nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.03.2019 Wervel doet parlement anders denken over voedselsysteem

Met een verwijzing naar het nieuwe boek ‘Gigantisme’ van de econoom Geert Noels stelde landbouwer Benny Van De Velde tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement de machtsconcentratie in de agrovoedingsindustrie in vraag. Zowel voor- als achteraan de keten worden landbouwers geconfronteerd met een beperkt aantal grote bedrijven. “De gevolgen laten zich enorm voelen want de consumentenprijzen voor voeding stegen terwijl de producentenprijzen halveerden.” Volgens Jeroen Watté van Wervel hebben we nood aan een paradigmashift die agro-ecologie als uitgangspunt neemt, “en aan een voedselbeleid in plaats van landbouwbeleid”.

Tijdens de hoorzitting over duurzame landbouw in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement kwamen landbouwonderzoeksinstituut ILVO en de beweging voor een gezonde landbouw Wervel elk hun visie toelichten. Agro-ecoloog Jeroen Watté deed dat namens Wervel, maar hij gaf eerst het woord aan bioboer Benny Van de Velde die de theorie aan de praktijk koppelt. Van de Velde herinnert aan de Wervel-campagne die aandacht vroeg voor het verdwijnen van 24 landbouwbedrijven per week in Vlaanderen, en vraagt zich af waar dat zal eindigen. “Zet die trend zich door, dan zijn er in 2030 geen boeren meer.” Zo’n vaart zal het vermoedelijk niet lopen, maar Van de Velde voelt zich toch ongemakkelijk bij de snel krimpende boerenpopulatie.

Tegenover dat kleiner wordend aantal landbouwbedrijven staan zowel in de toelevering als in de voedingsindustrie mastodonten van bedrijven nu de machtsconcentratie daar toeneemt. Ook dat zit Van de Velde niet lekker, en wel hierom: “In het boek Gigantisme schrijft econoom Geert Noels dat grote bedrijven vooral zichzelf bedienen. Ze dwepen met innovatie maar in werkelijkheid fnuiken ze vernieuwing en tonen ze volgens mij een gebrek aan fantasie. Ze ontwikkelen lapmiddelen waarbij één geïsoleerd probleem één heel gerichte oplossing krijgt. Het ontbreekt aan holistisch denken.”

Binnen de landbouw die op industriële leest geschoeid is, heeft de producent geen zeggenschap over zijn verkoopprijs. Voor het visueel schone en sociaal warme platteland is dit soort landbouw evenmin een meerwaarde, zegt Van de Velde met een verwijzing naar de stallen die verrijzen in het landschap. De oplossing zit hem volgens Wervel niet in een ruimtelijke scheiding van intensieve landbouw en hoogwaardige natuur. “Vlinders stoppen niet aan de rand van een natuurgebied”, zegt de bioboer, en hij herinnert aan de waarschuwing van wetenschappers dat de insectenpopulaties dramatisch dalen en intensieve landbouw daar een belangrijke oorzaak van is.

Zelf bedrijft Van de Velde landbouw mét de natuur, onder meer door hagen en randen vol bloemen en struiken een plek te geven op zijn 4 hectare groot areaal waar aardappelen, groenten, fruit en vlees geproduceerd worden voor de korte keten. Hij besteedt veel aandacht aan bodemgezondheid en genetische diversiteit van gewassen. De klanten van zijn CSA-boerderij in Gent stellen hem in staat om op een beperkte oppervlakte een volwaardig arbeidsinkomen te verwerven zonder grote leninglast. “Mijn boerderij staat voor een economie op mensenmaat, ook al omdat het arbeidsintensief mag zijn. Machines mogen niet al het werk van mij overnemen want ze zijn onbetaalbaar en dat leidt tot schaalvergroting en specialisering.”

