nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Landbouw 2.0
07.12.2015  Agribex werpt een blik op de boerderij van de toekomst

19 oktober 2025. Het is net vijf uur wanneer ik wakker word van het gepiep van mijn smartphone. Het signaal is afkomstig van een geboortemelder die een ongewoon grote daling van de lichaamstemperatuur van een melkkoe heeft gemeten. Een kalfje op komst. Leuk! Maar ook lastig net op de dag dat de maïs wordt geoogst. Gelukkig is dat niet meer de stressvolle bezigheid die het tien jaar geleden was. De loonwerker beschikt over de GPS-coördinaten van al mijn maïspercelen. Ik hoef het ‘hakselteam’ mijn percelen niet meer aan te wijzen maar kan mij concentreren op de kwaliteit van de maïskuil en het werk in de stal. Vroeger zou ik de loonwerker gevraagd hebben om met elke lading maïs over de weegbrug bij een toeleverancier in de buurt te rijden. Anno 2025 moeten de tractoren dat ommetje niet meer maken. Een maïshakselaar is tegenwoordig standaard uitgerust met een NIR-sensor zodat de opbrengst van een maïsperceel nauwkeurig gemeten wordt. Meer nog, enkele weken later mailt de loonwerker mij een kleurrijke ‘opbrengstkaart’ die de goede en slechte delen van het perceel aanduidt. De ongelijke stand van de maïs verraadde al iets, maar de opbrengst is nog veel heterogener over het perceel verspreid dan ik vermoedde. Hoog tijd om met een bodemsensor de zuurtegraad en het organische stofgehalte van de bodem te laten scannen want hier lijkt meer aan de hand…

Vraagt u zich af of de inleiding fictie of realiteit is? Beiden. We maken in dit artikel een sprong in de tijd. De implementatie van nieuwe technologie staat tien jaar verder dan vandaag het geval is maar de technologie zelf is geen sciencefiction. Integendeel, de geboortemelder waarvan sprake is wordt in de praktijk al vaak toegepast op melkvee- en vleesveebedrijven. De NIR-sensor voor opbrengst- en kwaliteitsmeting op een maïshakselaar zit nog in een vroege fase van marktintroductie. Zo ook met de bodemsensor voor het bepalen van de samenstelling van de bodem: de techniek bestaat en recent werd er in Vlaanderen nog een dienstverlening aan gekoppeld. Het is maar een kwestie van tijd vooraleer precisielandbouw de nieuwe norm wordt.

Thema-eilanden op Agribex
Landbouw zal meer en meer gebruik gaan maken van datamining en moderne technologieën. Vanuit die overtuiging maken de organisatoren van Agribex een landbouwbeurs die ons een blik op de toekomst gunt. Agribex is een initiatief van Fedagrim, de beroepsvereniging van de toeleveranciers die actief zijn in stallenbouw, stalinrichting en mechanisatie voor zowel landbouw als groenvoorziening. Dit jaar zijn vier thema-eilanden de grote blikvangers van een nieuw beursconcept. In hal 11 bevindt zich het eerste eiland: ‘Smart farming’. De bezoeker leert hier meer over de verschillende mogelijkheden van precisielandbouw.

Een tweede thema-eiland kreeg de naam ‘Feed the Future’ en bevindt zich in hal 3. Het geeft een futuristisch maar toch realistisch beeld van de veehouderij anno 2025. Denk bijvoorbeeld aan sensoren die een boer toelaten om een grote veestapel toch heel nauwgezet op te volgen. Of aan een heel nieuw soort diervoeder, op basis van insecten. Ingrijpende evoluties worden ook in de stallenbouw voorspeld zodat het dierenwelzijn verder verhoogt en de ammoniakemissie naar de omgeving verlaagt.

mechaniek.geVILT.jpg

Eilanden drie en vier zijn eigenzinnig van opzet: ‘Workshop live’ is een pop-up werkplaats in de Patio van Brussels Expo waar er op de beursvloer gesleuteld wordt aan machines. Het past in een campagne om jongeren warm te maken voor een job als landbouwmecanicien. Garden Passion in hal 8 moet een ontmoetingsplaats vormen voor verenigingen en organisaties die in de groensector actief zijn.

