nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

17.03.2017 Wat is veranderd voor onkruidbestrijding in de tuin?

Door de eerste lentezon die half maart scheen, kriebelt het bij veel mensen om in de tuin te beginnen werken. Eén van de eerste werkjes van het nieuwe seizoen is onkruid verwijderen. Het Radio 2-programma De Inspecteur staat daarom stil bij de heisa rond onkruidverdelgers, en meer bepaald rond het kankerverwekkend zijn van glyfosaat. Toxicoloog Jan Tytgat (KU Leuven) legt uit dat hij de eerste patiënt nog moet zien waarvan het vaststaat dat hij kanker kreeg door blootstelling aan glyfosaat. Laat ons het zekere voor het onzekere nemen zegt VELT, een tuindersvereniging die voor een ecologische teeltwijze staat. De gewasbeschermingsmiddelenindustrie kiest voor het bijstaan van de gebruikers met aangepaste productverpakkingen, informatie in het verkooppunt en een call center voor dringende vragen.

De discussie over glyfosaat is Radio 2 niet ontgaan. Het programma ‘De Inspecteur’ vat het samen als zou de onkruidbestrijder kankerverwekkend zijn, met die bedenking dat iedereen daarover een andere mening heeft. “Europa besliste om twee onkruidverdelgers van Bayer te verbieden in de handel, Total Net Super en Total Net Spray van Bayer”, merkt De Inspecteur op. “Over andere mixen, zoals de bekende Roundup, is er nog geen duidelijkheid. Dus die kan je nog gewoon kopen in de winkel.” Ter info, dat heeft te maken met de beslissing van de Europese Commissie om herbiciden te verbieden die glyfosaat combineren de hulpstof tallowamine. Glyfosaat is het hoofdbestanddeel van het bekende merkproduct Roundup, maar de verdachte hulpstof zit er reeds een aantal jaren niet meer in.

In het radioprogramma legt toxicoloog Jan Tytgat uit dat het causaal verband tussen blootstelling aan glyfosaat en het krijgen van kanker niet bewezen is. Hij is van mening dat de consument het veilig kan gebruiken in de tuin. Wel waarschuwt hij voor mogelijke milieuschade door grootgebruik, en benadrukt hij dat de voorschriften op het etiket gevolgd moeten worden: “Vroeger werd gedacht dat glyfosaat snel afbreekt in het milieu, maar de inzichten daaromtrent zijn gewijzigd. De persistentie van het molecule is veel groter dan eerst werd aangenomen.” Het Europees agentschap van chemische stoffen (ECHA) heeft deze week nog meegedeeld dat glyfosaat niet kankerverwekkend is, maar wel schadelijk voor het waterleven.

Tuindersvereniging Velt stelt andere methoden voor om onkruid de baas te blijven, zoals wieden en schoffelen. “We willen niet terug naar grootmoeders tuin waar iedereen op z'n knieën moet rondkruipen. Er zijn in de handel zeer ergonomische instrumenten te vinden zoals voegenkrabbers die je rechtstaand kan gebruiken.” Velt wil wel waarschuwen voor middeltjes zoals zout, azijn en javel die wel eens gebruikt worden om onkruid te verwijderen. “Ook die producten hebben een negatief effect op het waterleven. Als je spuit op een verharding, dan komen ze in de riool terecht en vervuilen ze uiteindelijk onze beken en rivieren.”

De eerste lentezon was ook voor Phytofar, de federatie van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie in ons land, het signaal om zich te richten tot hobbytuinders. Bij de tuincentra en in de doe-het-zelf-zaken is er de laatste tijd veel veranderd op vlak van bestrijdingsmiddelen. Phytofar zet de veranderingen nog een keer op een rij. In 2014 ging de splitsing tussen amateurproducten (‘G’ op het etiket) en professionele producten (‘P’ op het etiket) in. Dit houdt in dat een hobbytuinder geen toegang meer heeft tot professionele gewasbeschermingsmiddelen. “De overheid gaat er namelijk vanuit dat de hobbytuinier gemiddeld minder ervaren is en minder kennis heeft over het goed gebruik ervan”, legt Veerle Van Damme van Phytofar uit. “Vandaar dat de toelatingsvoorwaarden voor amateurproducten veel strenger zijn en de risicobeperkende maatregelen veel uitgebreider.”

De sector paste ook de verpakkingen aan naar kleinere formaten met verbeterde doseersystemen. Ze investeerde in innovaties en in het vergroenen van het aanbod met veel biologische middelen en laag-risicoproducten. Phytofar wil nog een keer in de verf zetten dat gewasbeschermingsmiddelen behoren tot de meest uitgebreid onderzochte producten. Ze worden getest op een 100-tal aspecten rond veiligheid voor mens en leefmilieu, inclusief bestuivers. Elk verkooppunt in ons land moet bovendien minstens één persoonslid met een fytolicentie hebben om het beheer en de verkoop van deze gewasbeschermingsmiddelen goed te ondersteunen. Ook hangen er in elk winkelpunt twee affiches over hoe je gewasbeschermingsmiddelen correct moet gebruiken en welke alternatieven er in de winkel aanwezig zijn.

Om zeker te zijn dat de gebruiker niet met onbeantwoorde vragen blijft zitten, hebben Phytofar en handelaarsfederaties Comeos en de Belgische Tuincentra Vereniging een gratis callcenter opgestart voor de consument. Dat is van maandag tot zaterdag bereikbaar van acht uur ’s morgens tot acht uur ’s avonds en in het hoogseizoen ook op zondagvoormiddag. Op de gratis lijn 0800 62 604 kan de consument aan deskundigen advies vragen over het correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Uit ditzelfde initiatief is ook de website www.handigindetuin.be ontstaan. Het systeem van de verplichte communicatie in de winkelpunten en het callcenter ging sinds het voorjaar van 2016 van start. “Een aantal punten zijn dus nog voor verbetering vatbaar”, klinkt het bij Phytofar, “zoals het feit dat het callcenter nog onvoldoende gekend is bij het grote publiek.” De sector wil daar verder aan werken zodat tuinliefhebbers deskundig geholpen worden bij het vermijden van onkruiden, ziekten en plagen.

Bron: Radio 2 / eigen verslaggeving

Beeld: Phytofar

Volg VILT ook via