nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.08.2020 Droogte in West-Vlaanderen wordt onhoudbaar

Voor het vierde jaar op rij slaat de droogte ongenadig toe. In West-Vlaanderen voelen de landbouwers en de verwerkende industrie de gevolgen ervan aan den lijve. “Het gaat veel sneller dan we hadden durven denken.”
De aanhoudende droogte heeft de West-Vlaamse akkers omgetoverd in een droge zandbak. Verschroeide aardappelen, half verdorde suikerbieten, platgeslagen maïs, een derde minder opbrengst dan normaal… de groentetuin van Europa krijgt het zwaar te verduren.
 
Vier jaar geleden zetten sommige boeren de droogte nog weg als iets eenmaligs. Maar ondertussen is het besef gegroeid dat de droge zomers en natte winters het nieuwe normaal zijn. De regen van de laatste week kan misschien nog iets goed maken, maar sommige buien waren zo hevig dat de gewassen er ook aan kapot gaan.
 
West-Vlaanderen staat gekend voor zijn akkerbouw en diepvriesgroentebedrijven. Dankzij het milde klimaat en de vruchtbare bodem, konden de groentetelers ieder jaar rekenen op mooie oogsten. Maar dat grote aanbod leidde tegelijk naar lage prijzen, terwijl de investeringen in machines, irrigatie en grond hoog blijven. Davy Vanneste, contractteler voor de verwerkende industrie, schetst het probleem in De Standaard. “Voor een kilo bloemkool kregen mijn ouders 30 jaar geleden 14 frank. Vandaag krijg ik minder.”
 
Omdat de marges steeds kleiner worden, begonnen de telers grotere volumes te oogsten. “Door meer grond te pachten bij andere boeren”, zegt Vanneste. “En mikken op drie opeenvolgende teelten per perceel.” Groenteboeren werden steeds groter en gingen zich specialiseren, op advies van banken en consulenten. Zolang het klimaat mee wilde, kon zo’n intensief model blijven bestaan. Maar het stuit op z’n grenzen, nu de droge jaren elkaar in snel tempo opvolgen.
 
Ook Nele Cattoor van Vegebe, de beroepsfederatie van de verwerkende industrie en groothandel, merkt dat de waterintensieve teelten, zoals aardappelen, bloemkolen, courgettes en bonen, afzien. “Doordat gewassen te snel rijpen, is de kwaliteit minder goed”, vertelt ze. “De erwtenopbrengst is voor het vierde jaar op rij 10 tot 15 procent te laag. Erwten zijn kwetsbaar omdat ze maar kort op het veld staan. Wie net voor de droge periode had ingezaaid, zag zijn opbrengst soms gehalveerd. Ook de bonen beloven niet veel goeds. Sommige velden worden zelfs niet geoogst, omdat de kosten hoger zijn dan de opbrengst.”
 
Is het sop de kolen nog waard?
 
Door de aanhoudende droogte gaan boeren massaal op zoek naar water. Degene met een eigen waterbekken zijn nog het beste af, al zagen ze hun watervoorraden smelten als sneeuw voor de zon. Anderen gingen water oppompen in beken en rivieren, tot het captatieverbod ingesteld werd in mei.
 
Maar ook zonder captatieverbod is water oppompen en vervoeren een tijdrovend en kostelijk werkje. Volgens akkerbouwer Geert Defruyt is het een duivels dilemma. “Als je water aanvoert, verdampt je winst. Als je niets doet, gaat je oogst kapot.” Davy Vanneste treedt hem bij. “Op mijn pachtvelden heb ik dit jaar al voor 10.000 euro water aangevoerd. 10.000 euro die je gewoon de grond in laat lopen. Dan vraag je je af of het sop de kool nog waard is.”
 
Exportgericht
 
De agrovoedingsindustrie neemt in Vlaanderen 13 procent van de uitvoer voor haar rekening, zo bleek uit het recente agrohandelsrapport. Diepvriesgroenten hadden vorig jaar een exportwaarde van maar liefst 1,31 miljard euro.
 