Back to the future
Hoog tijd om terug te keren naar onze fictieve, futuristische boerderij want mijn smartphone meldt een storing in de software bij één van de twee melkrobots. Goed om weten, maar verder hoef ik me daar niet druk in te maken want het onderhoudscontract met de fabrikant bepaalt dat hier binnen de twee uur een technieker staat met een oplossing. Met het pas geboren kalfje gaat het overigens goed, het heeft al biestmelk gedronken bij de moeder.

Meer zorgen maak ik me om de kreupele koe met het oormerknummer dat eindigt op 6696. Zoals mijn vader zijn 50 koeien allemaal bij naam kende, zo ken ik op een veestapel van nochtans 145 koeien heel wat oormerknummers uit mijn hoofd. In de eerste plaats zijn dat de nummers van mijn lievelingsdieren die al jarenlang op het bedrijf zijn en waarvan de levensproductie vaak flirt met de grens van 100.000 liter melk. Ook de nummers van de ‘probleemkoeien’ leer je na een tijdje kennen omdat ze steeds bovenaan staan in de lijst met data die de melkrobot doorstuurt naar mijn pc.

melkrobot.geVILT.jpg

Nu lijkt het misschien dat ik goochel met de datastroom die uit de melkrobots rolt, maar het is nog niet zo lang geleden dat ik dreigde te verzuipen in de cijfertjes. Het gezegde ‘meten is weten’ was niet echt van toepassing, het leek meer op ‘door de bomen het bos niet meer zien’. Enkele workshops bij het kenniscentrum ‘Koesensor’ hebben daar verandering in gebracht. Voordien lukte het me niet om inzicht te verwerven in de gegevens uit de melkrobot over krachtvoederopname, melkproductie en melksamenstelling. Zelfs de tochtdetectie liep mis omdat de progesteronmeting in de melk mij met een groot aantal vals-positieven op het verkeerde been zette.

Ondertussen weet ik wat er toen mis was, de fout lag bij mezelf en niet bij de sensor van de melkrobot. Dankzij de workshops georganiseerd door het kenniscentrum kreeg ik greep op de datastroom op mijn bedrijf. Meer nog, het is aan de cijfers ‘spuwende’ melkrobots te danken dat de diergezondheid verbeterde en het antibioticumgebruik verminderde. Sinds de software van de melkrobots uitgebreid werd met een alarmsysteem voor mastitis-detectie kan ik problemen met de uiergezondheid in een vroeg stadium aanpakken. Ik wou het eerst niet geloven maar voor de intelligente algoritmen achter het computerprogramma zijn kleine afwijkingen in de melksamenstelling voldoende om met grote nauwkeurigheid gezondheidsproblemen bij de koe te voorspellen.

Steeds meer robots in de stal
Nu ik er over nadenk, heb ik best wel veel vertrouwen moeten stellen in moderne technologie om op mijn eentje 145 koeien te kunnen melken. Naast twee melkrobots zijn ook de mest- en de voederrobot onmisbaar. En ik zou bijna het weerstation vergeten dat de nokken in het dak en de windgordijnen automatisch aanstuurt om het stalklimaat zo constant mogelijk te houden.

De taak van de mestrobot is simpel: met een schuifblad rondjes draaien in de stal om de mest tussen de vloerroosters te vegen. Mijn handige vader deed dat nog met een oude zitmaaier die hij had omgebouwd tot een zelfrijdende mestschuif. Nu zou dat ondoenbaar zijn want de ammoniakemissiearme vloer die er ligt, functioneert maar optimaal als de robot veel frequenter een beetje water vernevelt op de vloer en de mestvlaaien verwijdert.

mestrobot.geVILT.jpg

De tijd die daar zou inkruipen, besteed ik liever aan administratie. Dat kost me iedere week toch wel een volle werkdag, maar ik klaag niet. Hoewel administratieve vereenvoudiging niet het juiste woord is, heeft de overheid er wel goed aan gedaan om in te zetten op digitalisering. De generatie voor mij zou er horendol van worden, maar ik ‘speel’ met de e-loketten van de verschillende overheidsdiensten.

