nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

06.03.2017 Groeit compostgebruik uit tot goede landbouwpraktijk?

Veldproeven worden aangelegd voor één, twee en uitzonderlijk al eens drie of vijf jaar. Een proefveld dat 20 jaar lang op dezelfde plek gehandhaafd wordt, moet een unicum zijn. In 1997 heeft de provincie Vlaams-Brabant juist ingeschat dat compost waardevol kan zijn voor de landbouw, maar er nood is aan meerjarig onderzoek om de voordelen aan het licht te brengen. Dat er twee decennia later nog steeds nieuwe ontdekkingen gebeuren op het proefveld in Boutersem, bijvoorbeeld rond de aanwezigheid van nuttige bodemschimmels, bewijst dat het de moeite loonde. Naar aanleiding van dit jubileum wil de provincie de voordelen van compost in de verf zetten. VILT sprak met Vlaco die de compostproef mee ondersteunt en met de Bodemkundige Dienst van België (BDB) die de proeven uitvoert. We komen onder meer te weten waarom de Vlaamse landbouwers aarzelen met het gebruik van compost hoewel ze zich geen betere bodemverbeteraar kunnen wensen.

Aan dierlijke mest is er in Vlaanderen geen gebrek, waarom dan nog compost toepassen? Dat heet met de deur in huis vallen, maar Wim Vanden Auweele van Vlaco zit niet om het antwoord verlegen: “Mest en compost hebben een totaal verschillende samenstelling en uiteenlopende functies. Vloeibare dierlijke mest is voor de plant een snelle bron van nutriënten (N-P-K) maar voegt weinig stabiel organisch materiaal toe aan de bodem. Compost bevat per ton evenveel of zelfs meer stikstof dan mest, maar deze is ingebouwd in het organisch materiaal en komt voor maximaal tien procent beschikbaar aan de planten. Er wordt te weinig beschikbare stikstof aangebracht om van een meststof te kunnen spreken. Met compost kan je wel het organische stofgehalte van de bodem verhogen. Met dierlijke mest lukt dit niet meer binnen de huidige limieten van het Mestdecreet. Beide producten zijn dus eigenlijk complementair: dierlijke mest als meststof en compost als bodemverbeteraar.”

Compost doet dingen met de bodem waar zelfs onderzoekers van versteld staan. In de wekelijkse duiding over compost vertellen Annemie Elsen (BDB) en Wim Vanden Auweele dat compost voor meer regenwormen in de bodem zorgt die op hun beurt de infiltreerbaarheid van regenwater verhogen met hun wormgangen. Compost maakt de bodem beter bestand tegen erosie en verslemping en een vruchtbare bodem stelt meer nutriënten vrij door mineralisatie. Kortom, er zijn goede redenen om als landbouwer compost te gebruiken. Steeds meer redenen zelfs want de positieve impact van compost op bodemschimmels was tot voor kort onbekend terrein.

In het kader van het Europees onderzoeksproject SoilCare verdiept de Bodemkundige Dienst zich daarin. Annemie Elsen: “De eerste resultaten tonen aan dat de schimmelpopulaties verschillen tussen de compost- en controleveldjes. We zien geen wijziging in de voor landbouwgewassen schadelijke schimmels. Integendeel, we verwachten een positief effect omdat carnivore schimmels die parasiteren op schadelijk bodemleven wél vaker voorkomen bij gebruik van compost. Biocontrole van schadelijke organismen zoals het wortelknobbelaaltje wordt daardoor mogelijk.” SoilCare gaat niet alleen over bodemschimmels. In het kader van dit Horizon 2020 project, met 28 partners uit verschillende lidstaten, test BDB samen met de KU Leuven teeltsystemen uit die de bodemkwaliteit kunnen verbeteren. Die testen gebeuren ten oosten van Leuven, onder meer op het compostproefveld in Boutersem dat daar al 20 jaar aanligt. Wat ooit door de provincie Vlaams-Brabant in gang is gestoken, heeft nu dus Europees betekenis gekregen.

