nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

08.05.2017 Waarom contesteert oordeel autoriteiten over glyfosaat?

Na de classificatie van glyfosaat als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ door de kankeronderzoekspecialisten van IARC hielden Belgische beleidsmakers de boot nog af, maar toen er recent twijfels rezen over de onafhankelijkheid van wetenschappelijke studies was de kogel snel door de kerk. Alvast het particulier gebruik van de onkruidbestrijder wordt aan banden gelegd. Toen we Monsanto om een reactie vroegen, benadrukte de fabrikant van Roundup dat “geen regulerend agentschap ter wereld van mening is dat glyfosaat kankerverwekkend is”. Nochtans verschillen de wetenschappelijke opinies. Hoe dat komt, vroegen we aan de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA die glyfosaat veilig bevond.

Monsanto laat er geen twijfel over bestaan: elk voorgesteld verbod op glyfosaat, voor professioneel of voor privégebruik, wordt niet ondersteund door de wetenschap, noch door de conclusies van regelgevende instanties in Europa en wereldwijd. Maar wat dan gezegd over de classificatie van glyfosaat als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ door het Internationaal agentschap voor kankeronderzoek (IARC)? Op 20 maart 2015 publiceerde IARC, dat onderdeel is van de Wereldgezondheidsorganisatie, een korte nota met de boodschap dat glyfosaat qua carcinogeniteit ingedeeld moet worden in de klasse 2A.

Vier maanden later verscheen het volledige rapport waarin meer omstandig werd uitgelegd dat er beperkt bewijs is voor de carcinogeniteit van glyfosaat bij mensen en voldoende bewijs in dierstudies. Glyfosaat valt volgens IARC in dezelfde klasse als ploegenarbeid, frituren op hoge temperatuur en uv-licht. Het WHO-agentschap heeft geen wetgevende bevoegdheid in Europa, waar glyfosaat als niet kankerverwekkend werd beschouwd. Aangezien glyfosaat naar een hernieuwde markttoelating in de EU hengelt, kreeg de IARC-classificatie niettemin veel aandacht van de Europese en nationale beleidsmakers.

De Europese Commissie belastte voedselveiligheidsautoriteit EFSA met de analyse van het IARC-rapport. Het gedetailleerde evaluatieverslag van de rapporterende lidstaat Duitsland is terug te vinden via de EFSA-website. Duitsland besloot dat er zeer beperkte aanwijzingen zijn van kankerverwekkende eigenschappen in proeven uitgevoerd op muizen met overdreven hoge doses. Dit werd onvoldoende bevonden om glyfosaat in te delen als kankerverwekkend. Op basis van het Duitse verslag en een vergadering met experten concludeerde EFSA in november 2015 dat glyfosaat niet kankerverwekkend is.

Op de website Fytoweb.be vind je een meer uitgebreide reconstructie van de Europese beoordelingsprocedure van glyfosaat. De dienst Gewasbeschermingsmiddelen van de FOD Volksgezondheid doet op die website ook zijn best om verstaanbaar uit te leggen waarom IARC en EFSA elkaar tegenspreken. Wij laten de Europese voedselveiligheidsautoriteit het zelf uitleggen. “We hanteren een verschillend beoordelingsproces, wat zijn impact heeft op de gebruikte methodologie, de studies die in ogenschouw worden genomen, de reikwijdte van de beoordeling en de criteria voor de classificatie van de carcinogeniteit. Terwijl IARC kijkt naar hoe schadelijk glyfosaat kan zijn, focust EFSA op het risico of de waarschijnlijkheid van kankerontwikkeling door glyfosaat. Daarbij houden we rekening met de aard en de duur van de blootstelling, en hoe sterk het effect is.”

Het is naar verluidt niet de eerste keer dat EFSA en IARC van mening verschillen over de veiligheid van een actieve stof in een gewasbeschermingsmiddel. Gelet op de erg verschillende aanpak hoeft dat niet eens te verbazen. In een aantal gevallen viel de Europese beoordeling van een gewasbeschermingsmiddel strenger uit, in andere gevallen zoals glyfosaat is het net omgekeerd. “Deze verschillen hebben in het verleden nooit aanleiding gegeven tot het aanpassen van de Europese toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen, en het heeft ook nooit een probleem voor de volksgezondheid veroorzaakt”, zo benadrukt de woordvoerder van EFSA.

Volgens de FOD Volksgezondheid is het verschil in visie voor een groot stuk te herleiden tot een veel groter aantal dierstudies in het EU-dossier die een meer verfijnde analyse door EFSA toelieten. De woordvoerder van het in Parma (Italië) gevestigde agentschap bevestigt dat: “EFSA beoordeelde meer studies, ook studies die IARC buiten beschouwing liet omdat ze niet publiek beschikbaar waren. We bestudeerden niet enkel de fabrikantenstudies uit het goedkeuringsdossier, maar al het beschikbare en gepubliceerde onderzoek over glyfosaat.” Meer in detail wordt het meningsverschil in deze paper toegelicht door EFSA. Op de keper beschouwd, gaat het over twee muizenstudies waarin IARC anders dan EFSA een statistisch aantoonbaar verband ziet.

Op de website van de voedselveiligheidsautoriteit zijn duizenden pagina’s aan documenten over glyfosaat terug te vinden. Alleen al het volledige verslag van de rapporterende lidstaat Duitsland telt circa 4.000 bladzijden, waaronder een overzicht van 143 bladzijden met de geëvalueerde studies. Gelet op de maatschappelijke deining die glyfosaat veroorzaakt, kan je de vraag stellen of EFSA nog beter (lees: laagdrempeliger) kan communiceren naar een groot publiek. “Een wetenschappelijke organisatie als EFSA publiceert nu eenmaal technische documenten, maar dat neemt niet weg dat we veel tijd investeren in het helder uitleggen wat we doen”, zegt de woordvoerder. Hij zet ons op het spoor van een infografiek die met een eenvoudige tekening het verschil tussen gevaar en risico duidt.

Telkens het onderwerp van maatschappelijk belang is of EFSA een voor de volksgezondheid belangrijke boodschap wil uitsturen, wordt extra aandacht besteed aan de externe communicatie. Specifiek voor glyfosaat is in vier landstalen én in begrijpelijke bewoordingen de uitkomst van de evaluatieprocedure toegelicht. In de verklarende nota lees je dat de Europese autoriteit van oordeel is dat glyfosaat noch genotoxisch, noch kankerverwekkend is. Op één uitzondering na waren alle experten van de lidstaten die door EFSA samen geroepen werden het er over eens dat noch epidemiologisch onderzoek noch dierstudies een oorzakelijk verband aantonen.

Morgen antwoordt EFSA op de vraag of zij het onderzoek naar een actieve stof zelf kunnen voeren in plaats van het over te laten aan de fabrikant.

Bron: eigen verslaggeving/fytoweb.be

Volg VILT ook via