nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

08.12.2016 Landbouwrapport serveert voedsel om over na te denken

Voedsel om over na te denken. Zo heet het nieuwe Landbouw- en Visserijrapport dat in aanwezigheid van minister Joke Schauvliege is voorgesteld. Vorige edities van het in boekvorm uitgegeven rapport beschreven uitvoerig de landbouwsector om op het eind de andere schakels van de voedselketen kort te verkennen. Nu worden de rollen omgekeerd, te beginnen bij het perspectief van de consument. Dat wordt gevolgd door een volledige ketenbeschrijving (distributie, verwerking en productie) voor vier verschillende productgroepen. Het naslagwerk bevat niet alleen talrijke tabellen en figuren, maar ook boeiende portretten van bedrijven die een blik achter de schermen van de agrovoedingsketen gunnen. De eerste exemplaren werden overhandigd aan stakeholders en pers bij zuivelbedrijf Danone in Rotselaar.

Het Landbouwrapport (LARA) wordt traditioneel voorgesteld op een landbouwbedrijf. Niet zo dit jaar, en bij de voorstelling maakte minister Joke Schauvliege zelf duidelijk waarom. “Landbouw mag je niet geïsoleerd bekijken maar als deel van een hele keten. De voorstelling vindt hier bij Danone plaats omdat de zuivelverwerker een toonbeeld is van een goede samenwerking met zijn landbouwers-leveranciers.” De Franse zuivelgroep Danone, met een geschiedenis die teruggaat tot 1919, is sedert 1930 actief in ons land. Midden jaren ’90 startte Danone in Rotselaar met de productie van de bekende zuiveldrank Actimel. Voor de melkophaling werd toen samengewerkt met Olympia, om vanaf 2004 zelf de melkcollectie te organiseren bij de intussen 102 leveranciers. Samen verkopen zij 114 miljoen liter melk aan Danone. In 2015 werden er in Rotselaar twee nieuwe productielijnen in gebruik genomen zodat er behalve zuiveldranken nu ook yoghurts gemaakt worden.

Dagelijks rollen er 1 miljoen potjes yoghurt en 6,5 miljoen melkdranken van de band. De fabriek in Rotselaar is zeven dagen op zeven operationeel. Slechts vijf procent van de productie is bestemd voor de binnenlandse markt, het leeuwendeel wordt afgezet in de Europese landen rondom ons. Kris Geeraert, general manager BeNeLux bij Danone, legt sterk de nadruk op de goede relatie met de landbouwers-leveranciers en de belangrijke rol die de producentenorganisatie (PO) daarin speelt. Op regelmatige basis bevraagt Danone zijn melkveehouders om te weten welke zorgen er leven. Prijsvolatiliteit en mestafzet zijn de voornaamste hoofdbrekens zodat Danone samen met producentenorganisatie ‘Beste melk’ twee projecten startte om deze problemen aan te pakken.

Lezers van VILT kennen Danone’s antwoord op de prijsvolatiliteit want in maart van dit jaar voelden we Kris Geeraert en PO-voorzitter Johan Hillen daarover aan de tand. Zij vertelden toen meer over het prijsmodel dat de pieken en de dalen van de zuivelmarkt uitmiddelt voor de melkveehouders. Danone betaalde dit jaar aanzienlijk meer dan de uitzonderlijk lage marktprijs aan de melkveehouders die intekenden op de nieuwe prijsformule. Geeraert is er sterk van overtuigd dat melkveehouders op een meer duurzame manier melk kunnen produceren als hun afnemer de bokkensprongen van de markt opvangt. Voor Danone is een melkprijs met minder pieken en dalen ook een goede zaak want aandeelhouders verwachten continuïteit in de financiële resultaten.

Over het tweede project, waarmee Danone samen met het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM) een oplossing zoekt voor de mestafzet van melkveebedrijven, zullen we in de toekomst vast en zeker nog horen. Bij Danone wou men nu al kwijt dat de overheid om een erkenning gevraagd wordt voor een revolutionaire mestverwerkingstechniek. Het eindproduct van de mestverwerking vertoont veel gelijkenis met kunstmest en verdient het om in de mestwetgeving ook zo behandeld te worden. Om de techniek betaalbaar te maken voor groot- én kleinschalige melkveehouders broedt Danone op het plan van een mobiele mestverwerkingsinstallatie. Op die manier hoopt de zuivelverwerker op vlak van duurzaamheid twee, drie of zelfs nog meer vliegen in één klap te slaan: mestoverschotten op bedrijfsniveau vermijden, de aankoop van energieverslindende kunstmest door melkveehouders reduceren en de ammoniakemissie van de melkveehouderij verkleinen. Dat laatste is van grote betekenis in het licht van de vergunningenproblematiek door de Europese natuurdoelstellingen.