Elsen en Vanden Auweele willen landbouwers duidelijk maken dat ze de lange termijn voor ogen moeten houden als het over bodemvruchtbaarheid gaat. In zo’n lange-termijn-strategie hoort compost gewoon thuis. Compost is verkrijgbaar bij de door Vlaco gecertificeerde compostproducenten. Verspreid over Vlaanderen zijn er een 40-tal. Via een interactief kaartje op de website van Vlaco zijn ze eenvoudig terug te vinden. Voor afhaling of levering van compost in bulk kunnen landbouwers contact opnemen met een producent. Net zoals dierlijke mest valt compost onder het toepassingsgebied Mestdecreet. De meeste compostproducenten zijn bij de Mestbank geregistreerd als erkend verzender. Dat heeft als grote voordeel dat een landbouwer de compost zelf kan afhalen en geen erkend mestvoerder hoeft in te schakelen.

Is compost transporteren sowieso niet duur door het laag soortelijke gewicht? “In vergelijking met drijfmest vervoer je veel minder water”, werpt Vanden Auweele tegen. “Het gemiddelde droge stofgehalte bedraagt 57 tot 58 procent voor groencompost en 63 tot 65 procent voor gft-compost. Per ton product vervoer je met compost evenveel stikstof als met drijfmest. Bovendien laat het transport van compost zich beter plannen tijdens een rustige periode van het seizoen. Compost mag je stockeren op de kopakker en gedurende een groot deel van het jaar uitrijden. Enkel tussen 16 november en 15 januari is het uitspreiden van compost verboden. Specifiek in de fruitteelt is het ook van belang dat compost oppervlakkig uitgespreid mag worden zonder in te werken.”

De basiskwaliteit compost staat gekend als ‘Vlaco-compost’ en voldoet aan de wettelijke kwaliteitsvereisten (samenstelling, hygiënisatie, grootte van de deeltjes, enz.). Vlaco gaat meermaals per jaar langs bij de verschillende composteerinstallaties om er de productkwaliteit te controleren. Een aantal composteerders onderscheidt zich door compost van nog betere kwaliteit aan te bieden. Zij krijgen daarvoor het Vlaco-kwaliteitslabel, wat de afnemers de garantie biedt op iets meer organische stof (18 in plaats van 16%) en waarbij de producent strikter wordt gecontroleerd op onzuiverheden (0,25 in plaats van 0,5%). “Je hebt dus Vlaco-compost enerzijds en Vlaco-compost met het Vlaco-kwaliteitslabel anderzijds”, verduidelijkt Vanden Auweele. “Toegegeven, dat zou duidelijker kunnen. Misschien verzinnen we daar nog wat op.”

In plaats van compost aan te kopen, kunnen landbouwers zich ook wagen aan boerderijcompostering. We schrijven ‘wagen’ omdat de overheid over de schouder meekijkt en verlangt dat een aantal voorwaarden vervuld zijn. Als alle grondstoffen voor de compost bedrijfseigen zijn, valt het met die voorwaarden erg mee indien de compost uitsluitend op eigen gronden afgezet wordt. Dit komt neer op het sluiten van de biologische kringloop op bedrijfsniveau, wat van de overheid veel krediet krijgt en te vergelijken is met thuis-composteren door particulieren.

In het geval dat een landbouwer reststromen moet aanvoeren of de compost bij derden wil afzetten, komt er administratief één en ander bij kijken. Kort samengevat betreft het een aangepaste milieuvergunning voor biologische verwerking, een externe kwaliteitscontrole door Vlaco en een ontheffing van de federale overheid voor het verhandelen van de compost. “Het zijn niet alleen grootschalige composteerinstallaties die het Vlaco-keuringsattest behalen”, verzekert Vanden Auweele. “Er zijn ook een aantal landbouw- en loonwerkbedrijven waar we de kwaliteit van het composteerproces en de compost controleren. Recent certificeerden we een mestverwerker die de dikke fractie van varkensmest composteert samen met het groenafval van zijn buurman, een aannemer. Die laatste koopt de compost aan om het, in de plaats van veen, te gebruiken voor het maken van vruchtbare teelaarde.”

