen. Intussen testten al 50 medewerkers positief. Het bedrijf moet voorlopig niet sluiten omdat alle positief geteste personeelsleden op dezelfde afzonderlijke afdeling werken. Tot nu toe bleven Belgische vleesverwerkende bedrijven gespaard van het coronavirus, in tegenstelling tot andere Europese landen.
Door het systeem van lokale contacttracing kwam de broeihaard binnen het bedrijf aan het licht. "Verschillende mensen van de snijafdeling bleken besmet met het virus. Daarom besloten we op grote schaal te gaan testen", vertelt burgemeester Francesco Vanderjeugd (Open Vld).
 
Ondertussen werden 225 mensen getest en in quarantaine geplaatst. Van de 164 resultaten die al bekend zijn, zijn er 50 positieve gevallen.
 
Volgens de burgemeester is het voorlopig niet aan de orde om het bedrijf volledig te sluiten. "De besmette mensen werken in dezelfde afdeling die afgesloten is van de rest van het bedrijf, of hebben een familiale band met personen binnen die afdeling. We volgen alles heel goed op maar sluiting is nog niet aan de orde." De activiteiten van de snijafdeling worden momenteel overgenomen door een andere vestiging.
 
Europese slachthuizen vaker getroffen door coronaclusters
 
Eerder kampten namelijk ook Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Frankrijk, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk met uitbraken in soortgelijke bedrijven.
 
Vooral Duitsland kwam in het nieuws als gevolg van coronabesmettingen in vleesverwerkende bedrijven. Het meest sprekende geval is dat van de Duitse vleesverwerker Tönnies, die zijn hoofdkantoor in Rheda-Wiedenbrück bijna vier weken lang moest sluiten nadat ongeveer 1.400 van de 6.000 werknemers besmet bleken te zijn met COVID-19.
 
De massale uitbraak in de slachterij - één van de grootste van Duitsland en marktleider bij de verwerking van varkens - zorgde voor een politieke discussie over een reorganisatie van de vleessector.
 
Daarvoor waren er in Duitsland ook al uitbraken geweest in onder andere een fabriek van Westfleisch in Coesfeld, waar bijna 300 werknemers positief testten, en in een slachthuis in de zuidwestelijke Duitse stad Birkenfeld, met ook hier honderden besmettingen.
 
In Oostenrijk werden eveneens coronagevallen vastgesteld in verschillende vleesverwerkende bedrijven. Dat gebeurde onder andere in een slachthuis in Eggenburg, bij de grens met Tsjechië. In een slachthuis in Ringsted van de Deense vleesverwerker Danish Crown staat de teller ondertussen op 120 coronagevallen. Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten ontsnapten evenmin aan de uitbrakengolf.
 
In Nederland waren er onder meer uitbraken in het slachthuis Van Rooi Meat in Helmond en in een vleesverwerkingsbedrijf van slachter en vleesverwerker Vion in Groenlo.
 
Krappe leefomstandigheden
 
Dat er in zovele slachthuizen en vleesverwerkende bedrijven coronaclusters opdoken, heeft volgens experts en critici voor een deel te maken met de povere werk- en leefomstandigheden van de werknemers. Dat zijn veelal goedkope Oost-Europese arbeidsmigranten, die vaak met veel mensen in een relatief kleine ruimte wonen, sanitair delen en samen in busjes naar het werk pendelen. Op de werkvloer zelf zou het door de aard van het werk bovendien erg moeilijk zijn om afstand te houden. De Britse epidemioloog Calum Semple wees eerder al op een andere factor die mogelijk bijdraagt tot de situatie. Zo is het in slachthuizen vaak koel en donker, wat deze bedrijven tot een ideale plaats maakt voor het virus om te gedijen.
 
Na de uitbraak in het Duitse bedrijf Tönnies had het federaal voedselagentschap FAVV nog gezegd dat de omstandigheden in de Belgische slachthuizen niet te vergelijken zijn met Duitsland. Het probleem in slachthuizen in het buitenland situeert zich niet zozeer in de bedrijven zelf, maar in de manier waarop de transport- en leefomstandigheden (zoals huisvesting) is georganiseerd, luidde het toen.
 
Ook de vakbond ACV wijst erop dat er van precaire leef- en werkomstandigheden bij Westvlees geen sprake is. “De besmettingen zijn niet te wijten aan de huisvesting, want buitenlandse werkkrachten worden ondergebracht in gewone huizen”, zegt vakbondsafgevaardigde Marnik Willaert aan De Tijd. “Soms wonen ze wel met drie of vier mensen samen, maar dat is in een Vlaams gezin niet anders.”
 
Daarnaast zijn er duidelijke regels afgesproken op de werkvloer om social distancing te garanderen en die worden volgens Willaert goed opgevolgd. “Ik vrees dat we hier gewoon pech hebben gehad.”
 
Westvlees is één van de belangrijkste Europese producenten van varkensvlees, jaarlijks goed voor de verwerking van 1,4 miljoen varkens tot ruim 140.000 ton varkensvlees. Het bedrijf heeft klanten in 50 landen. In de afdeling in Westrozebeke werken in totaal 850 werknemers, waarvan 225 mensen op de snijafdeling. 

Bron: Belga / De Tijd / Het Laatste Nieuws

Beeld: Themabeeld

Volg VILT ook via