Maar volgens Ardo-directeur Bernard Haspeslagh davert de sector op zijn grondvesten. “We proberen rustig te blijven. Maar het gaat sneller dan we hadden durven te denken. De klimaatscenario's halen ons in. Dit hadden we niet zien aankomen, toch nu nog niet.”
 
Hij vreest voor het voortbestaan van de industrie in West-Vlaanderen. “Het is vechten voor ons marktaandeel. Van de 4 miljoen ton diepvriesgroenten die Europa produceert, komt 1 miljoen ton uit België. Maar Spanje, Portugal en Polen zitten ons op de hielen.”
 
Waarom doen landen zoals Spanje, waar het toch een stuk droger is, het zo goed? “Zij hebben jaren geleden ingezet op grootschalige irrigatieprojecten, gesubsidieerd door Europa”, weet Dennis Duinslaeger, woordvoeder van Green­yard. “Zelfs Frankrijk en Nederland rolden fijnmazige irrigatienetwerken uit. Hier gebeurde dat niet. Wij rekenden vooral op ons gematigde klimaat.”
 
Voor een appel en een ei
 
Niet alleen de landbouwers, maar ook de voedingsbedrijven komen in de problemen, nu het aanbod afneemt. Haspeslagh benadrukt dat hij de telers meer zou willen betalen. Ardo geeft ook premies voor boeren de investeren in irrigatie. “Maar veel bewegingsruimte is er niet. Wij werken op een erg concurrentiële markt. De prijzen voor diepvriesgroenten in de supermarkten zijn absurd laag. En als wij niet leveren, doen de Spanjaarden of de Polen het wel.”
 
Ook Luc De Waele van Ingro, de coöperatieve telersvereniging, beseft dat de industrie zich in een benarde positie bevindt. “Maar uiteindelijk wordt alles afgewenteld op de telers. Zij moeten koste wat het wil de volumes halen die in de contracten werden afgesproken.” Na aftrek van de kosten voor de irrigatie, blijft er voor hen amper iets over. Maar het zomaar opgeven, staat ook niet in het woordenboek van de boeren, die vaak grote investeringen gedaan hebben.
 
Leve(nde) bodem
 
Toch klinken er ook positieve geluiden. Volgens Karel Dewaele uit Stavele hoeven boeren dit niet te ondergaan. Zelf heeft hij anderhalf jaar geleden het landbouwbedrijf van zijn ouders overgenomen en is in overschakeling op bio. Daar staat een gezonde bodem, met schimmels en bacteriën, centraal. “Een bodem met voldoende organische stof heeft meer poriën, waardoor het water beter doorsijpelt en langer wordt vastgehouden. Ik ben ervan overtuigd dat daar de oplossing zit: minder bodembewerking en overschakelen op biologische technieken. Opslag van koolstof in de bodem kan zelfs een deel van de oplossing zijn voor de klimaatcrisis.”
 
Toch blijf irrigatie belangrijk voor een aantal teelten. Voor Dominique Huits van Inagro kunnen waterreservoirs, verspreid over de provincie, met een irrigatienetwerk tot bij elke boer, de redding betekenen. “Maar daar hangt een stevig prijskaartje aan vast.”
 
Ardo investeerde, samen met 47 landbouwers, alvast in zo’n irrigatienetwerk van 24 kilometer lang, verspreid over 500 hectare landbouwpercelen. “De beregende percelen haalden 23 ton bonen per hectare, terwijl niet-beregende velden amper 8 ton opbrachten”, aldus Haspeslagh. Dit soort projecten moeten volgens hem op grote schaal uitgerold worden. “De industrie en alle voedingsbedrijven moeten mee op de kar. De circulaire economie moet de norm worden. En we moeten proberen een deel van die Europese subsidiepot te verzilveren.”
 
