nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

04.05.2020 Crisis legt kwetsbaarheid globaal voedselsysteem bloot

Dat een aantal land- en tuinbouwsectoren het moeilijk heeft sinds het uitbreken van de coronapandemie, maakt volgens De Standaard duidelijk dat ons globaal voedselsysteem kwetsbaar is. Onder meer Marjolein Visser, professor Agro-ecologie aan de ULB, en Olivier De Schutter, voormalig VN-rapporteur voor het recht op voedsel, zien dat onze landbouw te sterk afhankelijk is van internationale voedselaanvoerketens. “Dat maakt ons kwetsbaar bij verstoring in de internationale handel”, klinkt het. Zij pleiten voor een sociaal contract met de landbouw.

De Standaard sprak tal van experts om “de problemen van onze industriële landbouw bloot te leggen” en te bekijken welke alternatieve pistes er zijn. Opnieuw wordt deze “industriële landbouw” in relatie gebracht tot het ontstaan van pandemieën. GAIA deed dat eerder al, maar werd toen teruggefloten door onder meer Hans Nauwynck, viroloog aan de UGent. “Het is een feit dat de industriële landbouw onder druk staat door ziekten als Afrikaans varkenspest, gekkekoeienziekte en vogelgriep. Maar de landbouwer heeft dit niet veroorzaakt, hij is er juist de dupe van”, klonk het.

“Het besef daagt dat de industriële landbouw een van de drijfveren is achter het ontstaan van pandemieën. Waar bossen gekapt worden en plantages de habitats van wilde dieren verstoren, krijgen virussen de kans om over te springen van dieren op mensen. Ook de veeteeltbedrijven, waar tienduizenden kippen of varkens opeen gehokt zitten, bleken al broeihaarden voor infectieziekten als de vogel- of varkensgriep”, zo schrijft De Standaard nu op zijn beurt.

Kwetsbaar bij grote schokken

Vervolgens laat de krant ULB-professor Marjolein Visser en UCL-professor Olivier De Schutter die naast voormalig VN-rapporteur ook oprichter van het International Panel of Experts on Sustainable Food Systems is. Visser noemt de internationale industriële landbouw een systeem dat gebaseerd is op energievretende technologieën en fossiele brandstoffen, uitputting van de bodem, kunstmest en vervuiling. “Veel boeren zijn gereduceerd tot toeleveranciers van multinationals en ontdekken hoe kwetsbaar dat statuut is bij grote schokken. Dat geldt niet alleen voor de zwaar getroffen aardappelsector, maar ook het gros van onze groenten, vlees en melk is bestemd voor export”, stelt ze.

Volgens De Schutter tart het elke logica dat we tegelijk 80 procent van de groenten en fruit en 66 procent van de granen die we zelf consumeren, in het buitenland halen. “Dat maakt ons kwetsbaar bij verstoringen in de internationale handel”, klinkt het. Hij wijst onder meer naar de exportbeperkingen die een aantal grote exporteurs van graan, zoals Rusland, Kazachstan en Oekraïne, uitvaardigden sinds het uitbreken van de coronacrisis.

“Ook voor groenten en fruit kunnen problemen ontstaan. De oogst in ons land, Spanje of Italië steunt in grote mate op het werk van tienduizenden goedkope seizoenarbeiders uit Oost-Europa en Noord-Afrika. Nu die hier niet meer geraken, komt de oogst in het gedrang. Tegelijk moeten landbouwers hun oogsten vernietigen omdat ze geen normale toegang meer hebben tot de markten”, aldus De Schutter.

Voor hem zijn dit allemaal signalen dat het huidige systeem op zijn grenzen botst. “We wonen in de meest vruchtbare regio’s van Europa en toch verdween sinds 1980 al 68 procent van de Belgische landbouwbedrijven. We zitten gevangen in een industriële logica van grote opbrengsten tegen bodemprijzen én we slagen er niet in onszelf te voeden”, verduidelijkt hij.

Ook de Wereldvoedselorganisatie (FAO) trok eerder al aan de alarmbel. “Er is wereldwijd meer dan genoeg voedsel. In normale tijden is dat goed nieuws, maar het coronavirus heeft alle zwakheden in de bevoorradingsketens van een globaal georganiseerde economie blootgelegd. Ons mondiaal voedselsysteem dreigt bij iedere schok te breken”, zei hoofdeconoom Maximo Torero Cullen tijdens een webinar. “Mensen zullen honger lijden, terwijl er massaal eten vernietigd wordt. Overal stokken de voedselstromen: de oogst, het transport en de verwerking haperen op grote schaal.”

Boost voor korte keten

Door de lockdown die de coronapandemie ons heeft opgelegd, betekende evenwel een boost voor de korte keten. Het grote sociale experiment dat de coronacrisis is, doet de zaadjes van een ander systeem kiemen, zo meent De Standaard. Al gaan een aantal experts ervan uit dat deze crisis geen scharniermoment zal vormen. “Het oude model gaat niet zomaar op de schop. Het is menselijk dat we de kop in het zand steken en in oude gewoonten hervallen”, denkt Henk Renting, docent aan de Aeres Hogeschool in het Nederlandse Almere.

