nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.04.2019 Nieuwe aanpak countert bijna-dood-verklaring akkervogel

De recentste monitoring van broedvogels in Vlaanderen is een domper voor de inspanningen die gebeuren ter bescherming van akker- en weidevogels. “In sommige uitgestrekte landbouwgebieden zijn nauwelijks nog vogels te horen”, communiceerde natuuronderzoeksinstituut INBO. “Generalisten zoals kraaien en houtduiven nemen het over van specialisten als veldleeuwerik en grutto”, vult Freek Verdonckt (Natuurpunt) aan. Hij wil niet doemdenken want er is een manier om de trend te keren, en voor grauwe kiekendief wordt die reeds in praktijk omgezet: “De restpopulaties krijgen intensieve zorg met beheerovereenkomsten. Als het lukt om hun aantallen op te krikken, dan kunnen ze andere landbouwgebieden opnieuw bevolken op voorwaarde dat de basisnatuurkwaliteit daar stijgt.” Ook de Vlaamse Landmaatschappij verwacht veel van de nieuwe en verfijnde aanpak.

De voorbije 12 jaar zijn aan landbouw gebonden vogelsoorten als de veldleeuwerik en de grutto verder blijven afnemen. Veldleeuwerik was ooit een algemeen voorkomende soort. Nu resten er nog naar schatting 6.000 à 8.000 broedparen. De populaties kievit en patrijs zijn het afgelopen decennium opnieuw gehalveerd, en een grutto is zo zeldzaam geworden dat natuuronderzoeksinstituut INBO hun populatie niet langer kan opvolgen via tellingen door vrijwilligers.

“Een ‘silent spring’ komt angstvallig dichtbij in een aantal landbouwgebieden. Je vindt er nog kraaien en houtduiven, maar geen soorten als veldleeuwerik meer”, reageert Freek Verdonckt namens Natuurpunt. De monitoring van broedvogels gebeurt op Vlaams niveau. De beheerovereenkomsten waarmee landbouwers inspanningen doen voor akker- en weidevogels mag je volgens Verdonckt niet afserveren vanwege het aanhouden van de negatieve trend. En wel hierom: “Beheerovereenkomsten kan je vergelijken met de dienst spoed van een ziekenhuis. Ze zijn nodig om alarmerend kleine restpopulaties te reanimeren. Willen we akker- en weidevogels weer algemeen in landbouwgebied zien voorkomen, dan hebben we ‘basisgezondheidszorg’ nodig.”

Dat laatste is een metafoor voor de basisnatuurkwaliteit in landbouwgebied die je volgens Verdonckt niet kan opkrikken met beheerovereenkomsten. “Daar heb je de eerste pijler van het Europees landbouwbeleid voor nodig: de randvoorwaarden voor inkomenssteun, de vergroening en de ecoschema’s die nu in het vooruitzicht gesteld worden.” Om te beginnen heb je daar landbouwers voor nodig. Je zou haast anders denken want INBO verwees naar het positief effect van ‘land abandonment’ in Oost-Europa. “Daar doe je akker- en weidevogels geen plezier mee want verlaten landbouwpercelen veranderen spontaan in bossen die voor hen geen interessant leefgebied zijn.”

Natuurpunt wil niet te lang blijven stilstaan bij de cijfers – “het gaat absoluut niet goed met plattelandsvogels, en dat weten we al een tijdje” – omdat Vlaanderen zich niet mag neerleggen bij de “palliatieve toestand” van icoonsoorten zoals grutto en veldleeuwerik. Verdonckt: “We zitten in het stadium dat we een fel verzwakte soortengroep moeten reanimeren. Dat kan via een beleidskader, zoals met het soortbeschermingsprogramma akkervogels dat in opmaak is, waarin op maat gemaakte beheerovereenkomsten gericht worden ingezet op die plekken waar nog levensvatbare populaties akkervogels zitten. Elders gaan reanimeren komt neer op pleisters op een houten been plakken. Het loont wel om ondertussen via het generieke landbouwbeleid te werken aan basisnatuurkwaliteit op het platteland – vergelijk dat gerust met basis gezondheidszorg. De populaties die ons nu nog resten, moeten na reanimatie kunnen uitgroeien tot bronpopulaties die het omliggende landbouwgebied weer kunnen vullen met het gefluit van vogels.”