Dat laatste is een voorbeeld van hoe compost de landbouwsector afhelpt van zijn mestoverschot. Zo gaat het niet altijd want meestal zijn dierlijke mest en compost moeilijker met elkaar te rijmen. De relatief kleine afzet van compost richting landbouw is te verklaren door de nutriënten die compost binnen het toepassingsgebied van het Mestdecreet doen vallen. Op die manier komt de bodemverbeteraar in rechtstreekse concurrentie met de overvloedig aanwezige drijfmest. Met een opeenvolging van mestactieplannen – MAP6 is in voorbereiding – worden de bemestingsnormen steeds scherper omdat de waterkwaliteit in landbouwgebied beter moet. Annemie Elsen van de Bodemkundige Dienst van België (BDB) ziet een spanningsveld opdoemen tussen waterkwaliteit en bodemvruchtbaarheid. “Die twee met elkaar verzoenen, is een bijzonder grote uitdaging voor iedere landbouwer”, beseft ze. Nu de mestwetgeving stilaan meer limiterend werkt voor fosfor dan voor stikstof, vreest Elsen dat bodemverbeteraars het kind van de rekening zullen worden.

Wim Vanden Auweele van Vlaco treedt haar daarin bij: “Organische koolstof gaat in regel samen met fosfor. Wil je meer van het ene, dan moet je het ander erbij nemen.” Aangezien dat steeds moeilijker wordt in de context van de mestwetgeving zijn onderzoekers volop op zoek naar fosforarme bodemverbeteraars. In het project ‘Koester de koolstof’ komen houtsnippers als alternatieve bodemverbeteraar in beeld. Zo uitgebalanceerd als compost zijn houtsnippers niet want, legt bodemexperte Annemie Elsen uit, “de verhouding koolstof-stikstof slaat zo door richting koolstof dat er stikstof gefixeerd wordt terwijl een landbouwer net wil dat zijn bodem stikstof vrijstelt aan het gewas.” Compost doet dat wel goed. “Bovendien is alle stikstof in compost organisch gebonden zodat er weinig vrijstelling is in de winter maar wel tijdens het groeiseizoen”, vult Vanden Auweele aan.

Stel dat Vlaanderen het voorbeeld zou volgen van de mestverwerker waarnaar Vanden Auweele verwees, en op grote schaal (de dikke fractie van) dierlijke mest zou composteren? Ontsnap je zo niet aan het spanningsveld tussen waterkwaliteit en bodemvruchtbaarheid? “Daar wordt over nagedacht”, verzekert Annemie Elsen (BDB). Ze verwijst naar een project van de Vlaamse Landmaatschappij waarbij het denkspoor gevolgd wordt van ‘mest op maat’. Door het te composteren maak je van mest een breder inzetbaar product. En zelfs zonder composteren, kan je door mest te scheiden in een dunne en dikke fractie de stikstofbehoefte van het gewas beter invullen met dierlijke mest.

Door het aanscherpen van de fosfaatbemestingsnormen komt mestscheiding steeds nadrukkelijker in beeld op varkens- en zelfs op melkveebedrijven. Helemaal gerust zijn Elsen en Vanden Auweele als behoeders van de bodemvruchtbaarheid niet in dat fenomeen. “Je zal zien dat de dunne fractie waarin geen fosfor maar ook geen koolstof aanwezig is op de Vlaamse velden belandt terwijl de dikke fractie voor export bestemd wordt. Dat kan fout uitdraaien in de toekomst. Door de overbemesting uit het verleden zijn er percelen die tegen een stootje kunnen, maar zakt het koolstofgehalte onder de drempelwaarden dan duurt het decennia om dat weer goed te maken. Bodemkundige Dienst en Vlaco ervaren dat ze bodemvruchtbaarheid steeds weer bovenaan de beleids- en boerenagenda moeten zetten: “Van een bodemverbeteraar als compost weet je dat hij pas na verloop van tijd een gunstig effect heeft. Het moet dus al heel fout gaan met onze landbouwbodems vooraleer de urgentie aangevoeld wordt.”

Lees morgen het vervolg in ‘Wat kan beleid doen opdat boeren compost omarmen?’.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Ecowerf

Volg VILT ook via