nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.07.2019 Houden landbouwgewassen stand bij deze hitte?

Bij temperaturen die kunnen oplopen tot 40 graden worden mensen gewaarschuwd voor de gezondheidsrisico’s. Ook dieren ervaren hittestress. Gisteren liet VILT landbouwonderzoeksinstituut ILVO daarover aan het woord. Vandaag informeren we bij praktijkcentra in welke mate de landbouwgewassen daar last van hebben. Vooral aardappel- en groentetelers hopen op ander weer. Zonder beregening dreigt het mis te lopen op hun velden. “Deze week is een keerpunt voor veel teelten: verder groeien of versneld afrijpen”, laat het Provinciaal proefcentrum voor de groenteteelt Oost-Vlaanderen weten. Rundveehouders zitten na de rampzalige droogte in 2018 krap qua ruwvoeder. De grasgroei laat het opnieuw afweten, maar gelukkig voor hen staat de maïs op de meeste percelen metershoog. Komt er op tijd neerslag, dan groeit er ook een mooie kolf en wordt een nieuw drama vermeden. De praktijkcentra in Geel en Herent beproeven nieuwe teelten die beter bestand zijn tegen de droogte: sorghum en quinoa.

In eigen land maar ook in Frankrijk, Nederland en Duitsland wordt gewaarschuwd voor recordtemperaturen. Donderdag halen we mogelijk 40 graden in Vlaanderen. In Frankrijk verwacht men uitschieters tot 43 graden. Zulke hoge temperaturen zijn niet gezond voor mens en dier. Een koe heeft bijvoorbeeld al last van de warmte vanaf 21 graden. De hittegolf haalt ook kippen en varkens uit hun comfortzone. Onderzoekers van ILVO gaven op VILT.be meer uitleg omtrent hittestress bij dieren, en lichtten ook toe welke extra inspanningen veehouders zich getroosten om het ongemak te beperken.
 
De hitte in combinatie met de droogte schaadt ook de opbrengst van landbouwgewassen. In juni was het ook al een keer verschrikkelijk warm. De impact daarvan op de gewasgroei bleef beperkt, meldt de Europese Commissie. Hun onderzoeksbureau maakt maandelijks de stand van zaken op. Het jongste ‘MARS bulletin’ meldt dat juni 2019 ongezien warm was in grote delen van Europa. Dat had zijn invloed van in Spanje tot in Polen en Letland. Al bij al hielden de gewassen goed stand want het zou geen of een beperkte impact gehad hebben voor wintergranen, koolzaad, korrelmaïs en zonnebloemen. Aardappel- en suikerbietpercelen werden wel in hun groei geremd, maar hadden op dat moment nog veel weken te goed om hun schade in te halen.

Het Joint Research Center zei er toen bij dat de temperatuur en beschikbaarheid van water in de daarop volgende maanden allesbepalend zullen zijn. Ondertussen weten we dat het watertekort in juli groter werd en de temperatuur ongezond hoog klimt. Hoe doorstaan de landbouwgewassen de aanhoudende droogte en deze tweede hittegolf in korte tijd? “In vergelijking met vorig jaar valt het mee voor de ruwvoeders die rundveehouders telen”, zegt Gert Van de Ven van het Landbouwcentrum voor Voedergewassen dat verbonden is aan de Hooibeekhoeve in Geel. “Sommige laat gezaaide percelen maïs na gras staan er niet goed bij, maar in tegenstelling tot 2018 zie je veel goed ontwikkelde maïs. Dit jaar waren de omstandigheden bij grondbewerking en zaai gunstiger. Een jaar eerder was het toen zo nat dat de bodemstructuur er onder leed en de maïs vervolgens geen moeite deed om diep te wortelen.”

De expert in ruwvoeders moet wel in het midden laten welke impact de hitte zal hebben op de maïskolf, die erg belangrijk is voor de voederwaarde van maïs. “Op het gros van de percelen beschikken de maïsplanten over een kolf, dat was vorig jaar vaak al niet het geval. Of die ook goed gevuld raakt met korrels hangt af van de neerslag die we krijgen en in eerste instantie van het al dan niet slagen van de bevruchting. De kritieke temperatuurgrens situeert zich rond 40 graden. Daarboven wordt het stuifmeel van de pluim steriel en gaan de kwastdraden aan de kolf achteruit”, legt Gert Van de Ven uit. Grasland lijdt op dit moment sterker onder de weersomstandigheden dan maïsakkers. “De vierde snede die boeren nu willen maaien, blijft uit.”

