nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

22.05.2017 Stikstof en fosfor blijven probleem voor waterkwaliteit

De voorbije drie jaar is er geen vooruitgang meer in de fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater in Vlaanderen. Vooral de aanwezigheid van stikstof en fosfor blijft problematisch, zo stelt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) in een vrijdag gepubliceerd rapport. De algemene kwaliteitsverbetering van waterlopen, zoals gemeten in de periode 2007-2013, zet zich niet altijd door. Voor bepaalde parameters is er een lichte vooruitgang, voor andere een lichte achteruitgang. Verdere inspanningen om de normen en bijbehorende goede ecologische toestand te behalen, zijn naar verluidt nodig.

De fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater is afhankelijk van parameters zoals zuurstof, zoutgehalte, zuurtegraad en nutriënten. Samen bepalen deze parameters of er zich een gezond waterecosysteem kan ontwikkelen. Voor de waterkwaliteit kan de aanwezigheid van zware metalen of residuen van gewasbeschermingsmiddelen spelbreker zijn. Dat ontgaat de Vlaamse Milieumaatschappij niet, alleen wordt daarover niet nu maar later dit jaar gerapporteerd.

In uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water gelden sinds 2010 normen voor de verschillende types oppervlaktewater, een grote rivier of een kleine beek. Bij de beoordeling van de fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater focust de Vlaamse Milieumaatschappij op de grotere waterlichamen waarover verslag wordt uitgebracht aan de Europese Commissie. Vorig jaar verbeterde de toestand van enkele parameters, maar andere gingen erop achteruit. "Globaal genomen tonen de resultaten voor de algemene fysisch-chemische parameters in 2016 aan dat de waterkwaliteit stagneert", klinkt het.

In 2016 voldoen er minder waterlichamen aan de type-specifieke norm voor de parameters opgeloste zuurstof, chemisch zuurstofverbruik, orthofosfaat en nitraat dan in vorige jaren. Voor de parameters zuurtegraad, totaal stikstof en totaal fosfor voldoen meer waterlichamen aan de normen. Volgens VMM blijven vooral de parameters stikstof en fosfor problematisch. Stikstof- en fosforverbindingen spelen een belangrijke rol in het proces van ‘eutrofiëring’ of overbemesting van waterlopen. Dat kan leiden tot massale wierbloei of ontwikkeling van eendenkroos, waardoor er onvoldoende licht kan zijn voor jagende vissen en onder water groeiende planten. Er kan 's nachts zuurstoftekort optreden, waardoor vissen kunnen sterven.

Van de op stikstofverontreiniging gecontroleerde waterlopen voldeed één op de drie aan de norm, wat het beste resultaat is van de laatste tien jaar. Het minder goede nieuws is dat de gemiddelde concentratie de laatste drie jaar constant blijft, terwijl er ook in de gemiddelde concentratie nitraat geen duidelijke trend vast te stellen is voor de periode 2009-2016. Wel voldoet twee op de drie waterlichamen aan de nitraatnorm, terwijl dit in 2007 maar de helft was. De verontreiniging door nitraat is vooral van landbouw afkomstig.

De fosforverontreiniging van het oppervlaktewater oogt nog iets hardnekkiger. De gemeten hoeveelheden totaal fosfor en orthofosfaat blijven problematisch voor veruit de meeste Vlaamse waterlichamen. Het percentage waterlichamen dat aan de norm voldoet, bedraagt slechts 5,6 procent. Specifiek voor orthofosfaat is circa 14 procent van de waterlichamen conform, wat minder goed is dan de vorige jaren. Fosfaat is hoofdzakelijk afkomstig van afvalwaterlozingen en van uitspoeling en erosie van landbouwgronden. De mate van uitspoeling is niet enkel afhankelijk van de bemestingspraktijken. Ook de weersomstandigheden, in het bijzonder de neerslaghoeveelheden, beïnvloeden deze uitspoeling in sterke mate, maar een meerjarenstatistiek vlakt het effect van natte en droge jaren gedeeltelijk af.

"Verdere inspanningen om de normen te behalen, zoals die in de stroomgebiedbeheerplannen zijn vastgesteld, zijn noodzakelijk voor het bereiken van een goede ecologische toestand in deze watersystemen. Een goede ecologische toestand vereist namelijk onder meer dat een waterlichaam goed scoort voor totaal stikstof, totaal fosfor, zuurtegraad, opgeloste zuurstof en geleidbaarheid", besluit de Vlaamse Milieumaatschappij. In het najaar zal VMM rapporteren over de verschillende bronnen van waterverontreiniging, alsook specifiek over de waterkwaliteit in landbouwgebied op basis van het netwerk van MAP-meetpunten.

Landbouw wordt in het rapport niet expliciet met de vinger gewezen voor de slecht scorende parameters stikstof en fosfor, maar de sector is zich er wel van bewust dat via het mestbeleid nog meer inspanningen nodig zullen zijn. Daarom is er dit voorjaar sterk ingezet op sensibilisering in het kader van de MAP-man campagne. Het huidige mestactieplan, het vijfde al, is opnieuw een stuk strenger dan MAP4 dat in 2011 voor veel protest zorgde. Later dit jaar volgt er een tussentijdse evaluatie van het Vlaamse mestbeleid samen met de Europese Commissie.

Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege heeft al aangegeven dat de doelstelling van maximaal vijf procent meetpunten met een overschrijding van de nitraatnorm een moeilijk te nemen horde wordt. “De sectoren beseffen zelf ook dat er betere resultaten nodig zijn. We moeten ervoor zorgen dat dit verandert”, verklaarde Schauvliege medio maart in het Vlaams Parlement. De minister anticipeerde zelf door bij de publicatie van het jongste rapport van de Mestbank aan te kondigen dat ze haar beleid wil versterken met het algemeen maken van één meter brede bufferstroken langs alle waterlopen en afwateringsgrachten. Daar zal een teelt- en bemestingsverbod gelden.

Bron: Belga / eigen verslaggeving

Beeld: Tim Van De Velde

Volg VILT ook via