nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.12.2019 Fact check: hormoonverstoorders in groenten en fruit?

Op Radio 1 werd afgelopen week aandacht besteed aan een onderzoek dat verscheen in het Nederlandse dagblad Trouw. Dat stelt dat groenten en fruit in de winkel in één geval op vijf besmet zijn met resten van “hormoonverstorende pesticiden”. “Veel te kort door de bocht”, zegt UGent-professor Pieter Spanoghe, expert in gewasbescherming. “Hormoonverstoorders zijn pas eind 2018 verboden, dan kan je niet uitsluiten dat je in monsters die in 2017 zijn genomen die producten nog aantreft. Bovendien is aanwezigheid van deze hormoonverstoorders niet gelijk aan gevaar. De dosis maakt het gif.”

In Nieuwe Feiten op Radio 1 onderzoekt presentator Lieven Vandenhaute elke dag het waarheidsgehalte van een aantal nieuwsfeiten. Afgelopen week ging het over een onderzoek dat in opdracht van Trouw was uitgevoerd. Volgens die studie bevatten groenten en fruit in ongeveer één op vijf gevallen hormoonverstorende producten. Het zou gaan om fruit, groenten, kruiden, zaden, granen aardappelen en noten die in de Nederlandse supermarkt zijn te vinden. In 21 procent van de onderzochte groenten, 19 procent van het fruit en 28 procent van de kruiden werden deze hormoonverstorende stoffen aangetroffen.

Hans Muilerman van Pesticide Action Network Europe (PAN) mocht op Radio 1 tekst en uitleg geven bij de bevindingen van die studie. Daar vertelde hij dat “België een heel intensieve landbouw heeft waar veel bestrijdingsmiddelen aan te pas komen waardoor de onkruiden en de beestjes steeds meer resistent worden en er dus meer gif en nieuwe cocktails van gif gebruikt worden”. Controle is er volgens hem wel, maar de regelgeving loopt volgens hem achter doordat “de politiek te langzaam is om deze stoffen te verbieden”.

VILT legde zijn oor te luister bij Pieter Spanoghe, professor aan de vakgroep Gewasbescherming van de UGent, over deze beweringen van PAN Europe. Hij zegt moeite te hebben met de “angstberichten” die door bepaalde ngo’s de wereld worden ingestuurd. “PAN Europe is een lobbygroep die als missie heeft om gewasbeschermingsmiddelen van de markt te halen. Zowat om de drie maanden komen zij met nieuws van eigen onderzoek in de pers”, klinkt het. “Ze kiezen voor het zwart-witverhaal, maar de werkelijkheid is grijs.”

Volgens professor Spanoghe maakt het onderzoek een eerste fout door regelgeving die eind 2018 in voege ging toe te passen op monsters van groenten en fruit die in 2017 werden genomen. “Een verbod geldt voor de toekomst, niet voor het verleden”, aldus de professor. “Je kan de EU niet verwijten dat zij in 2017 gewasbeschermingsmiddelen toelieten, terwijl er pas in 2018 een duidelijk beeld was van welke gewasbeschermingsmiddelen mogelijk hormoonverstorend zijn en welke niet.”

Fytoweb, de website van de federale overheid, vermeldt dat werkzame stoffen en gewasbeschermingsmiddelen periodiek worden geëvalueerd. Dit gebeurt in principe 10 jaar na de eerste goedkeuring, en vervolgens om de 15 jaar na vernieuwing van de goedkeuring. Een vernieuwing gebeurt op basis van aangepaste wetgeving en dus vaak strengere vereisten. Dit verzekert dat evaluaties up-to-date blijven en toegelaten middelen voldoen aan de huidige normen.

Professor Spanoghe wijst er in dat kader op dat producten dus niet van vandaag op morgen van de markt worden gehaald, maar dat er telkens bij zo’n periodieke evaluatie wordt gekeken of een product nog conform de wetgeving van dat moment is. Is dat niet het geval, dan wordt het gewasbeschermingsmiddel van de markt genomen. “Dit principe dient om de industrie te beschermen die miljoenen euro’s investeerde in studies om aan te tonen dat veilig gebruik mogelijk is, maar is ook ter bescherming van de landbouwer die moet kunnen rekenen op de juiste middelen om zijn gewas en inkomen te beschermen.”

Daarnaast benadrukt de UGent-professor ook dat de aanwezigheid van deze stoffen op onze voeding niets zegt. “We moeten onderscheid maken tussen ‘gevaar’, ‘blootstelling’ en ‘risico’. Wie mensen wijsmaakt dat een nulrisico bestaat, beliegt de mensen”, verduidelijkt Spanoghe. “In dit geval zien we dat het ‘gevaar’ een aanwijzing geeft van hormoonverstoring, we zien dat de ‘blootstelling’ - de hoeveelheid die we nodig hebben in landbouw om gewassen te beschermen - bijzonder laag is, daaruit komt dat het ‘risico’ als combinatie van gevaar en blootstelling laag is.” Een concreet voorbeeld dat deze uitleg verheldert: Als man van 68 kilo zou je dagelijks 3.000 kroppen sla moeten eten vooraleer de in de EU toegelaten maximale residu op sla een aantoonbaar gezondheidseffect heeft. Of een jongen van 18 kilo zou elke dag 534 appels moeten eten.