Over de voederrobot heb ik nog niets verteld en dat is nochtans het paradepaardje van mijn stal. Aan die robot gaat een hele geschiedenis vooraf. Omdat ik de meeste veldwerkzaamheden uitbesteedde aan de loonwerker begon ik me vragen te stellen bij het nut van een tractor op het bedrijf. Mijn vader was een machinefreak en investeerde zelfs in machines die maar enkele dagen op een jaar gebruikt worden, zoals een maïsplanter en spuittoestel. Ik ben daar veel nuchterder in: met de zorg voor 145 koeien in de stal heb ik mijn handen meer dan vol, dus waarom zou ik er van april tot en met oktober nog een halve dagtaak op het veld bijnemen? Mijn ogen gingen pas echt open toen mijn boekhouder me voorrekende wat de werkelijke kostprijs is van een machine die weinig draaiuren maakt.

In mijn hoofd had ik de beslissing al genomen, de tractor vliegt buiten. Alleen … hoe moet ik dan mijn koeien voederen? Tot voor kort had ik daar zowel een kniklader als een getrokken mengvoerwagen achter de tractor voor nodig. Een bezoek aan Agribex, de landbouwbeurs in Brussel waar ik als kind al naar toe ging, leerde me dat ik twee keuzes had. Ofwel investeerde ik in een zelfrijdende mengvoerwagen ofwel ging ik nog verder in de ‘robotisering’ van de stal met de aankoop van een voerrobot. Het werd dat laatste.

melkveestal.voedergang.geVILT.jpg

Bij de nieuwbouw van de stal had ik er al rekening mee gehouden dat het ooit zo ver zou komen. Daardoor leverde het geen problemen op om een rail in de stal te monteren waarlangs de voerrobot zijn rondje aan het voederhek doet. Vlak naast de stal is een deel van de oude en nu overbodige machineloods ingericht als ‘voederkeuken’. Mijn taak bestaat er nu alleen nog in om alle ingrediënten uit het rantsoen klaar te zetten. Daarvoor gebruik ik de kniklader, de enige machine die nog op het bedrijf aanwezig is. Elke 5.000 draaiuren wordt hij vernieuwd zodat pannes met oude machines slechts een nare herinnering zijn.

De voederrobot doet de rest, hij ‘freest’ uit bunkers de voedergrondstoffen die ik heb klaargezet. Na het mengen begint hij aan zijn rondje in de stal. Nu ik zelf niet meer moet voeren, is de frequentie opgeschroefd van twee- naar driemaal daags. Tussendoor rukt de robot ieder uur uit om het voeder aan te schuiven. Daardoor is de voederopname, maar belangrijker, ook de melkproductie, lichtjes gestegen. Als nu ook de melkprijs nog wil stijgen, dan komt het helemaal goed.

De stalmuren hebben oren: sensoren
Herinneren jullie je koe 6696 nog? Juist, dat kreupel exemplaar. Het gaat er nog altijd niet beter mee maar ik neem niet graag afscheid van haar. Nooit last van een uierontsteking en een productie om u tegen te zeggen, weet je wel. Vroeger had het dier niet gauw last van kreupelheid, maar ze is één van de weinigen die de overgang naar permanent opstallen niet goed verteerd heeft. De stal is nochtans uitgerust met alle snufjes op vlak van dierenwelzijn: een comfortabele vloer, ligboxen uitgerust met zachte koe-matrassen waar een waterbed niet aan kan tippen, een koe-borstel en tot slot ook ventilatoren en klimaatsturing die vooral in de zomer hun waarde bewijzen. Wat zou ik nog meer kunnen doen om klauw- en pootproblemen te voorkomen?

