nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

18.07.2017 Zuiderse teelten geven Vlaamse boer zin in iets nieuws

Tijdens de openvelddag van het Proefcentrum Herent ontdekten landbouwers potentiële teelten van de toekomst: goudsbloem, quinoa, bataat en soja. Deze vier gewassen hebben met elkaar gemeen dat ze normaliter ver buiten Vlaanderen geteeld worden, niettemin aarden ze hier. Voor soja is de zoektocht naar vroeg rijpende rassen ingezet. Bataat is qua teelt verrassend eenvoudig maar machinaal oogsten is vooralsnog niet mogelijk. Een geslaagde teelt quinoa, die als twee druppels water op het onkruid melganzevoet lijkt, staat of valt met de onkruiddruk. Voor goudsbloem zit de uitdaging in het rendabel maken van de teelt. Tegen de goedkope arbeid in Marokko en Egypte is onmogelijk te concurreren, dus is er een goudsbloemplukmachine in ontwikkeling.

In de provincie Vlaams-Brabant zijn landbouwers erg bedreven in het telen van wintergranen, aardappelen en suikerbieten. Ook maïsteelt heeft voor niemand nog geheimen. Een enkeling waagt zich aan koolzaadteelt. De meesten laten zich afschrikken door de verhalen omtrent duivenschade en peulen die het zaad lossen voor het dorsen, een euvel dat met moderne koolzaadvariëteiten grotendeels verholpen is.

Hoewel ons klimaat zich er perfect toe leent, groeit er in gans Vlaanderen slechts 600 hectare koolzaad. Nochtans is koolzaad een dankbaar gewas want het is arbeidsextensief en laat een goede bodemstructuur achter voor de volgende teelt. Het West-Vlaamse praktijkcentrum Inagro ontwikkelde een startersgids voor koolzaad, speciaal voor akkerbouwers zonder ervaring met de teelt. De proefboerderij van de provincie Vlaams-Brabant in Herent legde een demonstratieveld inclusief rassenproef aan, in de overtuiging dat koolzaad terug is van weggeweest.

Meer vernieuwend dan koolzaad is de teelt van goudsbloem. Voor de trouwe bezoekers van de openvelddag van het Proefcentrum Herent voelt goudsbloem bijna vertrouwd aan want de mogelijkheden van het bloempje worden al drie jaar op rij onderzocht. Vandaag worden de bloemen op grote schaal geteeld in Marokko en Egypte, waar goedkope arbeid voorhanden is voor het manueel plukken. De bloemen worden er in de zon gedroogd. Rond de eeuwwisseling focuste het onderzoek in Europa op de zaadteelt, maar dat bleek niet rendabel. Eerst een aantal keren de bloemknoppen snijden en vervolgens het seizoen afsluiten met het winnen van het zaad, biedt meer kansen.

In samenwerking met landbouwonderzoeksinstituut ILVO stelt het Proefcentrum Herent een goudsbloemplukmachine op punt. Manueel oogsten is te tijdrovend aangezien goudsbloem maandenlang nieuwe bloemknoppen vormt. Naast het machinaal oogsten is ook de onkruidbeheersing een uitdaging. Erkende middelen voor een chemische onkruidbehandeling na de opkomst ontbreken. De komende jaren zullen herbicidenproeven gebeuren met middelen die een ontheffing kregen voor onderzoeksdoeleinden.

Het zaad van goudsbloem kan geoogst worden door een maaidorser. De opbrengst daarvan ligt tussen 1.500 en 2.000 kilo per hectare. Uit de zaden kan olie geperst worden, waarna een eiwitrijke perskoek rest die geschikt is als veevoeder. Goudsbloem is eetbaar, maar vooral bekend van de etherische oliën die veelvuldig gebruikt worden in zalven tegen brandwonden, insectenbeten en voor huidbehandelingen.

