nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

28.08.2015 EFSA vindt neonicotinoïde spuiten te risicovol voor bij

In 2013 bogen de Europese Commissie en experten van de lidstaten zich over een advies van EFSA omtrent neonicotinoïden. Samen kwamen zij tot het besluit dat het gebruik van deze groep insecticiden veiligheidshalve best ingeperkt wordt ter bescherming van de bijengezondheid. Hoewel de beoordeling van EFSA toen enkel sloeg op behandelde zaaizaden en granulaten werden in één klap ook de bladbespuitingen met neonicotinoïden verboden in teelten die bijen aantrekken. Fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen en landbouwers die ervaren dat zij hun gewassen niet afdoende meer kunnen beschermen tegen insecten zijn blijven hopen dat Europa op zijn stappen zou terugkeren. Dat wordt steeds onwaarschijnlijker. EFSA publiceerde een nieuw advies waarin bespuitingen met neonicotinoïden net zo schadelijk worden bevonden als een zaadcoating.

Nadat milieugroeperingen al jaren bezig waren met de druk op neonicotinoïden te verhogen vanwege hun vermeende schadelijkheid voor bijen ging het in 2012 en 2013 plots snel. De Europese wetenschappelijke autoriteit EFSA trok de veiligheid van een zaadcoating met deze insecticiden in twijfel op basis van onafhankelijke studies, die niet door de fabrikanten van deze middelen waren uitgevoerd. Daarop werd de goedkeuring van drie neonicotinoïden door de EU sterk beperkt. Particulieren hebben de middelen voor het laatst in 2013 mogen gebruiken. Voor professionelen gelden er beperkingen maar geen algeheel verbod in die zin dat de insecticiden niet langer toegepast mogen worden op gewassen die in bloei komen. Voor suikerbieten of wintergranen kan een zaadcoating met neonicotinoïden bijvoorbeeld nog wel, anders dan voor bloeiende gewassen zoals koolzaad en erwten.

Hoewel EFSA zich twee jaar geleden enkel negatief uitgesproken had over met neonicotinoïden behandeld zaaizaad werden ook de bladbespuitingen op voor bijen aantrekkelijke gewassen in de ban gedaan. Dat verbod kende enkele uitzonderingen, meer bepaald voor beschutte teelten en behandelingen na de bloei. Afgelopen week volgde het advies van EFSA over die bladbespuitingen. De wetenschappelijke autoriteit vindt deze toepassingsmethode eveneens risicovol voor bijen. Het oordeel van EFSA luidt als volgt: “Op bepaalde punten kon de risicoanalyse niet afgerond worden door een gebrek aan data. Waar dat wel kon, identificeerden we hoge risico’s voor bijen of konden ze niet uitgesloten worden.” Toen het moratorium op neonicotinoïden in 2013 afgekondigd werd, beloofde de Europese Commissie een herevaluatie binnen de twee jaar als nieuwe wetenschappelijke informatie zich zou aandienen. EFSA heeft het onderzoek in opdracht van de Europese Commissie nu volledig afgerond. Toch krijgen lidstaten, onderzoeksinstellingen en fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen nog tot 30 september de tijd om relevante nieuwe informatie aan de autoriteit over te maken.

De milieubeweging lijkt nu al zeker van zijn stuk. Greenpeace stuurde een persbericht uit om te zeggen dat de Commissie nu niet anders meer kan dan het moratorium uitbreiden naar alle gewassen en alle toepassingen van neonicotinoïden. EFSA verwacht nog wel een nieuw mandaat om een update te maken van zijn risicobeoordeling. Bovendien moet de Europese Commissie samen met de experten van de lidstaten uit het Standing Committee nog uitmaken welk gevolg ze geven aan het EFSA-advies. Al is de kans dat Europa nog op eerdere beslissingen uit 2013 terugkeert door het EFSA-advies weer wat verder verkleind. Dat geeft Hilde Van Dyck toe, Development & Registration manager bij Bayer CropScience. Bayer brengt twee van de drie betwiste middelen op de markt: clothianidin en imidacloprid. Het derde neonicotinoïde, thiamethoxam, behoort Syngenta toe.

