nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

27.05.2019 INBO onderzoekt impact van jacht op patrijzen

De patrijs is als akkervogel een beetje de vreemde eend in de bijt, toch op de vlakken ‘jacht’ en ‘bescherming’. Enerzijds kruipt er veel tijd en geld in de bescherming van de soort – denk aan het Partridge-project waar zowel landbouwers als jagers aan deelnemen – maar anderzijds mag de vogel nog steeds bejaagd worden. Uit een studie van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) blijkt dat jacht een negatieve impact heeft op de populatie, ongeacht of er maatregelen genomen worden om hun leefgebied te verbeteren. “Op plaatsen waar er overbejaging plaatsvindt, pleiten we minstens voor een lokaal jachtverbod”, klinkt het. Volgens jagersvereniging Hubertus Vereniging Vlaanderen is de studie onvolledig omdat die enkel focust op het aspect jacht, en factoren zoals predatie of het effect van intensieve landbouw buiten beschouwing laat.

De populatie patrijzen staat in Vlaanderen – en bij uitbreiding in heel Europa – onder druk. Ondanks zijn kwetsbare status is deze akkervogel een wildsoort waarop in ons land mag gejaagd worden. Een situatie die sommigen als ‘licht absurd’ zouden omschrijven. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) komt nu met een studie om beleidsaanbevelingen te kunnen formuleren over de bejaging van deze soort in Vlaanderen.

“Aangezien de jacht op patrijs volgens de Vlaamse jachtwetgeving uitgeoefend moet worden in het kader van duurzaam wildbeheer, maar zowel de populatie als het afschot een sterke daling kennen, moet het duurzaam karakter van de jacht op patrijs momenteel in vraag worden gesteld”, klinkt het bij INBO. Volgens hun studie is overbejaging nefast voor de populatie en kan dat op lange termijn leiden tot het uitsterven van de populatie. “De huidige jachtwetgeving slaagt er onvoldoende in om overbejaging tegen te gaan”, vindt INBO. “Om het risico op overbejaging te verkleinen, raden we aan om in eerste instantie een alternatief te implementeren voor de opdeling in gebieden waar jacht al dan niet wordt toegelaten.”

Uit de studie blijkt ook dat habitatverbetering een bepalende factor is om te komen tot een duurzaam populatieherstel van de patrijs. De onderzoekers van INBO zien daarom opportuniteiten in het in opmaak zijnde soortbeschermingsplan (SBP) ‘Akkervogels’ en projecten zoals het Interreg-project Partridge. “De kansen op herstel kunnen hierbij verhoogd worden door een tijdelijk jachtverbod op patrijs in te stellen in de gebieden waar deze projecten lopen. Eenmaal de populatie zich hersteld heeft en zich kan handhaven op een stabiel en voldoende hoog niveau, kan jacht opnieuw toegelaten worden, onder de voorwaarde dat er geen overbejaging plaatsvindt.”

Jagersvereniging Hubertus Vereniging Vlaanderen vindt de INBO-studie een gemiste kans. “Het ziet de jacht als grote schuldige, terwijl het blind blijft voor lokale successen van wildbeheereenheden, en bovendien de effecten van predatie en intensieve landbouw niet meeneemt in de analyse”, klinkt het. “Uit andere onderzoeken blijkt telkens overvloedig het effect van verlies van geschikt leefgebied en de aanwezigheid van vossen op de achteruitgang van akker- en weidevogels. Waarom dat ineens negeren?”

Volgens Geert Van den Bosch, directeur van de jagersvereniging, komen ook de inspanningen die de jachtsector levert om het patrijzenbestand stabiel te houden, te weinig aan bod. Hubertus Vereniging Vlaanderen is namelijk ook een partner in het Europese Partridge-project. “Niemand wil dat het prachtige vogeltje verdwijnt. Maar het gevoerde onderzoek is onvolledig, waardoor Hubertus Vereniging Vlaanderen ernstige vraagtekens zet bij zowel de vraagstelling als de conclusies en onvermijdelijk de doelstelling van het rapport.”

Lees de volledige studie hier.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Rollin Verlinde

Volg VILT ook via