Voor veehouders lijkt een herhaling van 2018 niet meteen in de maak. Akkerbouwers en groentetelers hebben daarentegen een déjà-vu-gevoel. Net als vorige zomer worden ze in grote delen van het land geconfronteerd met een verbod op het oppompen van water uit waterlopen. Dat is erg lastig want een telefoontje naar het Provinciaal proefcentrum voor de groenteteelt Oost-Vlaanderen leert dat veel teelten op dit moment niet zonder beregening kunnen. “Deze week is erg belangrijk omdat het voor veel teelten een keerpunt is tussen verder groeien of afrijpen”, zegt PCG-onderzoeker openluchtgroenten Greet Tavernier.

Ze vat samen hoe een aantal waterbehoeftige teelten er voor staan: “In uien is het nuttig om te beregenen omdat de afrijping anders te vroeg van start gaat, met een lagere opbrengst tot gevolg. Zomerprei en vroege herfstprei zien af door de droogte. Ook courgette heeft nu veel water nodig want de vruchten worden gevormd. In spruit- en sluitkool dient er volgende week met beregenen gestart te worden. Op lichte gronden kunnen wortelen kapot gaan van droogte en hitte. Wanneer het loof openvalt en plat komt te liggen, is het te laat. Algemeen geldt dat groentetelers op het juiste moment met beregenen dienen te starten. Bij de huidige temperaturen kan dat beter ’s nachts gebeuren.”

Naast groentetelers zijn het vooral aardappeltelers die al even in de weer zijn met beregeningshaspels. Ook voor hen is het belangrijk om het gewas aan de groei te houden. “Hier in West-Vlaanderen zie je dat er door het captatieverbod water vanop afstand wordt aangevoerd”, zegt Kürt Demeulemeester, onderzoeksleider Akkerbouw bij Inagro. “De opbrengst van vroege aardappelen lijkt mee te vallen, maar deze percelen rijpen bij dit weer snel af. Dat plafonneert het aantal kilo’s. Ook bij late bewaaraardappelen zie je het loof achteruitgaan. De staalnames voor opbrengstbepaling moeten nog starten, maar dit weer komt ongelegen voor het dikken van de knollen. Voor late aardappelen die reeds kleine knolletjes vormden, start dat proces nu en is de waterbehoefte daarom op zijn grootst.”

Ter sensibilisering voor de klimaatverandering plaatste het KMI op zijn website de weersvoorspelling voor de zomer van 2063. Het belooft dan droog en zeer warm te worden, tot 37 graden in de Kempen. Tegen dan kijkt niemand daar nog van op want, zo verklaart het KMI, “dergelijke hittegolven en zeer hoge temperaturen zullen zich in toekomst regelmatiger voordoen”. Zijn onze landbouwers daarop voorbereid? De nodige voorbereidingen worden alleszins getroffen: ILVO getuigde recent in de krant over de veredeling van een droogteresistente grassoort, bij het Departement Landbouw en Visserij is na de droge zomer van 2017 al een watercoördinator aangeduid en de provincies stimuleren de aanleg van waterbekkens. Ook in het praktijkonderzoek won het thema water, op vlak van kwaliteit maar ook kwantiteit, de laatste jaren aan belang. In Oost-Vlaanderen wordt alle kennis daaromtrent zelfs gebundeld door het online Waterportaal.

Hoopgevend is ook dat een aantal nieuwe teelten die beter bestand zijn tegen droogte hier voet aan grond krijgen. Door de Hooibeekhoeve in Geel is dit voorjaar sorghum ingezaaid op een veld dat het effect van een goede vruchtwisseling demonstreert. “Sorghum kan bij droogte een alternatief voor maïs zijn want het fijne wortelstelsel neemt goed water op en de dikke waslaag op het blad beperkt de verdamping. Bij een tekort aan water gaat de plant in rust om zijn groei te hervatten zodra er neerslag valt. Dat maakt sorghum beter bestand tegen droogte, maar we zoeken nog uit of het niet slecht uitpakt voor de afrijping van de plant in het najaar”, zegt onderzoeker Gert Van de Ven.

Op het Proefcentrum Herent van de provincie Vlaams-Brabant staat de quinoa er even groen bij als de sorghum in Geel. “Zon en warmte, dan doet quinoa het goed”, vertelt onderzoekster Sarah Fonteyn. Ook vorige zomer had het Zuid-Amerikaanse pseudograan niet het minste last van de droogte. Een extreem seizoen als 2016 was even leerrijk: “In een droog jaar treffen we valse meeldauw ook aan, maar alleen bij erg nat weer zoals in 2016 geeft de schimmelaantasting problemen. Een deel van de quinoa-oogst ging toen verloren door het te hoge vochtgehalte van slecht afgerijpte zaden. Nog meer dan van het weer is dat afhankelijk van de variëteit. Vorige zomer startte de oogst medio augustus al, maar ook toen waren niet alle quinoarassen rijp. Er is dus nog werk aan de winkel wat de veredeling betreft.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via