De beleidsmedewerker van Natuurpunt herinnert aan het akkervogelsymposium uit 2017 dat het pad wou effenen voor ‘agrarisch natuurbeheer 2.0’. Dat is ook gelukt want hij verwijst goedkeurend naar het soortenbeschermingsplan voor de grauwe kiekendief. “De gebiedsgerichte visie en ecologische coaching tillen het bestaande instrument beheerovereenkomsten naar een hoger niveau. Ook de rol van de landbouwer is veranderd en dat zie je bij de pioniers die in de Leemstreek vogelakkers aanlegden. Onze oude kritiek dat het ontbreekt aan intrinsieke motivatie en aan resultaatgericht beheer gaat bij hen niet meer op. Biodiversiteit wordt als het ware een nieuw gewas in hun teeltplan. Dat kan uitgroeien tot een nieuw verdienmodel op Vlaamse landbouwbedrijven, en de overheid zou dat nog meer mogen ondersteunen.” Freek Verdonckt hoopt dat opschaling van deze aanpak een begin maakt aan het omkeren van de negatieve trend voor akker- en weidevogels op Vlaams niveau.

Ook de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) die bedrijfsplanners uitstuurt naar landbouwers om hen tot natuurbeheer te bewegen, laat het hoofd niet hangen. Net als Natuurpunt verwachten zij veel van de nieuwe aanpak die sinds 2018 uitgerold wordt, onder meer via het plan grauwe kiekendief. In nauwe samenwerking met onder meer het Agentschap voor Natuur en Bos en de Regionale Landschappen zijn nog meer soortbeschermingsplannen voor akker- en weidevogels op komst. VLM-woordvoerder Leen Van den Bergh: “In goed gekozen gebieden streven we er naar om 8 tot 10 procent van de landbouwoppervlakte akkervogelvriendelijk aan te leggen met behulp van beheerovereenkomsten. We zien veel heil in een lokale, gebiedsgerichte aanpak met individuele landbouwers die op hun percelen de juiste maatregelen nemen in overleg met onze bedrijfsplanners.”

“Optimaal akkervogelbeheer laat zich niet gemakkelijk definiëren”, vervolgt Van den Bergh, “en er is zeker nog ruimte om te leren en te verbeteren, ook in het motiveren en enthousiasmeren van landbouwers waarbij we ook niet mogen vergeten om hen te bedanken voor de maatregelen die ze nemen. Ondanks hun inspanningen blijven akkervogels in Vlaanderen (en daarbuiten) het moeilijk hebben, en daar zijn we ons van bewust. Een aanpak zoals die van het soortbeschermingsplan grauwe kiekendief stemt hoopvol en is ook voor andere akkervogels interessant. Goede gebiedscoördinatie, met ruimte voor vernieuwende opvolgings- en monitoringstechnieken zijn volgens ons belangrijke maatregelen.”

Net als de natuurbeweging wil ook de Vlaamse Landmaatschappij liever vooruitkijken dan lang blijven stilstaan bij de alarmerende cijfers. “Er liggen grote uitdagingen op de plank, zoals het in praktijk brengen van kennis opgedaan in projecten zoals Partridge. En bijvoorbeeld ook het verkennen van nieuwe maatregelen ten gunste van akkervogels, en het slim inzetten van alle instrumenten (o.a. ecoschema’s) die het Europees landbouwbeleid na 2020 aanreikt. “Het is belangrijk dat we zowel goede maatregelen als voldoende middelen hebben om de kwaliteit van leefgebieden van onze akkervogels te verbeteren en versterken. Krachten bundelen en samenwerken binnen de complexe en altijd veranderende Vlaamse omgeving, zijn voor VLM daartoe de basis.”

De woordvoerder besluit met een verwijzing naar de basisnatuurkwaliteit waar ook Natuurpunt het over had: “Ook zonder een beheerovereenkomst met VLM af te sluiten, kunnen landbouwers heel wat doen om de biodiversiteit een duwtje in de rug te geven. Laat wat moeilijk te bereiken hoekjes van een perceel verruigen, zaai bloemenweiden in of maak afspraken met je lokale natuurvereniging.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Regionaal Landschap Zuid-Hageland

Volg VILT ook via