Zelf bleef ik het antwoord schuldig, maar mijn buurman wist raad. Op zijn gesloten varkensbedrijf investeerde hij in twee nieuwe snufjes die het resultaat zijn van onderzoek dat op het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek is verricht. Het ene is elektronische identificatie aan de voederbak en drinknippel. Daarmee wordt het eet- en drinkpatroon van elk vleesvarken gemeten. In de patronen van de individuele dieren worden automatisch veranderingen gedetecteerd die kunnen wijzen op welzijns-, gezondheids- of productiviteitsproblemen bij het varken. Ernstige problemen worden zo al na één dag opgespoord.

Als melkveehouder met een kreupele koe word ik vooral enthousiast van de tweede innovatie in zijn stal. SowSIS is een toestel dat in een vroeg stadium kreupelheid bij zeugen detecteert en zelfs kan voorspellen. Stel het je voor als een demonteer- en transporteerbare zeugenbox waarvan de vloer en het camerasysteem zowel de neerwaartse kracht als de verplaatsingen van de poten in stilstand registreren, evenals de beenstand. Manke zeugen gaan de pijnlijke poot duidelijk minder belasten en vaker opheffen, en verschuiven hun gewicht voornamelijk naar de contralaterale poot.

gaitwise.sensordrukmat.kreupelheid.melkkoe_ILVO.geVILT.jpg

Mijn buurman is een trouwe bezoeker van studiedagen en weet me te vertellen dat er iets gelijkaardig voor melkvee bestaat. Het project ‘Gaitwise’ bij ILVO resulteerde in een drukgevoelige loopmat die kreupelheid bij koeien opspoort. Zoals elke innovatie kostte dat bij zijn marktintroductie behoorlijk veel geld maar naarmate de ‘oplage’ vergroot, wordt het financieel almaar aantrekkelijker. De ‘gaitwise’ sensor is in staat om 90 procent van de ernstig mankende koeien automatisch te detecteren in een kudde, zonder één enkel vals positief dier in de alarmgroep op te nemen. De sensor draait op twee aparte wiskundige reken- en voorspellingsmodellen: één voor de detectie van ernstig mankende koeien en één voor het vinden van licht mankende koeien.

Kijk, van dat soort innovatie wordt een boer nu blij. Zo’n loopmat zou de redding kunnen betekenen voor koe 6696. Des te sneller ik kreupelheid kan opsporen, des te sneller kan ik met de behandeling starten zodat een volledige genezing volgt. De sensor en loopmat verdienen zichzelf terug want een manke koe geeft minder melk.

Sensoren zijn de voelsprieten van een tractor
Terwijl de koeien al mijn aandacht opeisen, gaat het werk op het veld gewoon door. De maïs zit ondertussen goed en wel in de kuil, met dank aan de loonwerker. Zonder tractor op mijn erf ben ik voor alle veldwerkzaamheden volledig op hem aangewezen. Mijn vader amuseerde zich nog zelf met drijfmest uitvoeren, ploegen, rotoreggen en spuiten van de maïsakkers. Hij vond zelfs de tijd om al de weilanden te bemesten en ze vijfmaal per jaar te maaien, schudden en harken. Ik had al gauw door dat mij dat niet zou lukken met een veestapel die naar 145 melkkoeien plus jongvee is gegroeid en met een echtgenote die buitenshuis werken gaat. Bovendien is het areaal ruwvoederwinning – in de mate dat er grond vrijkwam in de omgeving – mee gegroeid met de veestapel. Het oude machinepark zou dus sowieso te weinig capaciteit gehad hebben. Stel je voor dat ik met een mesttonnetje van tien kubieke meter op mijn eentje zowat 3.500 m³ drijfmest zou uitvoeren…

gras.maaien_Cofabel.jpg

Nee, spijt van de beslissing om de tractor weg te doen, heb ik zeker niet. Mijn loonwerker is een man van zijn woord. Afspraken worden keurig nagekomen, wat vooral te danken is aan de toegenomen capaciteit van het materiaal want vaak moet hij in een korte tijdspanne bij al zijn klanten aan de slag. Met een vlindermaaier van 11 meter breed kan een snede gras in één keer gemaaid worden. Met de kleine schudder en hark die hier vroeger in bedrijf waren, zou ik dat nooit kunnen bijbenen.