Verzilting slaat toe
 
De provincie krijgt door de droogte ook te maken met de problematiek van verzilting. Ondertussen luidt het devies om geen enkele druppel water te verspillen. Maar dat was lange tijd anders. Eeuwenlang werd er alles gedaan om van het overtollige water af te raken. In de middeleeuwen werden de polderbesturen opgericht om de natte poldergronden droog te leggen voor de landbouw en veeteelt.
 
Maar van die eenzijdige visie zijn ze al een tijdje afgestapt. “In de polders kunnen we spelen met het waterpeil”, legt Pieter-Jan Taillieu van de Vlaamse vereniging van Polders en Wateringen uit. “Dat doen we nu ook om water bij te houden. Bestaande drainagenetwerken kunnen worden ingezet om water op te slaan en te laten infiltreren op de velden. In natuurgebieden zoals De Blankaart houden we water vast tijdens de winter, wat goed is voor trekvogels. In de zomer verlagen we het peil voor extensief hooilandbeheer. In plaats van dat water rechtstreeks naar zee te lozen, zouden boeren het kunnen oppompen en ­stockeren.”
 
Toch ontstaan er ook fricties tussen de traditionele polderboeren en de groentetelers die er zich gaandeweg kwamen vestigen. In piekperiodes gebruiken die laatsten enorm veel water, wat kwaad bloed zet bij de veeboeren. Zo wordt ook het broze evenwicht tussen zoet en zout water verstoord. Het diepe zoute water wordt in normale tijden naar beneden gedrukt door het zoetwater. Maar als dat opgebruikt wordt, komt het zoute water naar de oppervlakte. “De gevolgen van die verzilting zijn rampzalig”, stelt Peter Bossu van Natuurpunt. “De natuur verschraalt. Koeien die van te zout water drinken, vallen dood. Gewassen verpieteren op de akkers. En eenmaal het zover is, duurt het ­jaren vooraleer het evenwicht is hersteld.”
 
Ondertussen investeren veel landbouwers in eigen bufferbekkens. Maar ze stoten vaak op een ‘njet’  wanneer ze een vergunning aanvragen. Dat is moeilijk uit te leggen, beseft ook gouverneur Carl De Caluwé. “We leven met te veel op een kleine oppervlakte. Dan wordt het lastig tegengestelde belangen te verzoenen.”
 
Dan komt de vraag bovendrijven of de grootschalige groenteteelt in West-Vlaanderen nog houdbaar is. Bernard De Potter, topman van VMM, twijfelt of sommige waterintensieve teelten op die schaal nog mogelijk zullen zijn als de klimaatverandering zich doorzet. “Alles wijst erop dat het klimaat extremer wordt. We wéten dat er een paradigmashift nodig is in het internationale voedselsysteem. We botsen tegen grenzen. Maar de voedingsindustrie volgt de regels van het internationale spel. Dat maakt het complex, wij kunnen dat niet ­alleen veranderen.”
 
Karel Devreese ging enkele jaren geleden de ecologische toer op, waarmee hij de dwanggedachte ‘groot of dood’ afzwoer. “Ik wilde niet langer een radertje zijn in een wereldmarkt waar ik geen vat op heb”, zegt hij. “Ik ben blij dat ik de keuze voor bio heb gemaakt, ook al blijft de strijd tegen de droogte moeilijk. Daarom moeten we het probleem bij de wortel aanpakken. Geen lapmiddelen, maar op een andere manier aan landbouw doen.”
 
Maar hij beseft dat landbouwers niet staan te springen om de klimaatdoelstellingen te omarmen en dat schaalvergroting voor velen de enige manier van overleven is. “Landbouwers voelen zich snel geviseerd, al merk ik dat sommige collega's andere keuzes maken”, besluit hij. “Maar toch. We hadden verdorie voorop moeten lopen in de klimaatmarsen. Wij zijn de eerste slachtoffers van de klimaatverandering. Laat de kentering dan ook hier beginnen.”

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via