Ook Visser en De Schutter denken niet dat we massaal ons gedrag gaan aanpassen. “Hoeveel mensen beseffen dat het ontstaan van pandemieën te maken heeft met ons voedselsysteem? Anders eten en consumeren vergt een kolossale revolutie die je niet teweegbrengt in enkele weken van huisarrest”, beweert de professor Agro-ecologie. Olivier De Schutter ziet dan weer belangrijke economische spelers en lobbygroepen ijveren voor een uitstel van de Europese Green Deal, “terwijl een duurzaam voedselbeleid een belangrijk speerpunt is van die Green Deal”.

Toch zijn er signalen dat er verandering op komst is. Zo klinkt de roep om cruciale sectoren in handen te nemen, luid. Zo ziet De Standaard dat in Nederland Rabobank zich ontpopt heeft tot een promotor van de korte keten. De Franse president Emmanuel Macron noemde het dan weer ‘une folie’ om onze voeding uit te besteden. Olivier De Schutter noemt dit een zuivere politieke keuze. Hij deed samen met tientallen academici alvast een oproep aan de Belgische overheden om dit moment niet te laten passeren.

Ook bij Boerenbond worden er vragen gesteld wat er zal gebeuren na de coronacrisis. “We zien ook waar de kwetsbaarheden zitten”, zegt woordvoerder Vanessa Saenen. “Meer productie voor de lokale markt is belangrijk voor een veerkrachtiger systeem. We zien wel dat jonge boeren meer en meer beseffen dat ze ecologische weerbaar moeten zijn om te overleven, maar het moet wel rendabel zijn.”

Sociaal contract met landbouw

De experts waar de krant mee sprak, pleiten daarom voor een sociaal contract met de landbouw. “Dat moet gaan over een betere toegang tot de landbouwgrond en een eerlijkere verdeling van de winsten in de distributieketen. In ruil opteren boeren voor duurzame technieken en de garantie dat er meer geproduceerd wordt voor lokale markten”, luidt het.

Dat andere landbouwmodel moet volgens De Schutter een cesuur inhouden met het huidige model waarbij voedselstromen de wereld rondgaan. “Maar het betekent niet dat we op onszelf terugvallen. Er is marge om een deel van onze exportlandbouw om te buigen naar productie voor de eigen markt”, meent hij. Zijn Nederlandse collega Henk Renting ziet stadslandbouw als een zeer interessant niveau, met daarnaast plaats voor duurzame grootschalige landbouw. “Essentieel is dat we de verbindingen tussen producenten en consumenten herstellen. De regio is daarvoor de ideale schaal”, vult hij aan.

De vraag is natuurlijk wat regionale landbouw is. Een recent onderzoek van Finse, Duitse en Amerikaanse wetenschappers becijferde dat je binnen een radius van 100 kilometer slechts 11 tot 28 procent van de wereldbevolking kunt voorzien van zes verschillende gewassen. Voor 26 tot 64 procent loopt die afstand op tot meer dan 1.000 kilometer. “Er zal dus altijd wereldhandel nodig zijn om in een stabiel voedselaanbod te voorzien, zeker in Afrika en Azië”, zo benadrukten de wetenschappers.

Joachim Declerck, directeur van Architecture Workroom en denker over een ander ruimtelijk beleid, ziet dit niet als een strijd tussen twee modellen. “Maar korte keten en bio moet een essentieel onderdeel worden van de landbouweconomie, met innovatie en stevige structuren en afzetkanalen, zoals we die gebouwd hebben voor de industriële landbouw.” De agro-industrie moet naar zijn mening radicaal verduurzamen. “Het wordt tijd dat we in kaart brengen hoe we onze toegang tot voedsel kunnen garanderen. Voor water en energie is dat al deels gebeurd. Het is toch vreemd dat we die andere basisnood helemaal hebben overgelaten aan de markt?”, aldus Declerck.

Landbouwexperimenten

In Europa wordt al volop geëxperimenteerd met landbouw in al zijn vormen. Eén van die experimenten is een voedselpark dat niet alleen de banden aanhalen met de naburige stadsbewoners, maar ook produceert voor een wereldmarkt. In ons land verdiept ILVO zich al langer in deze voedselparken. “Ze zijn ontstaan vanuit een ruimtelijke bezorgdheid. Het doel was om de druk van het beton te weerstaan en ruimte voor landbouw te behouden”, legt Elke Vanempten van ILVO uit. “Pas daarna is het een verhaal geworden van diensten leveren voor de stad: voedsel, maar ook water, recreatie en educatie.”

Ondertussen is de consument gewend geraakt aan het idee dat eten goedkoop en het hele jaar beschikbaar is. “We moeten af van die low-costbenadering van voeding. Het is een perverse redenering dat je daarmee families in armoede helpt. Maar ik geeft toe, het is moeilijk om de verwachting dat voeding een steeds kleinere hap uit ons budget neemt, te keren”, meent Olivier De Schutter.

Ook zijn ULB-collega Marjolein Visser maakt zich geen illusies dat het tij snel zal keren. “We moeten echt en seizoensgebonden voedsel herwaarderen en banden opbouwen met lokale landbouwers. Voor velen is dat een oncomfortabele gedachte. Vroeger had je in elk groot dorp een slachthuis, melkerij en een molen. Die tijd is voorbij, maar ergens moeten we die kleinere schaal terugvinden. Gemeenschappen met een sterke lokale interactie zijn veerkrachtiger in tijden van crisis”, besluit ze.

Bron: De Standaard/MO

Volg VILT ook via