nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

05.12.2019 "Zet ecosysteemdiensten centraal in beheer open ruimte"

Naar aanleiding van het landbouwparlement over landbouw en open ruimte dat Fedagrim tijdens Agribex organiseerde, werd Fedagrim-voorzitter Johan Colpaert uitgenodigd in de studio van het Canvas-programma De Afspraak. Samen met bioloog Dirk Draulans mocht hij zijn mening geven over de relatie tussen landbouw en milieu. Volgens Colpaert is de tegenstelling tussen landbouw en natuur kunstmatig en hij ziet ecosysteemdiensten richtinggevend voor de inrichting en het beheer van de open ruimte.

Globaal in de visie van Fedagrim over het beheer van de open ruimte staan de ecosysteemdiensten. Zij omvatten het geheel van voordelen die de natuur biedt: van propere lucht en drinkbaar water over de productie van voedsel en energie tot het genot dat het landschap ons brengt. “Wij zijn ervan overtuigd dat ecosysteemdiensten richtinggevend zijn voor hoe de open ruimte best wordt ingericht en beheerd en hoe de landbouw kan bijdragen aan een rijkere open ruimte”, zegt Colpaert.

Tijdens het landbouwparlement lanceerde Fedagrim vijf controversiële stellingen over de open ruimte. Zo noemt de federatie van de toeleveranciers van machines, gebouwen en uitrustingen voor land- en tuinbouw, de tweespalt tussen natuur en landbouw artificieel. “Natuurbehoud en voedselproductie door middel van land- en tuinbouw maken beide deel uit van dezelfde bundel ecosysteemdiensten. Een duurzaam beheer van de open ruimte streeft naar de creatie van een zo evenwichtig mogelijke, veerkrachtige bundel van die natuurvoordelen in ieder deel van de Belgische ‘groene infrastructuur’”, stelt de voorzitter.

Volgens Fedagrim is de kunstmatige tegengestelde positionering van landbouw en natuur voor een deel te herleiden tot een te enge kijk op de open ruimte. “De nu al versnipperde open ruimte in ons land kan niet worden beheerd hectare per hectare, kadasternummer per kadasternummer. Door de blik te verruimen naar wat er in ieder samenhangend deel van het groen-blauwe netwerk mogelijk is om voedselproductie, natuurbehoud, een gezonde water- en bodemhuishouding of pakweg agrotoerisme te verzoenen, creëren we een robuuste open ruimte”, klinkt het.

Ten tweede roept de sectorfederatie op om een dam op te werpen tegen de inbreuk op landbouwgrond. “Van 2013 tot 2016 ging zo gemiddeld zes hectare per dag verloren in Vlaanderen aan open ruimte, grotendeels aan nog maar eens een verkaveling. In Wallonië gaat het iets minder hard maar zien we dezelfde tendens. En het is in het algemeen niet de landbouwer die de min of meer ongerepte natuur aansnijdt, of een nieuw bos dat een landbouwzone inpalmt. Zowel landbouw- als natuurgebieden hebben iedere dag opnieuw te lijden onder het ruimtebeslag van infrastructuur, industrie en wonen.”

Volgens Colpaert is het vrijwaren van de open ruimte en de landbouwgrond in het bijzonder dan ook cruciaal om de ecosysteemdiensten die de natuur in ons land levert op peil te houden. “De overheid slaagt er al decennia niet in om dat ruimtebeslag een halt toe te roepen. Landbouw en natuur zijn bondgenoten in diezelfde strijd. Het behoud van 750.000 ha agrarisch gebied (in werkelijkheid slechts 620.000 ha) voor beroepslandbouw in Vlaanderen valt zeker te rijmen met de doelstelling uit het Vlaamse regeerakkoord om tegen 2030 20.000 ha meer natuur en 10.000 ha meer bos in Vlaanderen te hebben.”