Van quinoa worden de zaden gegeten, oorspronkelijk vooral door de inwoners van Zuid-Amerika. Door zijn faam als ‘superfood’ werd quinoa ook erg populair in het Westen. De hype is inmiddels voorbij, maar quinoa is niet uit het winkelrek verdwenen. Je komt het tegen als graanvervanger, in ontbijtgranen, sportrepen, brood en bakkerijproducten en in allerlei dranken. De eerste Belgische quinoaoogst dateert al van 2014, op een proefveld in de provincie Luik. Een jaar later is het onderzoek naar quinoa ook in Vlaanderen van start gegaan.

Het Proefcentrum Herent maakt deel uit van het ‘Quinoaplatform’ dat gecoördineerd wordt door ILVO. In Herent worden verschillende variëteiten uitgetest, terwijl er bij de andere onderzoekspartners (Inagro, PCG, HoGent en Departement Landbouw en Visserij) naast quinoarassen ook herbiciden gescreend worden, en er geëxperimenteerd wordt met biologische teelt. Eerder dit jaar werd een teeltgids voor quinoa gepubliceerd, die landbouwers van zaaien tot oogsten op weg helpt. Goed om weten is dat het geoogste zaad altijd gedroogd moet worden voor het kan bewaren. Van de bruto-opbrengst moet ongeveer 30 procent afgetrokken worden om het eindgewicht te kennen na het opschonen van het zaad.

De soja die in Herent groeit, is een demonstratieperceel dat landbouwers doet wennen aan het idee dat soja niet noodzakelijk uit de Verenigde Staten of Zuid-Amerika hoeft te komen. Het veldje zal eind september of begin oktober geoogst worden, wanneer de sojabonen zo rijp zijn dat je ze hoort ‘rammelen’ in de peul. De olie afkomstig van sojabonen is de meest geconsumeerde plantaardige olie ter wereld. Scheepsladingen vol sojaschroot dat overblijft na persing worden Europa ingevoerd want deze relatief goedkope eiwitcomponent in veevoeder heeft zijn gelijke niet. De sojateelt in Vlaanderen staat in het teken van humane consumptie van de boon want Alpro wil zich op termijn lokaal kunnen bevoorraden. Meer over het sojaproject en de teeltgids die daar deel van uitmaakt, vind je hier.

In Vlaanderen is het vooral landbouwonderzoeksinstituut ILVO dat zich bekwaamt in sojateelt. De onkruidbestrijding is een eitje dankzij erkende herbiciden in voor- en naopkomst. Onder leiding van Johan Van Waes (ILVO) werken Vlaamse landbouwonderzoekers vooral op vroegrijpheid en opbrengstpotentieel want de drie ton die een hectare soja nu opbrengt, moet op termijn stijgen naar vier of vijf ton om te kunnen concurreren met het saldo van wintertarwe. Dan zouden we beter doen dan ervaren Amerikaanse en Braziliaanse sojaboeren, wat nodig zal zijn want zij vergelijken het saldo van soja met vijf ton wintertarwe en niet met tien ton per hectare.

De teelt van bataat, ook wel zoete aardappel genoemd, is een kolfje naar de hand van het Proefcentrum voor de Groenteteelt (PCG) in Kruishoutem. Ook in Herent werd een proefveld aangelegd, met verschillende rassen op ruggenteelt met en zonder plastic folie om de bodem extra op te warmen. Qua teelttechniek doet het vanwege de aarden ruggen, de folie en het planten van het uitgangsmateriaal denken aan courgetten. Voor een maximale knolopbrengst moet het seizoen zo lang mogelijk gerekt worden, maar bij de eerste vorst moet er snel gerooid worden. Tijdens het rooien zijn de knollen gevoelig voor beschadiging zodat momenteel de voorkeur wordt gegeven aan manueel oogsten.

De inlandse teelt van bataat, quinoa, soja en goudsbloem zit nog in de onderzoeksfase. Hoewel de teeltkennis dus nog niet volledig op punt staat, worden soja en quinoa toch ook al commercieel geteeld. De prijs is gunstig zodat landbouwers het risico durven nemen. Alpro pioniert samen met AVEVE met soja voor voedingsdoeleinden. Quinobel doet hetzelfde met quinoa, en is tezelfdertijd toeleverancier van het zaaizaad en afnemer van het geoogst product.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Proefcentrum Herent

Volg VILT ook via