Dat Hans Muilermans van PAN Europe beweert dat er “steeds meer gif en nieuwe cocktails van gif worden gebruikt in de landbouw”, spreekt Pieter Spanoghe ook met klem tegen. “Dit is wettelijk niet mogelijk. De werkzame dosis die een landbouwer moet toepassen voor een efficiënte bescherming van zijn gewas wordt op het etiket vermeld, het maximum aantal toepassingen per teeltseizoen wordt ook meegegeven. Het residu in groenten en fruit wordt bij de oogst gecontroleerd. Bij overschrijdingen wordt een product meteen uit de markt genomen.”

Over “de cocktails van gif” waar PAN Europe over spreekt, zegt professor Spanoghe dat het klopt dat wordt geadviseerd om producten te combineren of te alterneren. “Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld voor de bestrijding van insecten eens wordt gekozen voor een middel dat inwerkt op het zenuwstelsel van het insect en vervolgens eens voor een middel dat inwerkt op de vervelling van het insect. Het monotoon aanhouden van middelen die telkens op het zenuwstelsel inwerken, gebeurt niet, juist om resistentie te vermijden, stelt hij. “Dit zijn geen nieuwe cocktails, dit maakt deel uit van de goede landbouwpraktijk. Het onderzoek naar de juiste combinaties van middelen om resistentie te vermijden, dateert al zeker van 25 jaar geleden.”

Het cocktaileffect van gewasbeschermingsmiddelen wordt in de ogen van Spanoghe soms fout geïnterpreteerd. “Als twee middelen samen toegepast worden en een verschillende werking hebben op de plant, het insect of het onkruid, dan betekent dat niet dat zij in het menselijk lichaam een giftige cocktail vormen. Eerst en vooral is de werking niet gericht tegen mensen en ten tweede is de werking, als er werking is, niet op het zelfde orgaan (de lever, de bloedsomloop, de reproductie,…). Als over hormoonverstoring gesproken wordt is dat ook op te splitsen, het lichaam heeft meer dan één type van hormonen en hormoonreceptoren.”

Zelf is de gewasbeschermingsmiddelenexpert meer ongerust over de sojaconsumptie als het gaat om hormoonverstorende stoffen dan om “de bijzonder lage hoeveelheden gewasbeschermingsmiddelen die in het lijstje van sporadisch geconsumeerde groenten en fruit” worden aangetroffen. “In soja of hop zitten van nature veel grotere hoeveelheden hormoonverstorende stoffen. En ook van alcohol weten we allemaal dat deze stof het normale functioneren van het lichaam wijzigt. Bepaalde geneesmiddelen en de pil zijn bedoeld om hormonen te verstoren. Ook bij cosmetica stel ik me vragen. Waarom worden deze niet in dezelfde mate gescreend als gewasbeschermingsmiddelen? Er is geen enkele ngo die zijn pijlen richt op deze stoffen die we rechtstreeks, via het milieu en via drinkwater mogelijks binnenkrijgen”, besluit professor Spanoghe.

Ook Phytofar, de Belgische Vereniging van de industrie van Gewasbeschermingsmiddelen, zegt geschokt te zijn door de toon en de onwaarheden die in het interview met PAN Europe aan bod kwamen. “Het is jammer dat de wetenschappelijke kant van het verhaal niet aan bod kwam. En het taalgebruik zorgt voor polarisering”, reageert Phytofar. De vereniging benadrukt dat het eten van alle groenten en fruit in ons land veilig en gezond is, en niet alleen van biologische producten zoals PAN Europe beweert.

“Bij de teelt van biologische groenten en fruit worden ook gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, middelen die toegelaten zijn in de biologische teelt, om de vele ziekten en plagen tegen te gaan. Ook deze producten moeten aan strenge regels voldoen en ook residuen van deze middelen worden teruggevonden op producten, in even kleine hoeveelheden als de mensgemaakte stoffen”, klinkt het. Phytofar benadrukt dat zijn leden alle landbouwsystemen vertegenwoordigen: van klein naar groter, voor biologische of geïntegreerde landbouw. “Ziekten en plagen moeten bestreden worden, om een goede oogst te garanderen maar zeker ook voor de gezondheid van de mensen”, klinkt het nog.

Lees ook: Zit ons voedsel vol schadelijke pesticidenresiduen?

Bron: Eigen verslaggeving/Radio 1

Volg VILT ook via