De derde stelling die werd gelanceerd tijdens het landbouwparlement van Fedagrim is dat de kosten en de baten in duurzame landbouw de landbouwers zelf overstijgen. “De investeringen om ecosysteemdiensten op te nemen in het verdienmodel van individuele landbouwbedrijven overstijgen doorgaans hun individuele capaciteit. Tegelijk komen de baten ook aan de lokale gemeenschap en de samenleving in het algemeen toe, en niet enkel aan de landbouwers”, legt Johan Colpaert uit.

Fedagrim kan zich ook niet van de indruk ontdoen dat er twee grote kloven gapen in het beheer van de open ruimte in ons land. “Een eerste kloof is die tussen de beleidsvoorbereidende fase en het uiteindelijke beleid zelf. Alle experten waarmee we in de voorbereiding van dit landbouwparlement praatten, zijn het erover eens: er bestaat in grote lijnen een consensus rond wat mogelijk is en wat goed zou zijn als het om een duurzaam beleid rond ruimtelijke ordening en activiteiten in de open ruimte gaat. Maar ergens tussen die onderzoekscentra en de cenakels van de politieke macht loopt het mis, waardoor het Belgische beleid rond open ruimte meer lijkt op een wildgroei aan wet- en regelgeving waar de gemiddelde politicus door de bomen het bos niet meer ziet.”

Bijkomend stelt de federatie vast dat het beleid van de open ruimte bijzonder kwetsbaar is voor belangengroepen, voor dienstbetoon en opportunisme. “In die zin pleit onze federatie voor een meer sturend ingrijpen door de federale en gewestelijke overheden om lokale overheden uit de wind te zetten. Lokale overheden zijn immers vaak meer vatbaar voor druk van bepaalde belangengroepen en zijn gebaat met heldere en bindende afspraken zonder teveel uitzonderingen en achterpoortjes die een sluipend ruimtebeslag laten voortduren en onderlinge concurrentie met de buurgemeenten in de hand werken. Wie de open ruimte beheert met ecosysteemdiensten als leidraad, kan niet anders dan een bovenlokaal beleid uitstippelen dat rechtdoet aan de samenhang van de groene infrastructuur in ons land”, zegt voorzitter Colpaert.

Als laatste en meest controversiële stelling stelt Fedagrim het absolute karakter van het eigendomsrecht in vraag. De klimaatwijziging zal deze (vermeende) privileges en het absolute karakter van het eigendomsrecht in toenemende mate scherper stellen. Wat ieder van ons in “zijn” tuin plant, welke gewassen de landbouwer teelt, welke bomen er in “ons” bos groeien bepaalt allemaal samen hoe de groene infrastructuur in onze omgeving eruitziet”, luidt het. “Die open ruimte kan maar duurzaam beheerd worden in het belang van ieder van ons wanneer we de grenzen van de individuele eigendom overstijgen.” Volgens Fedagrim is de vrije teeltkeuze en het vrije recht van ondernemen van de landbouwer al langer een relatief begrip wanneer de landbouwer moet meedraaien in globale waardeketens.

Johan Colpaert wijst er tenslotte op dat wanneer landbouwers al tijdens hun loopbaan vergoed worden voor de ecosysteemdiensten die ze leveren, ze ook niet hoeven te gokken of hopen op de kapitaalsprong bij de verkoop van eigen landbouwgrond om hun pensioen veilig te stellen. “Voor oudere landbouwers die die grond graag aan jonge collega’s zouden overlaten is de grond die ze bezitten tegelijk ook hun pensioenspaarpot waar ze aan vasthouden. Die moeten ze noodgedwongen mondjesmaat aan de hoogstbiedende verkopen – en dat is doorgaans géén professionele landbouwer. Een inkomen uit ecosysteemdiensten tijdens hun loopbaan stelt hen in staat veerkrachtige, duurzaam beheerde landbouwgrond aan de volgende generatie van jonge landbouwers over te dragen”, besluit hij.

Bekijk hier het studiogesprek met Johan Colpaert en Dirk Draulans in De Afspraak.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via