Terug naar de nieuwe editie van het Landbouw- en Visserijrapport (LARA/VIRA), door minister Schauvliege omschreven als “atypisch”. “Voor het eerst vertrekt het rapport bij de consument, bij voeding. “We eten allemaal driemaal per dag maar staan er te weinig bij stil dat landbouw aan de basis ligt van het voedsel op ons bord”, zegt Schauvliege. Zelf doet ze dat wel want in haar beleidsnota legt Schauvliege sterk de nadruk op ‘Flanders Agrofood Valley’. Ze vindt het ook niet erg om minister van landbouw én voeding genoemd te worden. Joke Schauvliege stelde zelf het consumentenluik van LARA voor. Ze had het daarbij over een aantal consumententrends. Voeding wordt bijvoorbeeld meer dan ooit gezien als iets dat kan bijdragen aan onze gezondheid. Landbouw- en voedingsbedrijven kunnen – “moeten”, volgens Schauvliege – daarop inzetten. Weinigen doen dat vandaag beter dan Danone. De missie van de voedingsgroep is niet voor niets ‘Bring health through food to as many as possible’, wat zich onder meer vertaalt in de specialisatie in functionele voeding voor baby’s en ouderen.

Het voedingssysteem beschikt niet alleen over troeven en opportuniteiten om op nieuwe trends in te spelen, maar kampt ook met een aantal knelpunten. Het Landbouwrapport verwijst naar de voedselconsumptiepeiling waaruit blijkt dat we te weinig groenten en fruit, brood en graanproducten, aardappelen en deegwaren eten. Vrouwen consumeren weliswaar meer groenten en fruit dan mannen. Ook het voedingspatroon van hogergeschoolden is gezonder. Bij de doorsnee Vlaming ligt de consumptie van kaas, vlees en de restgroep van alcoholische en gesuikerde dranken, snoep en gefrituurde snacks hoger dan aanbevolen. In het algemeen eten we te weinig koolhydraten en iets te veel vetten. De overdaad aan calorieën, nog versterkt door de evolutie naar een sedentaire levensstijl, maakt dat 44 procent van de Vlamingen een te hoge body mass index en 15 procent zelfs obesitas heeft. Tezelfdertijd heeft drie procent van de Vlamingen onvoldoende financiële middelen om zich om de twee dagen een maaltijd te veroorloven.

Aan het begin van de voedselketen is de rendabiliteit van landbouwbedrijven, of beter gezegd het gebrek daaraan, een groot probleem. Land- en tuinbouwers worden vaak geconfronteerd met marktprijzen die de kostprijs van de productie niet dekken en ondervinden problemen om bij te benen met de groeiende concurrentie en de vrijere marktomgeving. Bovendien bepalen slechts enkele aankopers welke prijs de meeste landbouwers en hun andere toeleveranciers voor hun producten krijgen. Zowel in de retail als in de voedingsindustrie is er een sterke concentratie. Zo zijn er in ons land 13 grootwarenhuisketens actief maar slechts vijf aankoopkantoren aangezien de verschillende ketens niet allemaal elkaars concurrenten zijn.

Als knelpunt moet ook de milieu-impact van voedselproductie genoemd worden want hoe je het ook draait of keert het voedselsysteem zal altijd een impact hebben op het milieu. De beschikbaarheid van hulpbronnen zoals bodem, water en lucht neemt af. Landbouw en voedingsindustrie produceren ook reststromen, afval en emissies. Het begint al bij de toelevering en loopt verder via primaire productie, verwerking, verpakking, distributie, opslag en gebruik, tot de fase waarin voeding een afvalstof wordt. De meeste consumenten leggen nauwelijks een link tussen milieu en hun voedingspatroon. Milieubewustzijn is volgens een enquête uitgevoerd in opdracht van promotieorgaan VLAM pas het dertiende aankoopcriterium voor verse voeding. Het is dan ook geen eenvoudig beslissingscriterium omdat een heldere en eenvoudige meetlat ontbreekt. Milieuwinst valt er onder meer te boeken met productiviteitsverhoging, minder voedselverlies en vleesmatiging.

Bij wijze van besluit poneert het Landbouwrapport enkele oplossingsrichtingen voor bovenstaande knelpunten. We beperken ons in dit artikel tot de suggestie van een ‘coherent voedselbeleid’. Nu bestaat er een Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid, Europese richtlijnen inzake milieu, een vestigingsbeleid voor supermarkten, wettelijke consumentenbescherming en voedingsrichtlijnen, enz. Al deze regels zijn niet op elkaar afgestemd zodat het kan gebeuren dat het landbouwbeleid de productie van voedsel bevordert waarvan de overheid of andere instanties de consumptie afraden. Een ‘voedselsysteembeleid’ gericht op duurzamer geproduceerd en gezonder voedsel zal de verwevenheid van productie, verwerking, distributie en consumptie moeten meenemen. Dat vraagt om afstemming van dossiers tussen beleidsdomeinen. Het beleid van overheden zal er meer op gericht moeten zijn om voorwaarden te scheppen in plaats van zaken op te leggen of te verbieden.

Meer weten? Hou VILT.be in de gaten voor dagelijkse updates over het nieuwe Landbouw- en Visserijrapport. Het rapport kan je raadplegen via de website van het Departement Landbouw en Visserij of bestellen in boekvorm.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via