De negatieve link tussen neonicotinoïden en bijen wordt sinds 2008 frequent gelegd. Toen vond in Duitsland een incident plaats. De zaadcoating van maïszaad zorgde toen voor stofontwikkeling bij het zaaien, met lokaal massale bijensterfte tot gevolg. “De fabrikanten leerden uit hun fouten”, verzekert Van Dyck. “De formulering werd verbeterd zodat de coating steviger aan het zaad kleeft. En zaaimachines werden uitgerust met zogenaamde deflectoren zodat de stofuitstoot naar de omgeving beperkt wordt. Samen met de machinefabrikanten vonden we intussen een nog betere en meer gesofisticeerde oplossing om stofvrij te zaaien”, vertelt de medewerkster van Bayer. Die proactieve aanpak van de industrie heeft niet mogen baten want Europa opteerde toch voor een (gedeeltelijk) moratorium op neonicotinoïden.

De manier waarop dat gebeurde, is helemaal niet naar de zin van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie. “Uitgebreide en volgens internationaal aanvaarde standaarden uitgevoerde veldstudies legde EFSA naast zich neer om de eenvoudige reden dat ze uitgevoerd werden door de fabrikant. De studies die wel deel uitmaakten van de evaluatie zijn vaak labo- of semi-veldstudies. De bijen krijgen neonicotinoïden toegediend en worden dan vrijgelaten in de natuur. Problematisch is dat de bijen in veel van deze studies een overdosis krijgen die veel hoger is dan een normale blootstelling op het veld”, vertelt Hilde Van Dyck. Zij schermt ook met de vaststelling dat er niet minder bijensterfte in Europa was nadat neonicotinoïden verboden werden. Dat die twee los van elkaar staan, ervaart Bayer in Canada. Daar wordt in opdracht van de firma koolzaad vermeerderd. Het zaad is behandeld met neonicotinoïden en dat belet de plaatselijke bijen niet om te blaken van gezondheid.

Een ander punt van kritiek is dat de spelregels tijdens de evaluatieprocedure zijn gewijzigd. “EFSA ging onze middelen toetsen aan een ‘bee guidance’ document dat op het toneel verscheen zonder dat het – zoals gebruikelijk – goedgekeurd werd door de lidstaten. Een aantal EU-landen geven trouwens aan dat ze het document sowieso niet zullen goedkeuren.” Firma’s zoals Bayer vinden die ‘bee guidance’ een aanfluiting van de rechtszekerheid. Van Dyck: “We kunnen ons neerleggen bij erkenningen van middelen die ingetrokken worden omdat kennis evolueert of residulimieten herzien worden, maar het is niet fair dat we niet de kans krijgen om onze labo- en veldtesten aan te passen aan de nieuwe spelregels.” Zij vergelijkt dat met een bijna nieuwe wagen die niet meer door de keuring geraakt omdat de remtest strenger werd na fabricage. Daarenboven introduceert de ‘bee guidance’ zulke strenge veiligheidsnormen en testen – “onrealistisch streng”, volgens Van Dyck – dat de industrie vreest dat het ene na het andere middel van de markt zal verdwijnen. Niet alleen insecticiden, maar ook fungiciden en herbiciden zouden die tests onmogelijk kunnen doorstaan als we Bayer mogen geloven.

Op de vraag waarom de fabrikanten niet op zoek gaan naar alternatieven in plaats van zich te blijven verzetten tegen de publieke opinie, antwoordt Hilde Van Dyck: “Als we nu niet reageren, dan storten we ons in onzekerheid bij elk erkenningsdossier voor een gewasbeschermingsmiddel. Het resultaat zal dan zijn dat de gewasbeschermingsmiddelenindustrie afhaakt en het land- en tuinbouwers in Europa zal ontbreken aan afdoende middelen om ziekten, plagen en onkruiden te bestrijden. Neemt niet weg dat de fabrikanten voortdurend werken aan nieuwe ontwikkelingen, maar voor insecticiden is dat verre van evident. Zowel bij Bayer als bij de concurrentie zitten er gelukkig nieuwe middelen in de pijplijn. Dat is hard nodig omdat er gaten vielen in de gewasbescherming bij gebrek aan neonicotinoïden. Denk maar aan de berichten uit onze buurlanden over insectenschade in koolzaad. Wanneer daar bij gezegd wordt dat de zaadcoating met neonicotinoïden noodgedwongen vervangen werd door drie bladbespuitingen met een ander insecticide, dan stel ik me toch vragen bij de milieuwinst.” Van Dyck belooft dat de nieuwe alternatieven voor neonicotinoïden van bij het begin uitgebreid getest worden op hun toxiciteit voor bijen.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Marcel Van Coile

Volg VILT ook via