Landbouwers zoals Benny hebben volgens Wervel meer aan een echt voedselbeleid dan aan het huidige landbouwbeleid. De denktank IPES-Food vergeleek de twee en hun verschillen in aanpak. “Een weersverzekering is bijvoorbeeld onvoldoende om de veerkracht van een voedselsysteem te verbeteren”, legt Jeroen Watté van Wervel de link met de politieke actualiteit. Beleidsmakers kunnen hun inspiratie volgens Watté halen bij agro-ecologie, conform aan wat IPES-Food bepleit. Hij verwijst ook naar het Landbouwrapport van het Departement Landbouw en Visserij dat een lans breekt voor een meer geïntegreerde aanpak van landbouw en voeding. “Durf naar ons voedingspatroon kijken”, oppert hij in dat verband. Wervel ijvert bijvoorbeeld al jaren voor minder maar beter vlees met een eerlijke prijs voor de boer.

De vraag om een voedsel- in plaats van landbouwbeleid hoor je volgens Watté ook buiten Vlaanderen steeds luider klinken. “Waarom ondersteunt de overheid de productie van bijvoorbeeld suiker die slecht is voor de gezondheid? Waarom hebben arme mensen moeilijk toegang tot gezonde voeding?” Het antwoord daarop is volgens de agro-ecoloog dat het huidige landbouwbeleid zich vastgereden heeft. “We hebben een paradigmashift nodig. Het IPES-rapport detecteerde acht doodlopende straatjes waar je zonder overheidsingrijpen niet uitgeraakt, zoals de verwachting van goedkoop voedsel.” In het verlengde met de visie van de denktank van voormalig VN-voedselrapporteur Olivier De Schutter stelt Wervel het volgende voor: “Gebruik andere maatstaven om het succes van het voedselsysteem aan af te meten. Moeten we het maximum aantal calorieën per hectare nastreven, of zo hoog mogelijke voedingswaarden? Drukken we vervuiling uit per kilo product, of belonen we biodiversiteit en koolstofopslag per hectare? Blijven we aan schaalvergroting doen zodat één landbouwer zijn omzet ziet stijgen, of willen we meer tewerkstelling en een hoger inkomen realiseren in de sector?”

Koeien lenen zich voor een voorbeeld dat in het voordeel van agro-ecologie spreekt. Watté: “Laat je een weiland roterend begrazen door koeien zodat zij gras optimaal kunnen benutten, dan zie je dat de bodem in zo’n systeem veel koolstof opslaat. Zelfs wanneer je de broeikasgasuitstoot uitdrukt per kilo rundvlees, is die nog altijd negatief voor zulke ‘graskoeien’ dankzij de CO2-opslag in de bodem.” Daarom wordt agro-ecologie ook ‘herstellende landbouw’ genoemd. En daarom mag je volgens Wervel de uitstoot van een koe niet los zien van de koolstofopslag in de bodem van de weide waar die koe graast. Watté: “Landbouw is een essentieel deel van de oplossing voor de klimaatproblematiek, niet via de reductie van CO2-uitstoot maar door de captatie van CO2 en humusvorming in de bodem. Deze denkwijze kan landbouw in het klimaatdebat uit het defensief halen.”

Jeroen Watté benadrukt nog dat biodiversiteit een productiefactor is waar landbouwers niet zonder kunnen. Agro-ecologische landbouw verzoent landbouw en natuur in de praktijk, bijvoorbeeld door mengteelten van granen met vlinderbloemigen die zowel het oogstrisico verkleinen als de afhankelijkheid van inputs. Of door boslandbouw, die het potentieel aan fotosynthese beter weet te benutten dan landbouw of bosbouw op twee aparte percelen. Watté ziet het als de taak van Wervel om landbouwers te inspireren tot agro-ecologie en zich daarbij niet te beperken tot bioboeren. “Agro-ecologie is geen lastenboek zoals biolandbouw. Het is een beweegrichting die voor alle landbouwers openstaat, ook voor de grootschalige en gespecialiseerde bedrijven die vandaag actief zijn. Een gangbare akkerbouwer zal zich bijvoorbeeld moeten afvragen hoe ruim zijn teeltrotatie is, welke eiwithoudende gewassen hij kan telen, waar kleine landschapselementen ecosysteemdiensten kunnen verschaffen op zijn bedrijf, hoe hij zijn fossiele inputs kan verkleinen, enz.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via