nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.01.2018 Vertrouwen installeren tussen boer en runderslachthuis

Zoals een akkerbouwer rekent op de juistheid van de weegbrug bij zijn graan- of aardappelhandelaar, zo hoopt een vleesveehouder te kunnen vertrouwen op een correcte weging en classificatie van het runderkarkas aan de slachthaak. Tot dusver waren producenten daar niet helemaal gerust in, maar hun landbouworganisaties hebben met slachthuizenfederatie FEBEV een interprofessioneel akkoord gesloten dat voor meer transparantie moet zorgen. In de toekomst zou het niet meer mogen dat een vleesveehouder met vraagtekens blijft zitten omtrent de uitbetaling, evenmin kan het nog de bedoeling zijn dat hij zijn vetgemeste dieren meegeeft met een veehandelaar zonder het slachthuis te kennen waar ze naar toe gaan.

De ondertekenaars van het interprofessioneel akkoord – slachthuizenfederatie FEBEV en landbouworganisaties FWA, ABS en Boerenbond – introduceren een aantal principes die voor transparante contractvoorwaarden en een dito prijsvorming moeten zorgen in de commerciële relaties tussen slachthuizen en vleesveehouders. Anno 2018 maakt bijna blindelings vertrouwen, waaruit wantrouwen voortvloeide, plaats voor een begrijpbare modelfactuur en meer controle en toezicht op het correct wegen en classificeren van runderen in een slachthuis.

Een minderheid van het vleesvee wordt levend, “op voet”, verkocht door landbouwers. Meestal is de koper een veehandelaar, en verkoopt de boer niet rechtstreeks aan het slachthuis. In dat geval moeten beide partijen overeenkomen over de prijs van de dieren alvorens er van een verkoopovereenkomst sprake kan zijn. Wat er daarna in het slachthuis gebeurt, is geen zorg meer voor de vleesveehouder. Dat is het wel wanneer hij zijn dieren op voet verkoopt aan het slachthuis. Met het interprofessioneel akkoord verbinden de slachthuizen zich er toe om bijkomend toezicht toe te laten op de goede werking en het correct gebruik van de weegbascule voor levende dieren. Medewerkers van de Interprofessionele Vereniging voor het Belgisch Vlees (IVB) zullen daarvoor instaan.

In de meeste gevallen wordt een vleesveehouder niet uitbetaald op basis van het levend gewicht, maar op basis van het geslacht gewicht. Opnieuw komt de veehandelaar langs, maar wanneer hij vertrekt weet de boer in het beste geval naar welk slachthuis zijn runderen gaan en soms heeft hij zelfs daar het raden naar. Ook over de waarde van de dieren blijft hij in het ongewisse, want daarvoor moeten ze eerst gewogen worden aan de slachtlijn. Het bedrag op de betalingsfactuur van het slachthuis min de commissie die de veehandelaar aanrekent, is hetgeen de producent op zijn bankrekening ziet verschijnen. Als de factuur onduidelijk is, bijvoorbeeld over de aftrekposten (residu-onderzoek, receptiekosten, enz.), of het karkasgewicht is niet wat de boer ervan verwachtte, dan starten de discussies. Er heerste onduidelijkheid over het ontvetten en het opschonen van het karkas, waardoor volgens de producenten vele kilo’s vlees verdwenen en er een zekere willekeur bestond bij de eindafrekening.

Het interprofessioneel akkoord moet zorgen voor minder discussies over de betalingsmodaliteiten en over (vermeende) non-conformiteiten bij weging en classificatie van een runderkarkas. Welke maatregelen worden daartoe genomen? Bijvoorbeeld geregelde en onaangekondigde controles van de weeginstallaties in slachthuizen door onafhankelijke controle-instellingen. Elke weeginstallatie in een Vlaams slachthuis, en op termijn ook in Waalse slachthuizen, zal worden voorzien van een automatisch en niet-manipuleerbaar registratiesysteem. De data uit die black box worden verzameld in een beveiligde database waarvan overlegplatform IVB de beheerder is. In de toekomst mogen slachthuizen zich verwachten aan meer controles van de weegtoestellen en de wegingen, en aan sancties in geval van overtreding.

Ook het tweede artikel uit het akkoord is de moeite waard om op in te zoomen. Daarin wordt bepaald dat de uitbetaling aan de producent ofwel gebeurt op basis van het levend gewicht gecorrigeerd met een van te voren afgesproken gewichtsverlies tijdens het slachtproces, ofwel op basis van het warm geslacht gewicht, al dan niet gecorrigeerd met een door de partijen op voorhand afgesproken gewichtsverlies. In elk geval moet de rundveehouder de mogelijkheid hebben om het slachthuis te kennen waar zijn dieren geslacht werden en moet hij ook de slachtgegevens kunnen inkijken. Zo kan hij de verkoopprijs van zijn runderen of karkassen vergelijken, ongeacht het slachthuis en ongeacht de onderhandelde en gekozen verkoopmethode. Geslachte dieren worden uitbetaald volgens een correcte karkasclassificering.

Tot slot, en hier heeft FEBEV de pen vastgehouden, is het essentieel dat de ketenpartners eenduidige receptievoorwaarden afspreken. Het niet-naleven van de beschreven modaliteiten (b.v. reinheid van de dieren) kan een sanctie inhouden voor de rundveehouder in verhouding tot de ernst van de tekortkoming. Met betrekking tot de reinheid van de dieren bestaat er reeds een protocol, evenals een financiële sanctie wanneer de runderen met een erg vuile vacht in het slachthuis toekomen. Dat ziet het Voedselagentschap niet graag gebeuren in de wetenschap dat een propere vacht bijdraagt tot veilig vlees.

Lees ook: Slachthuizen transparanter over uitbetaling vleesvee

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: FEBEV

Volg VILT ook via