Wat ik ook weet te appreciëren, is dat de loonwerker meedenkt met mijn bedrijfsvoering. Neem nu de drijfmest die ik graag zo vroeg mogelijk in het voorjaar op de droogste percelen grasland laat voeren. Vroeger gebeurde dat met zware mesttonnen, getrokken door een tractor. Weken later zag je het gras nog ‘treuren’ in de rijsporen. De laatste jaren komt de loonwerker met zelfrijders, allemaal uitgerust met een luchtdrukwisselsysteem. De bodem wordt nu veel minder zwaar belast en dat zie ik terug in mijn grasopbrengst.

Net zoals in de maïsoogst kan ook bij het hakselen van gras de drogestofopbrengst gemeten worden met een sensor op de lospijp van de hakselaar. Dat heeft vele voordelen. Ik kan veel beter inschatten of de ruwvoedervoorraad zal volstaan om de winter door te komen. En de opbrengstmetingen laten toe om plaats-specifiek te bemesten in het voorjaar. De opbrengstkaarten worden op USB-stick gezet, ingeplugd in de boordcomputer van de tractor en van daaruit wordt de software van de drijfmesttank aangestuurd. De plekken in een perceel met een hoog opbrengstpotentieel krijgen net wat meer drijfmest toegediend. Op een gelijkaardige manier hou ik de zuurtegraad van mijn percelen op peil. Een gespecialiseerde loonwerker die beschikt over een bodemscanner meet onder andere de zuurtegraad, waarna er plaats-specifiek bekalkt kan worden. De totale kalkgift is onveranderd, maar de kalk komt daar terecht waar je hem wil hebben, op de zure plekken van een perceel.

Agribex.hightech.tractor.geVILT.jpg

Doordat mijn investeringen zich toespitsen op de stal en de loonwerker up-to-date blijft op vlak van mechanisatie slaag ik er in om de nieuwste technologie op een betaalbare manier in te schakelen op mijn bedrijf. Ook buiten de stal pluk ik daar de vruchten van. Sinds de loonwerker maïs zaait en spuit met GPS-besturing realiseer ik een aanzienlijke besparing op zaaizaad en gewasbeschermingsmiddelen. Door de grillige vorm van veel percelen waren overlappingen vroeger onvermijdelijk.

Op akkerbouwbedrijven gaat men nog veel verder in ‘smart farming’. Sinds mijn loonwerker een drone heeft aangeschaft, doen veel aardappeltelers een beroep op hem. Het onbemande vliegtuigje is uitgerust met een multispectrale camera. Alle foto’s die het maakt, worden samengevoegd tot een digitaal taakkaart van het volledige perceel. Daarmee kunnen de telers hun aardappelen in de loop van het groeiseizoen variabel bemesten met kunstmest. Ze doen dat enkel als de planten daarom vragen. Ook op chemische loofdoder wordt er enorm bespaard als de dosering wordt verminderd op de plaatsen waar het loof al minder groen ziet. Waar dit gaat eindigen, weet ik niet. Bij elk bezoek aan Agribex ontdek ik weer wat nieuws.

Heeft dit verhaal jouw nieuwsgierigheid geprikkeld? Krijg je graag een goede indruk van de technologische ontwikkelingen in de landbouw? Breng dan tussen 8 en 13 december een bezoek aan Agribex, de grootste indoor landbouwbeurs in ons land.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / Cofabel / ILVO

Volg VILT ook via